In 8 stappen naar de brugklas

17 augustus
Terdege
"Wat heb ik het moeilijk gehad om Eloïse los te laten. Mijn kleine meisje naar die grote stad..." Ouders die hun oudste kind naar het voortgezet onderwijs zien gaan, vinden dat spannend. Daarom acht tips voor ouders van aanstaande brugklassers.

1. Verkennen

Of uw kind nu per fiets of met de bus naar school gaat; gebruik de zomervakantie om de toekomstige reisroute te verkennen. Fiets een keer de hele route, attendeer uw kind op gevaarlijke situaties of herkenningspunten. Of neem de bus en kijk waar uw zoon of dochter moet uitstappen of overstappen. Als u er een mooie zomerse dag voor uitkiest, neem dan gelijk een hapje en een drankje mee en maak er een gezellige dag van.

2. Winkelen

Op de basisschool was het makkelijk: alle spullen waren op school voorhanden. In het voortgezet onderwijs is dat anders. Een rekenmachine, liniaal, schriften en woordenboeken: het moet allemaal worden aangeschaft. Dat vraagt om een middagje winkelen. Natuurlijk kan het leuk zijn om met zoon of dochter op stap te gaan, maar meisjes zullen het ook leuk vinden om gezellig met vriendinnen weg te gaan. De nieuwe school stuurt als het goed is een lijstje met de nodige materialen. Kaftpapier kopen hoort trouwens ook bij het winkelen.Voor ouders die niet meer weten hoe je boeken moet kaften: op YouTube staan handige instructiefilmpjes.

3. Wennen

Niet ieder kind vindt het makkelijk om van omgeving te veranderen. Sommige scholen organiseren daarom een introductieweek voor leerlingen met faalangst, ADHD of een autistische stoornis. Tijdens zo’n week worden kinderen voorbereid op wat gaat komen: ieder uur een andere leraar, een andere klas, omgaan met eventueel pestgedrag. Een wandeling door de school maakt duidelijk waar welke klassen zijn. Jammer genoeg bieden niet alle scholen zo’n introductie aan.

Veel ouders zien op tegen de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.

4. Inpakken

Na de vakantie begint het echte werk. De eerste dagen zullen roosters worden uitgedeeld en wordt uw kind overladen met informatie. Het is helemaal niet vreemd als hij of zij door de bomen het bos niet meer ziet. Neem daarom tijd om samen vooruit te kijken naar de volgende dag. Hoe ziet het rooster eruit? Welke boeken zijn nodig? Moet er een tekenetui mee? Spreek af dat de tas iedere avond klaargezet wordt. Dat scheelt ’s morgens rennen en vliegen.

5. Zwaaien

De eerste weken op een nieuwe school zijn spannend. Neem daarom ’s morgens de tijd om mee te kijken met uw kind. Lukt het om die zware tas op de fiets te krijgen? Is uw kind reisklaar? Zwaai hem of haar gezellig uit: dat is een goede start van de dag! En veel kinderen –ook jongens– weten iets lekkers of een gezellig briefje in de broodtrommel te waarderen.

Wat voor de morgen geldt, gaat ook op voor de avond. Neem de tijd om te vragen naar de belevenissen van de dag. Kon je alle lokalen vinden? Zijn je klasgenootjes aardig? Heb je leuke leraren?

6. Meekijken

Huiswerk maken, cijfers bekijken, roosterwijzigingen: veel gaat tegenwoordig digitaal. Voor het vak Engels wordt er bijvoorbeeld veel gebruikgemaakt van het programma Holmwood’s. Dat is een groot verschil met ‘vroeger’. Probeer daarom mee te kijken met uw kind: hoe werkt leerlingenweb, hoe zit het met de roosters?

Meekijken met het huiswerk is in het begin trouwens ook prima, maar vergeet niet dat kijken iets anders is dan maken.

7. Begrijpen

Veel ouders zien op tegen de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Dat is begrijpelijk: een grotere reisafstand, een andere school, een nieuwe levensfase met een groei naar meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Dat zijn veel veranderingen in korte tijd. Niet alleen voor de ouders, maar vooral voor het kind. Probeer u een beetje in te leven in die situatie en bedenk dat het logisch is dat niet alles in een keer goed gaat. Op school wordt echt rekening gehouden met beginnende leerlingen. En gaan er dingen toch niet goed? De mentor is het eerste aanspreekpunt.

"Vertrouwen dat God voor haar zorgt"

8. Overgeven

Onderwijs staat in het kader van de doopbelofte van ouders. Het is goed te beseffen dat kinderen ”geleend goed” zijn. Ouders moeten, als de handen van God, goed zorgen voor die geleende kinderen, maar uiteindelijk zijn het kinderen van de Schepper en Onderhouder. Daarom mogen ouders hun kinderen overgeven aan Hem die alles „als met Zijn hand onderhoudt en regeert”, zodat „alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen.” Dat besef geeft, zoals Rosanne in het kader zegt, echte rust.

Rosanne vertelt over het moment dat haar oudste dochter naar het voortgezet onderwijs ging.

„Een goede voorbereiding is echt belangrijk. Je moet je kind loslaten... Als de praktische zaken op orde zijn, geeft dat voor iedereen rust. In het begin heb ik samen met Lieske haar tas ingepakt. Iedere dag keken wij samen naar haar rooster en pakten we de juiste boeken. Na een aantal weken veranderde dat. En dat was prima, want kinderen moeten zelfstandig worden.

In het begin vroeg ik of zij een berichtje wilde sturen als ze veilig op school was aangekomen. Maar op een zeker moment dacht ik: Wij hebben ervoor gekozen om Lieske naar het reformatorisch onderwijs te laten gaan. Dat is een bewuste keuze geweest. Dan mag ik haar als ze de tuin uit fietst biddend overgeven. Het vertrouwen dat God voor haar zorgt, heeft mij uiteindelijk echt rust gegeven.”

Tekst: Sandor van Leeuwen - Beeld: Esther Leeuwrik

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
School
Mijlpalen
13-16 jaar
8-12 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Voorleven (0-3)

De serie Voorleven van de HGJB wil ouders praktische handvatten aanreiken om met elkaar in gesprek te gaan over opvoeden en geloven. Dit deel gaat o.a. over de doop, vertrouwen, zingen en bidden en Bijbellezen. Zowel de pedagogische als de bijbels-theologische kant van opvoeden komt aan bod. Met opdrachten en gespreksvragen wordt een open gesprek bevorderd waarin ouders kunnen leren van elkaar. De serie Voorleven bestaat uit vier boekjes en bestrijkt de leeftijd van 0 tot 16 jaar, ouders kunnen op die manier met hun kind meegroeien.

Voorleven is geschikt voor een opvoedkring. De deeltjes bestaan uit acht hoofdstukken. De eerste twee uit dit deel zijn ook geschikt voor doopcatechese. Elk hoofdstuk behandelt een thema en biedt een herkenbare casus, een Bijbelstudie, verwerkingsvormen en verdiepende artikelen.