Samen voor het kind! - Het belang van ouderbetrokkenheid

26 april
CGK Vrouw
Iets wat mij diep geraakt heeft in het onderwijs was het gesprek met een vader. Een eenvoudige, hardwerkende man die voor zijn werk vroeg op moest. Hij vertelde mij tijdens een huisbezoek: “Juf, maar ik ga eerst op m’n knieën hoor. En dan bid ik voor mijn kinderen, en ook voor u!” En hij was trouw, elke morgen om half 4 bad deze man voor mij. Of de Heere me wilde helpen bij het vertellen uit de Bijbel en bij het lesgeven aan zijn kinderen.

In dit artikel wil ik enkele punten aanstippen die van belang kunnen zijn voor zowel ouders als leraren in dit nieuwe seizoen. Ouderbetrokkenheid (in de school) is een actueel onderwerp. Een goed contact tussen ouders en leraren heeft een positieve invloed op het welzijn en het ontwikkelen van de kinderen.

Ik heb bij het schrijven van dit artikel gebruik gemaakt van een aantal artikelen, waarin u meer verdieping kunt vinden. [1]

Ik wil beginnen met de Bijbel. Ouders worden zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament opgeroepen hun kinderen te onderwijzen. In Deut. 6:4-7 lezen we de bekende woorden die de Heere Jezus ook citeerde. We proeven in deze woorden de eis én het verlangen van de Heere dat het hele gezin Hem liefheeft boven alles, maar ook dat de gezinsleden elkaar liefhebben. Ouders hebben een voorbeeldfunctie hierin en zullen gedurende de hele dag bij alles moeten/kunnen laten zien dat het liefhebben van de Heere het hele leven doortrekt. En die manier van leven mogen de ouders ook van christelijke leraren verwachten. Daarbij denk ik met respect terug aan enkele leraren uit mijn eigen schooltijd. Vooral die ene meester, die zo van de natuur hield. Hij had het lokaal vol gezet met planten en aan de muur had hij prachtige natuurplaten opgehangen. Wat kón hij mooi vertellen over bijvoorbeeld een spin die onze aandacht afleidde. Daarin verwees hij naar de Schepper.

Via Paulus krijgen we ook onderwijs van de Heere. In Efeze 6:1-4 lezen we hoe ouders en kinderen met elkaar om moeten gaan. Van de ouders wordt verwacht dat ze hun kinderen onderwijs geven. Het doel van al het onderwijs, thuis, in de kerk en op school wordt kernachtig verwoord in Psalm 78:7: “En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren.” Wat is het een vurig verlangen van gelovige ouders dat hun kinderen de Heere Jezus leren kennen als hun Zaligmaker en in hun leven dit laten zien.

Een ander punt dat ik aan wil stippen is de doopbelofte. Ouders hebben beloofd aan God om hun kinderen onderwijs te geven en daarbij ook anderen in te schakelen. Sámen zoeken ze het goede voor de kinderen. Het zijn hún kinderen. Dit dienen leerkrachten ook te beseffen in hun omgang met de ouders en de kinderen. De eindverantwoordelijkheid van de opvoeding ligt bij de ouders. En ten diepste zijn de kinderen zelfs ‘leenpanden’.Ze behoren de Heere toe, Hij heeft er recht op dat ze Hem gaan dienen in hun leven.

Ouders staan er gelukkig niet alleen voor om de opvoeding in praktijk te brengen. Dit gebeurt in de gemeenschap waarin kerk en school en vaak ook de buurt een rol spelen. Elk op de eigen manier, met verschillende verantwoordelijkheden die helder moeten zijn voor alle betrokkenen om misverstanden te voorkomen.

Als we nu wat dieper nadenken over ons thema ‘ouderbetrokkenheid”, dan zijn er verschillende aspecten van ouderbetrokkenheid te onderscheiden. Ik wil er enkele noemen en daarbij ook lijnen trekken naar de praktijk.

