Een bijzonder kind in het gezin

Ouders willen er voor ieder kind zijn. Maar wat als er een bijzonder kind is dat veel tijd en aandacht vraagt door een handicap, psychiatrische stoornis of ziekte? Hoe kun je er als ouders voor zorgen dat de broers en zussen (brussen) niet ondersneeuwen?

Een eerste vereiste voor brusjes is dat ze van hun ouders erkenning krijgen voor de plek die ze in het gezin innemen. Zoals in ieder gezin zijn ook in deze situaties veiligheid, geborgenheid en positieve aandacht onmisbaar. Plan bijvoorbeeld één keer per maand een dagdeel om iets samen met één kind te doen.

„Ik hoor van andere brussen dat zij thuis veel helpen zorgen voor hun broer of zus. Ik deed dat niet. Ik bemoeide me er niet zoveel mee. Er ging zoveel aandacht van mijn ouders naar mijn broer, dat ik min of meer naar de achtergrond verdween. Nu heb ik nog steeds vaak het gevoel dat anderen belangrijker zijn dan ik.”

Overbelast?!

Brusjes kunnen overbelast raken, zowel praktisch als emotioneel. Het is belangrijk om alert te zijn op de eerste signalen van overbelasting of ontregeling:

  • Problemen op school, zoals concentratieproblemen, negatief gedrag, niet naar school willen en spijbelen
  • Verstoring van sociale contacten of gebrek aan sociale contacten, bijvoorbeeld vriendjes of vriendinnetjes niet (meer) mee naar huis (durven) nemen
  • Slaapproblemen, waaronder nachtmerries en slaapwandelen
  • Eetproblemen, zoals te veel of te weinig eten
  • Angstig zijn
  • Boos of agressief gedrag
  • Lichamelijke klachten, zoals buikpijn, hoofdpijn en lusteloosheid
  • Terugval in eerder ontwikkelingsstadium, zoals weer gaan duimzuigen of bedplassen
  • Zeer teruggetrokken gedrag en een groot verantwoordelijkheidsbesef

Mogelijke gevolgen
Brusjes kunnen te maken krijgen met heftige emoties, zoals verdriet, angst, boosheid, jaloezie, onzekerheid, schaamteen schuldgevoelens. Maar ook gevoelens van trots, zorg en volwassenheid. De tegenstrijdigheid van gevoelens over de broer of zus kunnen erg verwarrend zijn. Het normale leven wordt soms verstoord. Vriendjes kunnen niet (meer) thuis spelen of feestdagen vallen ‘in duigen’. Een aantal gezinnen raakt de contacten met de omgeving kwijt. Sommige broers en zussen krijgen al heel jong (te) veel taken en verantwoordelijkheden: huishoudelijke taken, verzorging van jongere broertjes en zusjes en verzorgende taken voor het zieke of gehandicapte kind.

De jongste zus van Joshua is meervoudig gehandicapt. De familie is kortgeleden verhuisd naar een aangepaste woning. Moeder heeft haar werk grotendeels opgezegd; de zorg voor haar gehandicapte dochter vraagt veel van haar. Joshua kan al die veranderingen maar moeilijk een plaats geven. De laatste tijd is hij regelmatig boos en slaat en schopt hij iedereen die (letterlijk en figuurlijk) te dicht bij hem in de buurt komt. Hij is vooral jaloers op de aandacht die zijn zus krijgt.

Open communicatie
Van groot belang is een open communicatie over de bijzondere thuissituatie. De hoeveelheid informatie die het kind aankan, hangt sterk af van de leeftijd. Een kind dat niet begrijpt wat er met zijn broer of zus aan de hand is, heeft het veel moeilijker dan een kind dat uitleg krijgt over het wel en wee. Op internet is veel informatie te vinden over ziektes, handicaps enzovoorts. Steeds meer patiëntenverenigingen hebben een aparte pagina voor kinderen.
Op www.brusjes.nl zijn informatiekaarten te downloaden over allerlei aandoeningen. Laat boekjes of brochures in de kamer ‘rondslingeren’. Kinderen die nieuwsgierig zijn, zullen die pakken en bekijken. Samen een spreekbeurt maken, geeft de gelegenheid om samen in het onderwerp te duiken.
„Een buurmeisje vroeg aan mijn moeder wat mijn broer mankeerde. Ik was blij dat ik erbij zat, want nu wist ik het tenminste ook. Ik wist best hoe zijn handicap genoemd werd, maar had geen idee wat dat eigenlijk betekende. Mijn moeder zei later dat ze er niet te veel over wilde uitleggen aan mij, omdat ze bang was dat ik me zorgen ging maken. Maar ja, ik maakte me veel meer zorgen toen ik nog niet wist wat er precies gaande was.”

Emoties
Geef de brussen ruimte om hun emoties te uiten. Ze mogen boos zijn als hun spel (voor de vijfde keer) verstoord wordt door hun broertje. Ze mogen verdrietig zijn als ze zien dat hun zus steeds zieker wordt. Kinderen weten vaak wel dat de situatie is zoals die is. Hun gevoelens daarover mogen tonen, betekent niet dat ze willen dat het opgelost wordt.
Je kunt ze uitnodigen tot het voelen wat ze zeggen door als ouder gewoon hardop te zeggen dat de situatie voor hem/haar soms best moeilijk zal zijn. Een gesprek kun je ook op gang helpen door eerst samen over het onderwerp te lezen. Leesboeken hierover vind je op www.brusjes.nl.
„Ik ben wel blij dat mijn ouders mij de mogelijkheid gaven om regelmatig te spuien wat me dwarszat. Dat lucht echt op, ook al kun je er niet alles mee veranderen.”

Vertrouwenspersoon
Het komt nog regelmatig voor dat brussen denken dat ze schuld hebben aan de situatie thuis. Informeer maar eens hoe zij denken dat het komt dat de situatie zo is als hij nu is. Praat hem de schuldgevoelens uit het hoofd. Wat voor brussen van grote waarde kan zijn, is een vertrouwenspersoon, bij wie ze hun hart eens kunnen luchten. Het maakt niet uit of het een buurvrouw, oom of tante is, als het maar iemand is in wie het kind vertrouwen heeft en die goed kan luisteren. Houd daarnaast de dagelijkse routine er zoveel mogelijk in en maak tijd vrij voor uitjes en feestjes.

Zie ook www.broerofzus.nl

Tekst: Marianne van der Zalm

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.