Vincenza La Porta over ruimte en regels in de opvoeding

September 2015 - Het werkzame leven van Vincenza La Porta draait om kinderen en jongeren. Ze is momenteel eindverantwoordelijke van JOP, de Jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk. Geloofsopvoeding heeft voor haar alles te maken met ruimte geven. Maar dat gaat niet vanzelf.

Leren geloven vergelijk ik weleens met het aanleren van een taal. Als je de taal kent, ga je mensen verstaan en kun je met hen praten. Als je de taal van het geloof niet aanleert, ga je hem ook niet gebruiken en versta je mensen gewoon niet. Natuurlijk kun je ook op latere leeftijd een taal leren, maar als kind gaat het een stuk makkelijker.

Het taalveld van het geloof ligt niet aan de oppervlakte. Je moet het naar boven halen. Als ouders leer je je kinderen woorden te geven aan dingen. En je geeft ze de kans om dingen zelf te ontdekken: wat past bij mij? Dat kan iets anders zijn dan wat ze ‘s zondags in hun eigen kerk horen.’

Voeden

‘Toen ik bij Youth for Christ werkte, ontdekte ik het belang van spirituele talen. De één wordt meer aangesproken door aanbiddingsmuziek, de ander door rituelen, en weer een ander is vooral een denker. In bijvoorbeeld de evangelische wereld kun je soms het gevoel hebben dat je iets mist als je je niet uit zoals iedereen. Alsof je niet zo goed gelooft als de anderen. Dat dit met spirituele talen te maken kan hebben, was voor mij een eyeopener. De creativiteit van God blijkt uit de verschillende manieren waarop zielen gevoed worden in het leven. Dat wil ik mijn kinderen ook bijbrengen.

Vincenza La Porta: ‘Ik geloof dat God een God van ruimte is. Hij is vele malen groter dan wij en je hebt alle christenen wereldwijd nodig om iets van Hem te begrijpen.’ (beeld Johanne de Heus)

Toen mijn tienerzoon via school werd uitgenodigd om mee te gaan naar Taizé, zei ik meteen: “Dat moet je doen!” Daarop vroeg hij: “Mam, moet ik van u naar Taizé of mag ik zelf kiezen?” Ik heb maar toegegeven: eigenlijk wilde ik zelf graag naar Taizé. “Maar”, zei ik, “het is een kans om te ontdekken of dit bij je past. En je hebt nu de leeftijd om dit soort dingen te verkennen. Het kan zijn dat je bij de eerste viering denkt: wat gebeurt hier nu, echt verschrikkelijk. Zet het dan niet meteen overboord. Het kan een taal zijn die bij jou past, maar misschien ook helemaal niet.” Hij kwam gelukkig superenthousiast terug. Toen zei hij ook: “Mam, ik snap nu waarom je ervan houdt om af en toe naar een klooster te gaan.”’

Spiegelen

‘De wijze van vieren die bij mij past, hoeft niet de manier te zijn van mijn kinderen. Als één van hen bijvoorbeeld charismatisch-evangelisch gaat geloven en besluit om zich te laten overdopen, dan wil ik kunnen zeggen: ik zit op de voorste rij. Niet omdat ik het ermee eens ben, maar omdat mijn diepste verlangen voor mijn kinderen is dat ze met God leven.

Ik geloof dat God een God van ruimte is. Hij is vele malen groter dan wij en je hebt alle christenen wereldwijd nodig om iets van Hem te begrijpen. Mijn opdracht is om Hem daarin te volgen en ruimte te geven.

Van nature past dat niet bij me. Ik heb weleens een Youth Alpha gegeven waarbij ik na drie avonden dacht: jongen, kom op, valt het kwartje nu nog steeds niet? Zo werkt het dus niet. Ik moet me steeds weer spiegelen aan wie God is en ruimte aan mijn kinderen bieden. Tegelijk is God niet grenzeloos. Hij geeft de Bijbel, met richtlijnen. De uitdaging van opvoeden is je weg te zoeken in die combinatie: ruimte geven en leven volgens die regels.

‘We moeten niet te snel denken: ik bemoei me er niet mee’

Toen ik net in het jongerenwerk begon, las ik veel onderzoeken. Eigenlijk zeiden ze allemaal hetzelfde: de kindertijd is bepalend of iemand gaat geloven of niet. De ouders hebben in die fase de meeste invloed op het geloof van het kind. Zij staan met stip bovenaan. Daarna komen leerkrachten, predikant en jeugdleiders. Eigenlijk bevestigen die onderzoeken wat je zelf logisch kunt beredeneren. Wie maakt het kind het meeste mee in alles, ook als je chagrijnig bent of als de vakantie tegenvalt? Bij wie ziet een kind wat de prioriteiten in het leven zijn? Dat is bij zijn ouders. Zij voeden op.’

Proeven

‘Geloofsopvoeding is geen los verkrijgbaar artikel. Op avonden in kerken komen mensen met een houding van: vertel maar hoe we moeten Bijbellezen en bidden met de kinderen. Nu kun je kinderen heel goed leren Bijbellezen en bidden, maar als ze niet proeven dat het geloof belangrijk voor jou is, komt het niet over. Laten zien wat het geloof voor je betekent, dat is de kern.

Wat het lastig maakt, is dat ouders tegenwoordig zelf vaak zoekende zijn in hun geloof. Ze willen het niet doen zoals hun ouders het deden, maar hoe dan wel? Als je niet oppast, gooi je alles overhoop. Wat houd je dan over?

Ouders hebben qua geloof soms een tijdje in het luchtledige geleefd, omdat ze er niet uit zijn. Ondertussen is hun kind tien jaar ouder geworden en hebben ze de belangrijkste momenten gemist. Als je een kind krijgt, zeggen ze altijd: geniet ervan, het is voorbij voor je er erg in hebt. Dat lijkt oudewijvenpraat, maar het is wel waar. Je moet van begin af aan nadenken over hoe je de opvoeding, en alle aspecten daarvan, wilt aanpakken.

‘Wat het lastig maakt, is dat ouders tegenwoordig zelf vaak zoekende zijn in hun geloof’

Ik zie veel ouders daarmee worstelen. Of helemaal niet worstelen, wat ik misschien nog wel spannender vind. Laatst zei iemand tegen me: “Mijn ouders hebben vaak gevraagd hoe het ging op school en of ik wel goede cijfers haalde. Maar ze hebben nooit aan me gevraagd wat ik van God vond.” Prestaties op school lijken soms belangrijker dan de plek die God in je leven inneemt.’

Voorleven

‘Kinderen zoeken altijd de grens op, ook in geloofszaken. “Even kijken wat ik kan maken.” Daarmee proeven ze ook bij hun ouders of zij dit echt zo belangrijk vinden dat ze er een punt van maken of dat ze denken: laat maar – bijvoorbeeld omdat ze moe zijn of even geen gedoe willen. Dat zijn spannende momenten. Als jij als ouder het geloof niet voorleeft, dan wordt het menselijkerwijs een lastig verhaal.

Vroeger was er meer overlap tussen kerk, school en buurt. Je kwam elkaar overal tegen. Tegenwoordig kiezen veel mensen een kerk die bij hen past, en die staat vaak verderop. Voelen je kinderen zich dan ook verbonden met de geloofsgemeenschap? Krijgen ze er vrienden met wie ze willen optrekken? De dingen zijn veel minder vanzelfsprekend geworden.

Je voedt je kinderen op tot zelfstandigheid. Uiteindelijk zijn ze zelf verantwoordelijk. Als ze ervoor kiezen om niet te geloven, dan rest mij als moeder voor hen te blijven bidden. Ik weet dat God met hen bezig blijft. En dat is het dan ook.

Wat mij het meeste zal raken in mijn leven, is als mijn kinderen besluiten niet meer met God verder te leven. Ik zal altijd voor mezelf blijven benoemen dat me dat verdriet doet. Tegelijk moet je het ook accepteren: dat is de andere kant van het geven van ruimte. Maar dit alles denk ik nu. Vraag het over twintig jaar nog maar een keer.’

Bemoeien

‘In de vakantie las ik een boek waarin werd uitgelegd dat in overwegend protestantse landen de secularisering verder gaat dan in katholieke landen als Spanje en Italië. Dat heeft met het collectieve van het katholicisme te maken. Protestanten zijn veel individueler in het geloof: het moet persoonlijk worden. In de Bijbel gaat het veel over generaties en de rol van het volk. Gaat het met jou niet goed, heb je geen kracht meer om te bidden, dan neemt de gemeenschap dat gebed van je over.

Bij de doop wordt bij ons in de kerk aan de gemeente gevraagd: nemen jullie dit kind op in de gemeenschap en beloven jullie te zullen helpen in de geloofsopvoeding? Dat vind ik een heel mooie vraag. Maar realiseren we ons ook waar we ja op zeggen? Het betekent dat we niet te snel moeten denken: ik bemoei me er niet mee. We zouden ons wat meer met elkaar mogen bemoeien. Opvoeden kunnen we meer samen doen.

Aan de andere kant moet de kerk het ook niet overnemen. Ouders kunnen de geloofsopvoeding niet van hun lijstje strepen omdat hun kind naar catechisatie en club gaat. De ouders blijven zelf verantwoordelijk, de kerk helpt hen bij de geloofsopvoeding.

Catechese is, ook vanuit de geschiedenis, een belangrijke taak van de kerk. Bij ouders ligt het accent op het voorleven van het geloof, bij de kerk op het overdragen en het leren toepassen van geloofskennis. Het is voor kinderen en jongeren daarnaast ook belangrijk dat ze de gemeenschap ervaren. Dat ze merken dat ze erbij horen en dat de kerk een veilige plek is, bijvoorbeeld in de club. Echt luisteren, zonder dat het consequenties heeft en zonder vooroordelen, dat gebeurt bijna niet meer. Daarin kan de kerk een belangrijke rol spelen, ook richting kinderen en jongeren.’

Aanreiken

‘Afgelopen seizoen zijn we in mijn gemeente, Kruispunt Vathorst, begonnen met Samen Onderweg Gezinsdiensten. Dit concept is bedacht in de NGK Houten. Kinderen van een bepaalde leeftijd worden één keer per jaar samen met hun ouders uitgenodigd. Tijdens de kerkdienst volgen ze in een aparte zaal hun eigen programma. Samen zingen, bidden en luisteren ze. Ook gaan ze in gesprek. Eerst in de grote groep, daarna in kleine groepen en ten slotte onderling: de kinderen met hun eigen ouders. Zo stimuleren we het geloofsgesprek en leggen we de verbinding tussen kerk en ouders. Je krijgt iets aangereikt om thuis mee verder te gaan, heel concreet. De eerste reacties zijn erg positief.’

‘Bij veel ouders slaat de schrik om het hart als je begint over geloofsopvoeding. Doe ik er wel genoeg aan? Doe ik het wel goed? Bedenk dat het geen pakket is dat je moet doen en kunt afstrepen. Bovendien weet je, juist in de kerk, dat het leven niet maakbaar is. Je weet ook van genade. Opvoeden is ingewikkeld, maar je hoeft het niet alleen te doen.

Tekst: Arie Kok

OnderWeg

OnderWeg is een tweewekelijks kerkelijk magazine, een waardevolle bron van toerusting en inspiratie voor gemeenten en gemeenteleden.