‘Succesvolle hoogbegaafden zijn schaars’

4 maart
Terdege
„Naar iemands IQ ben ik meestal niet zo benieuwd. Bij de begeleiding van een mogelijk hoogbegaafd kind probeer ik er eerst achter te komen waarom hij niet lekker in zijn vel zit. Voor ouders is hoogbegaafdheid meestal eerder een reden tot zorg dan tot vreugde, want deze kinderen opvoeden is niet eenvoudig. Ze hebben veelal een negatief zelfbeeld en voelen zich onbegrepen. De succesvolle hoogbegaafde is schaars."

Het echtpaar Bongiovanni houdt zich al zo’n vijftien jaar intensief met het thema hoog- begaafdheid bezig. Sinds enkele jaren begeleiden zij vanuit adviesbureau AntrAciet kinderen, ouders en leer- krachten met vragen en problemen rond hoogbegaafdheid. „Als je de groep met een IQ hoger dan 130 bekijkt, dan blijkt dat slechts een kwart ervan zelfstandig een gezonde ontwikkeling doormaakt. De meerderheid heeft hierbij hulp nodig.”

De eerste levensjaren van hoogbegaafde kinderen verlopen meestal zonder al te veel problemen, signaleert drs. A. Bongiovanni. „Thuis kunnen ze zich in hun eigen tempo ontwikkelen. Op school wordt dat anders. Het kind gaat dan zien wat normaal is en wat niet. Hij concludeert al snel dat hij niet normaal is, omdat hij afwijkt van de andere kinderen. Dit kan ertoe leiden dat zo’n kind al heel jong depressieve periodes kent. Het kind uit dit thuis vaak door agressie of woedebuien. Tegen die ouders zeg ik altijd: Het is een goed teken als de frustraties thuis eruit komen. Blijkbaar voelt hij zich daar veilig.”

Vage klachten
Bij alle problemen waar ouders tegenaan lopen, pleit Bongiovanni vooral voor eerlijkheid tegenover het kind. „Als uit een test blijkt dat een kind hoogbegaafd is, reageren ouders nog wel eens in de trant van: daar doen wij niet aan. Ouders zijn bang dat een kind arrogant wordt als hij weet hoe hoog zijn IQ is. Maar daar hoef je bij iemand met een negatief zelfbeeld zeker niet bang voor te zijn. Leg hem maar uit hoe het komt dat hij zich anders voelt dan de anderen.” Bij veel bijeenkomsten over hoogbegaafdheid hoorde de pedagoog de gelijkenis van de talenten lezen. Als hij zelf een bijbelgedeelte als opening mocht kiezen, zou hij een Psalm kiezen. „Het opvoeden van deze kinderen vraagt veel wijsheid en kracht. Daar mogen we de Heere om vragen. Ook voor de kinderen, want een groot verstand is niet hetzelfde als grote wijsheid.”
Wijsheid hebben ouders ook nodig in het gesprek met school, omdat ze vaak met vage klachten komen, stelt Bongiovanni. „De ouders voelen zich vaak zeurouders, maar ik wil ze zeggen dat ze dat niet zijn. Ze komen op voor het welzijn van hun kind en weten ook meer van hem dan de leerkracht. Het lastige is dat scholen de problemen vaak didactisch proberen op te lossen: met extra werk. Voor een bepaalde groep kan dit inderdaad een oplossing zijn, maar door alleen extra werk komt een hoogbegaafde niet beter in zijn vel te zitten. Daarom: houd vooral het welzijn van het kind op het oog. Heeft hij een laag zelfbeeld ontwikkeld, ga daar dan mee aan de slag. Probeer het kind te begrijpen. Met open vragen kom je vaak al een heel eind.”

Asynchrone ontwikkeling
Voor leerkrachten is het herkennen van hoogbegaafdheid vaak moeilijk. „Als je in een klas rondkijkt, zou je in eerste instantie denken dat de zelfstandige, taakgerichte leerlingen met goede resultaten hoogbegaafd zijn. Dit zijn echter vaak de meerbegaafde leerlingen, met een IQ van 115 tot 120. Goede leerlingen, die met gemak het VWO aankunnen. Hoewel er echt wel goed functionerende hoogbegaafde leerlingen zijn, is er een grote groep die zorgen geeft: een jongen die niet vooruit te branden is of een meisje dat de sfeer in de groep verziekt of juist door faalangst geregeerd wordt. Wat veel opvoeders niet weten, is dat een hoogbegaafd kind dat intellectueel een aantal jaren voorloopt vaak even veel jaren achterloopt op emotioneel gebied. Deze asynchrone ontwikkeling is kenmerkend voor de meeste hoogbegaafden. Een kind van elf denkt bijvoorbeeld als een kind van dertien, maar gedraagt zich als een negenjarige. Deze kinderen hebben begrip en begeleiding nodig om zich evenwichtig te kunnen ontwikkelen.”

Margreet van den Berg-van Brenk

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
School
Opvoeding
Problemen
In gesprek
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!