  • Ouders en leraren werken samen rondom opvoeding. Samen kan er naar richting worden gezocht bij actuele zaken, zoals bijvoorbeeld mediaopvoeding. Daarvan zie je in de praktijk diverse uitwerkingen: gespreksochtenden voor moeders, lezingen voor ouders, literatuurtips, opvoedkringen, etc. De ontmoeting tussen ouders en leraren, maar ook tussen ouders onderling, zorgt vaak voor (meer) verbondenheid en geeft ouders het gevoel dat ze er niet alleen voor staan. Het is aan te bevelen dat bij dergelijke initiatieven ook de plaatselijke kerken betrokken worden.
  • Communicatie tussen ouders en leraren. Deze is van groot belang. Beiden moeten elkaar informeren over belangrijke zaken rondom het kind. Wat is het belangrijk als de leraar weet welke aanpak werkt bij het kind, of er sprake is van ziekte, of van problemen in de thuissituatie. Andersom is het fijn als leraren signalen doorgeven die vragen oproepen. Bijvoorbeeld als een leerling vaak moe is. Tijdens gesprekken kunnen zeker ook wezenlijke onderwerpen aan bod komen. Zo vroeg een ouder op huisbezoek mij hoe ik (in een kleutergroep) sprak over het onweer. Haar dochter had daarover van andere kleuters heel nare, dreigende woorden gehoord die haar bang gemaakt hadden richting God. Een andere ouder vroeg mij eens naar een verantwoorde kinderbijbel. Heel mooi als er zo samen in vertrouwen over diverse onderwerpen gesproken kan worden.
  • Ouders en leraren kunnen ook samenwerken rondom het leren. Op een school lopen vaak ouders rond die allerlei klusjes doen op vrijwillige basis, van luizenmoeders tot biebmoeders en van klusvaders tot vaders die kinderen vervoeren tijdens een excursie. Men leert elkaar hierdoor steeds beter kennen en zo wordt er aan een goede relatie gewerkt tussen school en thuis. Dit kan trouwens ook een heel mooie mogelijkheid bieden voor ouders die hun kinderen door soms heel verschillende omstandigheden niet naar een christelijke school kunnen sturen. Een mooi voorbeeld hierbij is een ouder die zich op een openbare school aanbood om te helpen met de voorbereiding van een christelijk feest en zo deze viering toch iets meer diepgang kon geven.
  • Ten slotte kunnen ouders ook nog op een ander niveau een rol spelen in de school door zitting te nemen in een bestuur of medezeggenschapsraad.

Helaas ben ik ook wel situaties tegengekomen waarin dat vertrouwen er niet was en kinderen de dupe werden van miscommunicatie. Leraren zijn soms bang voor ouders, en andersom komt het ook voor. Men ervaart elkaar als bedreigend. Wat vaak helpt is om te beseffen dat je beiden je eigen verantwoordelijkheid hebt voor het kind. En vervolgens naast elkaar gaat staan om het goede voor het kind te zoeken. Een mooie vraag als er bijvoorbeeld sprake is van gedragsproblemen op school, is om aan de ouders te vragen of ze het gedrag herkennen. Dan ontstaan er vaak mooie gesprekken en kan er doorgevraagd worden. Als er sprake van herkenning is, kunnen er bijvoorbeeld tips uitgewisseld worden betreffende de omgang met het kind. Dit is ook de reden dat scholen steeds vaker aan het begin van het jaar “luistergesprekken” inplannen. Ouders worden uitgenodigd om aan de leraren te vertellen wie hun kind is en wat het nodig heeft. Dit gesprek biedt vaak een mooi begin van een goede samenwerking voor de rest van het schooljaar.

Zo zijn er dus diverse manieren waarop ouders betrokken kunnen zijn bij de school. De school dient hiervoor initiatieven te nemen die passen bij de plaatselijke omstandigheden. Ouders op hun beurt moeten gebruik maken van de mogelijkheden die de school biedt. Om zo hun verantwoordelijkheid te nemen voor het onderwijs aan hun kinderen. Om samen met de leraren er te zijn voor de kinderen, zodat zij hopelijk opgroeien tot volwassenen die de Heere dienen en hun plaats in de maatschappij zullen innemen. Dit gaat niet vanzelf, dit hoeft gelukkig ook niet in eigen kracht. We mogen steeds weer met elkaar en voor elkaar bidden of de Heere onze inzet wil zegenen.

Tekst: Mw. I.N. Voorthuijzen-den Dekker (deputaten Kerkjeugd en Onderwijs)

[1]
[1]
CGK Vrouw

CGK Vrouw (oorspronkelijk de vrouwenbond BCGV) heeft als doel om zich als Christelijke Gereformeerde vrouwen te bezinnen op plaats en taak volgens Gods. Samen met de Mannenbond, CGJO en LCJ zijn ze partner van Geloof in het Gezin.

Tags
Voorleven
School
Dagelijks leven
4-7 jaar
8-12 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Maak ze sterk

Dit boek is gebaseerd op het trainingsprogramma LEV! van stichting Chris. In Maak ze sterk laten de auteurs zien hoe je een kind kunt leren de juiste keuzes te maken en sterk te staan in allerlei situaties. Het boek is veel breder dan het aanleren van sociale vaardigheden. Door de vragen en korte opdrachten in het boek leent het zich goed voor gebruik op een opvoedkring.

Kinderen en jongeren groeien op in een wereld die zich in razendsnel tempo ontwikkelt. Dat kan ons beangstigen. Maar je bent als opvoeder niet machteloos. Maak ze sterk laat zien hoe je hun kunt leren om de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met pesten, rouw, seksualiteit en social media. Wietske Noordzij en Erik Smit bieden handvatten om kinderen en jongeren hierin te ondersteunen, vanuit hun ervaring en expertise. Een prettig leesbaar opvoedboek dat echt de diepte ingaat, zonder ingewikkelde theorieën.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden