“Juf, mama is mijn gymtas vergeten”

Hoe zou je het vinden als je kind uit groep 6 tegen de leerkracht zegt: Juf, m’n moeder is mijn gymspullen vergeten? Ik hoop dat niet mee te maken. Waarom ik dat zo erg vind? Het heeft iets van doen met een ideaal dat ik onbewust ergens in m’n hoofd heb zitten.

Jezelf aankleden is ook zoiets. De oudste drie (meisjes) lieten het niet toe dat ik hielp bij wat ze zelf konden. Maillots vormden de grootste uitdaging. Af en toe riepen ze m’n hulp in als dat onding gedraaid zat. Maar nu onze stoere kleuter. Die vindt het totaal niet erg als z’n moeder hem iedere morgen helpt. „Ja, doe nu je arm er maar door. Til je been even op, dan kan je voet in de sok. Zo, meneer is klaar.”

Zo gaat het dus niet hier in huize Van den Berg. Ik vind het volstrekt normaal dat een kleuter zichzelf aankleedt. Voor zover hij dat kan. En meestal kunnen kinderen meer dan moeders denken. Wij gunnen ze vaak geen tijd om het zich eigen te maken. Als wij het doen, gaat het immers veel sneller? En ’s morgens voor schooltijd is de tijd in veel gezinnen schaars.

ZELFSTANDIG
Waarom zorg ik er dan voor dat hij ’s morgens de tijd heeft om het zelf te doen? Tot voor kort dacht ik daar niet bij na. Dankzij de kenniskring Opvoedingsidealen van Driestar Educatief realiseer ik me nu dat het iets te maken heeft met mijn ideaal. Welk? Dat van een zelfstandig kind.

Als ik over dat ideaal doordenk, zie ik het op meer punten in mijn doen en laten opduiken. Ik vul z’n bekers en trommels, maar laat ze hem zelf in z’n tas doen. En hij stopt hem in mijn fietstas. Dat doet hij de ene keer uit zichzelf, de volgende keer heeft hij een herinnering nodig. Want ja, in groep 6 is hij toch ook echt zelf verantwoordelijk voor die gymtas. En misschien al wel eerder?

Zo’n ideaal, waar ik me totaal niet van bewust ben, heeft dus grote invloed op hoe ik met m’n kind omga. Daarom is het zo gek nog niet om ze eens onder ogen te zien. Welke idealen heb ik? Dat is een lastige vraag. Ik schud ze niet zomaar even op een logische volgorde uit m’n mouw.

GELOVIG
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht de idealen van Nederlandse ouders, Driestar Educatief die van een specifiek deel ervan, de reformatorische. Als ouders antwoord moeten geven op een open vraag naar hun idealen, verschillen de antwoorden van de twee groepen nauwelijks van elkaar. De verschillen komen pas openbaar als je ouders een lijstje geeft met mogelijkheden. Dan kiezen reformatorische ouders massaal ”gelovig kind” als ideaal.

Als iemand van Driestar Educatief mij dus had gevraagd naar mijn belangrijkste wensen, had ik waarschijnlijk niet gezegd: dat hij opgroeit tot eer van God. Of: dat hij de Heere Jezus leert kennen als Zijn Zaligmaker. Het is blijkbaar niet het eerste wat in mij opkomt, als ik me afvraag wat ik wens voor mijn kind. Als ik dat tot me door laat dringen, schrik ik. Het is niet goed als ik de Schepper van mij en van mijn kind niet expliciet op de eerste plaats heb staan. Ik doe Hem hiermee tekort. De Heere God heeft dit unieke schepsel aan mij toevertrouwd. Met de opdracht dat ik hem leer in Zijn wegen te gaan.

Dat ik als ouder mijn ideaal van een zelfstandig kind niet helder had, is geen probleem. Al zou hij in groep 6 mij de schuld geven van een vergeten gymtas, dan is er nog geen man overboord. Maar bij het ideaal van een gelovig kind liggen de zaken anders. Daar gaat het immers om zaken van leven en dood. En hoe helderder ik dat voor ogen heb, hoe meer ik ernaar handel. Alleen daarom al is het voor mij goed om m’n idealen scherp te hebben.

INGEBAKKEN
Oké, dat zelfstandigheidsideaal heb ik nu helder. Het zit bij mij ingebakken. Daar hoef ik m’n aandacht en tijd dus niet expliciet op te richten. Hoewel er nog duizend-en-een idealen zijn, blijft die van het gelovige kind haken. Die stijgt overal boven uit. Dat is waar ik me met mijn hele hart, ziel, verstand en kracht op moet richten. Nee, dat zit bij mij niet van nature ingebakken. Het is m’n grootste wens en tegelijk merk ik dat de aardse zaken zomaar de eerste plek van de prioriteitenlijst innemen.

Wat moet ik hier nu mee in het leven van alledag? Ga ik hem weer zelf aankleden nu het zelfstandigheidsideaal op m’n prioriteitenlijstje gaat zakken? Nee, natuurlijk niet. Dat doet hij lekker zelf. Maar terwijl hij dat doet, kan ik wel zingen. Over de God die hem heeft gemaakt en hem Zijn genade aanbiedt. Op hoop van zegen!


Toetsen

Wat wens je voor je kind? Het antwoord daarop is nog niet zo makkelijk. Van veel idealen ben je je als ouder totaal niet bewust. Toch leven ze diep van binnen wel en bepalen ze voor een groot deel hoe je je kind opvoedt.

Toe aan de uitdaging om eens naar je idealen op zoek te gaan en ze te toetsen aan de Bijbel? Met het boekje “De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen.” van Driestar Educatief heb je iets in handen wat je daarbij kan helpen. Zowel voor persoonlijk gebruik als op een opvoedkring.

De idealen die reformatorische ouders kozen en daarom een plek kregen in het boek, zijn:

  1. Een gelovig kind
  2. Een gelukkig kind
  3. Een sociaal kind
  4. Een zelfstandig kind
  5. Een succesvol kind
  6. Een verantwoordelijk kind

Het boek is een uitgave van De Banier en kost € 12,95. Auteurs: Marianne Golombek, Annemarie Veenstra en Elsbeth Visser. ISBN: 9789402901504.

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.