Als je kind anders kiest

Er is sprake van teleurstelling, verdriet, gevoelens van onmacht en schuld als (groot)ouders hun (klein)kinderen een weg zien gaan die de hunne niet is. Relaties komen er niet zelden door op scherp te staan.

Mellany was een serieuze catechisant. Vol overtuiging deed zij belijdenis. Enkele jaren later kreeg zij verloving met een ongelovige jongen. Zienderogen veranderde het leven van Mellany. Steeds kritischer reageerde zij op de normen en waarden die haar van jongs af waren meegegeven. Ze trok bij haar vriend in. Naar de kerk ging zij niet meer. Uit de Bijbel las ze niet langer. Dagboek en Bijbel, stille getuigen en herinneringen aan dag en uur waarop zij belijdenis van het geloof had afgelegd, kwamen bij de kringloopwinkel terecht. Mellany’s ouders waren diep teleurgesteld. Niet alleen in hun kind, ook in God die hun gebeden onbeantwoord leek te laten. Hun teleurstelling raakte ook de gemeente die Mellany niet eens miste. Niemand vroeg naar dit schaap. Stilletjes had zij kunnen vertrekken.

Het gaat je niet in de koude kleren zitten wanneer je kinderen zich voegen bij de brede stroom van kerkverlaters. Of ze gaan over naar een andere gemeente, vaak de vrije groep, of ze geven de weg van God en de Bijbel compleet op. Er is op dit terrein veel stil verdriet. Pijn die je liever voor jezelf houdt, bang in tranen uit te barsten. Je hangt ‘de vuile was’ van je gezin liever niet buiten. Daar komt bij dat heel wat ouders in hun directe omgeving op muren van onbegrip stuiten. Niet zelden bij eigen gemeenteleden. Erger nog is het knagend schuldgevoel. ‘Wat deden wij verkeerd?’

Kerkverlating

Over kerkverlating is de laatste tijd al heel wat gezegd en geschreven. Al snel wordt de bal bij de opvoeders gelegd. Vooral ouders, onderwijsgevenden en ambtsdragers in de kerk zouden gefaald hebben. Het recept dat vervolgens wordt gegeven, lijkt in grote haast geschreven en eerder een teken te zijn van verlegenheid dan van bereidwilligheid naast de ‘mislukte’ opvoeder te knielen.

Dat op het geloofsgebed wonderen verwacht mogen worden, zal waar zijn. De bekering van de losbandige Augustinus die van stap tot stap achtervolgd werd door het gebed van moeder Monica is een bemoedigend voorbeeld. Maar tegenover Monica en Augustinus staan Jozua, Samuël, David en vele anderen met hun kinderen. Kerkverlating gaat ook gezinnen van ambtsdragers – ook van predikanten – niet voorbij. Haakte Kaïn trouwens niet als eerste af?

Je kunt het probleem ook over de boeg van de verkiezende God gooien. Maar voor je het weet heb je dan karikaturen gemaakt en ook die troostpleisters werken niet of nauwelijks. Voor de godvrezende ouder is het een onverteerbare gedachte een nageslacht te hebben voortgebracht dat zijn eeuwige bestemming misloopt. Onderschat het ‘hartzeer’ hierover niet, in het bijzonder bij doopbedieningen en diensten waarin jongeren belijdenis van hun geloof afleggen. Ook zij brachten hun kind aan de doopvont en mogelijk werd het later opgenomen onder de belijdende lidmaten.

Geloofsoverdracht

Het kan goed zijn dat we ‘het’ er als ouders een poos bij lieten zitten. We hielden ons meer bezig met de dingen van de voorbijgaande werkelijkheid dan met de Heere en Zijn dienst. Misschien leefden we met ons gezin wel jarenlang midden in de wereld, totdat die omkering in het leven kwam. Zie dan je gezinsleden weer mee te krijgen.

Een ander ouderpaar maakte al gelijk ernst met de geloofsopvoeding, het stelt duidelijk regels zodat hun kinderen weten maar ze aan toe zijn, maar er klopt geen bevrijd hart in door. Een derde heeft wel een levende band met de Heere, maar toch gaan ook hun kinderen een andere weg. Waarom ‘mislukt’ onze geloofsoverdracht?

Wie mij hartgrondig moet bijvallen dat wíj ten diepste geloof niet overdragen, houdt over Gods genadige handen om daar de namen van zijn kinderen in neer te leggen. Toch wil ik nog iets anders noemen. Kenmerkend voor de huidige cultuur is een weerstand tegen uitgesproken standpunten, regels, vaste normen en waarden en autoriteit.

Tegelijkertijd domineren een sterk besef van zelfbewustzijn, eigenwaarde en mondigheid. Niet alleen is alles in onze tijd betrekkelijk, ook is het dogma ingeruild voor de gevoelservaring. Wie vasthoudt aan het gezag van Gods Woord en aan de daaruit afgeleide normen en waarden, geldt als naïef en onverdraagzaam. Die geest gaat ook onze kinderen en kleinkinderen niet voorbij. De invloed van de massamedia en de sociale druk van de groep en van leeftijdsgenoten (gedragsstijl en mentaliteit) zijn invloedmechanismen die we niet moeten onderschatten.

Een bijkomend probleem is dat jongeren en ouderen steeds vaker ‘een andere taal’ spreken, zodat er sprake is van een communicatieprobleem.

Hoofd- en bijzaken

Wat ik tot nu toe heb geschreven, zal vermoedelijk bijval oogsten, maar hoe nu verder? Wat van opvoeding in het algemeen gezegd kan worden, geldt ook hier: ga niet preken. Regels zijn onmisbaar, maar onderscheid wel duidelijk tussen hoofd- en bijzaken. Zet elkaar niet voor het blok en houd voor ogen dat liefde onvoorwaardelijk is.

Wees bereid eigen standpunten te toetsen aan Gods Woord, dat betekent: bereidheid tot gesprek.

Laat je daarbij niet vangen door emoties. Denk goed na over wat je wilt bereiken met wat je zegt. Als je je standpunt hebt duidelijk gemaakt, moet je er niet steeds op terug blijven komen. Wie gaat drammen, zet relaties onder spanning. Je kind en/of kleinkind de deur wijzen, is niet de stijl van het koninkrijk. Doodzwijgen evenmin.

Ondoordacht gedrag maakt veel stuk. Er zijn niet alleen gekwetste ouders, maar ook verwonde kinderen. Leerzaam en inspirerend is het beeld van de uitkijkende vader in de gelijkenis van ‘de verloren zoon’. Hetzelfde geldt wat Petrus schrijft in zijn eerste zendbrief, hoofdstuk 3:1b. Je leven is uiteindelijk nog altijd de beste preek.

Ten slotte nog dit: opvoeden is een zaai- en groeiproces waarbij de vrucht niet altijd door ons gezien wordt. Soms zijn die vruchten anders dan wij ons hadden voorgesteld. Juist het besef dat Gods verbond en woorden (Psalm 105) standhouden tot in eeuwigheid – hoe vaak zongen we dat al niet in doopdiensten – doet ons pleiten op Zijn verbondstrouw. Zou voor de HEERE iets onmogelijk zijn?

Handvatten

  • Onderschat niet de pijn, het verdriet, de frustratie en het gevoel van machteloosheid van (groot)ouders van ‘afhakers’.
  • Meeleven kan goed doen. Maar houd er wel rekening mee dat ouders uit schaamte en zelfbescherming het gesprek over het 'afgedwaalde schaap’ uit de weg gaan. Het onderwerp kan lange tijd emotioneel beladen blijven.
  • Ga niet gemakkelijk om met andermans verdriet. Het verlaten van Gods weg door kinderen en kleinkinderen kan ervaren worden als een rouwproces met de daarbij horende stadia.
  • Wees als ouder kritisch naar jezelf toe. Zijn je principes ontleend aan de Bijbel? Staat of valt iemands zaligheid ermee? Of zijn ze (meer) ingegeven door traditie en uit vrees voor wat ‘men’ ervan vindt?
  • Netwerken in de gemeente zoals jeugdvereniging en jongerenpastoraat kunnen helpen potentiële afhakers vast te houden, maar doen dit niet altijd. Problematischer wordt het als afhakers de overtuiging hebben dat ze er nooit bij hoorden.
  • Overlaad en achtervolg ‘ontwortelden’ vooral ook niet met beschuldigingen en verwijten.
  • Probeer als gemeente zo lang mogelijk contact te houden.

Ds. J. Belder

De Waarheidsvriend

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. Het blad stelt kerkelijke en maatschappelijke onderwerpen aan de orde en gaat in op geestelijke en pastorale vraagstukken.