Een andere manier van denken

9 november
Terdege
Het zijn vooral zijn vindingrijkheid en humor waar Carla Haagen ontzettend van kan genieten. Het leven van haar hoogbegaafde zoon, Michiel (17), gaat echter bepaald niet over rozen. Het vwo lukte niet. Op de havo is hij al een keer blijven zitten. „We hopen dat hij op dit niveau kan blijven.

Na al die jaren kun je Carla Haagen niets nieuws meer vertellen over hoogbegaafdheid. „’k Heb er ontzettend veel over gelezen.” Dat voorlichting hierover van belang is, stemt ze grif toe. Bij Carla viel het kwartje tijdens een lezing door Rob Brunia, een autoriteit op het gebied van hoogbegaafdheid, die inmiddels is overleden. „Toen ik die man hoorde praten, dacht ik: Dit gaat over Michiel. Ik vertrouwde mezelf nog niet helemaal, dus ik heb mijn man ook een keer naar zo’n lezing gestuurd. Als vrouw kun je zo emotioneel ergens bij betrokken zijn, dat je dingen niet helder meer ziet, maar mijn man kwam tot dezelfde conclusie als ik.” Carla merkte bij terechtwijzingen dat Michiel anders reageerde dan de andere kinderen. „Ik zag aan zijn ogen dat hij niet begreep waarom ik op hem mopperde, maar verklaren kon ik het ook niet. Als de kinderen in bad zaten, zei ik: ‘Niet zo hard spetteren, anders wordt de hele badkamer nat.’ Ik had geen zin om telkens alles droog te moeten maken. Maar Michiel begreep dat niet. Hij relativeert alles, echt alles. Als iets nat is, dan kun je het toch gewoon weer droog maken? Waarom maak je er dan zo’n probleem van?” Vooral door hier met anderen over te praten, heeft Carla dit gedrag leren doorzien.

Rustig aan tafel zitten, is er bij hem nu nog niet bij. Ik heb de strijd nu opgegeven. Hij kan het echt niet.

Niet interessant
Hoewel de echte problemen met Michiel pas in zijn schooltijd kwamen, ervoer Carla zijn eerste vier levensjaren wel als erg pittig. „In de box was hij snel uitgespeeld. Hij wilde telkens iets nieuws ontdekken. Het speelgoed een paar weken of maanden wegleggen, zodat het daarna voor het kind weer nieuw is, werkte bij hem ook niet. Hij moest echt nieuwe uitdagingen hebben. Hij was werkelijk altijd bezig. Eten kon hij niet zonder te spelen. Rustig aan tafel zitten, is er bij hem nu nog niet bij. Ik heb de strijd nu opgegeven. Hij kan het echt niet. Eindeloos hebben we spelletjes gedaan om hem aan tafel te houden. Moeilijke sommen, ingewikkelde natuurkundige processen en dat soort dingen, daar had je hem mee. Maar ik ben meer van het sociale. Onder het eten wil ik even naar zijn schooldag informeren. ‘Saai’ of ‘Gewoon’ kreeg ik dan als antwoord. Mijn vraag was niet interessant genoeg om fatsoenlijk op in te gaan.” Wat onder het eten niet lukte, ging op andere momenten vanzelf. „Ik heb met geen van de kinderen zoveel gepraat als met hem. De lesstof op school vond hij niet interessant. Hij richtte zich meer op het waarom van de lesstof. Als hij daar alleen niet uitkwam, vroeg hij het aan mij.” Carla kan zich nog goed herinneren hoe ze vaak met een mopperende peuter achterop naar school fietste om een ouder kind op te halen. „Hij was altijd zo verdiept in zijn spel, dat je hem er niet goed uit kon krijgen. Maar ja, ik moest wel op tijd bij school zijn en een kind van twee alleen thuis laten, leek me ook niet verantwoord. Hij moest dus mee. Daar ging ik dan.”

‘Kleintje’
Dat Michiel moeite had om zich aan regels te houden, was voor Carla thuis erg lastig, maar het werd pas een groot probleem toen hij naar school ging, waar het één en al regel is. „Kort samengevat kun je zeggen dat hij op de basisschool helemaal is vastgelopen. Als vijfjarige jongen leerde hij zichzelf lezen. Daar hebben wij als ouders hem echt niet in gestimuleerd. Dat kwam helemaal uit hemzelf. Halverwege groep 2 heeft hij de overstap gemaakt naar groep 3. Toen is het echt fout gegaan. Die groep heeft hem nooit geaccepteerd. Ze noemden hem het kleintje, terwijl hij de grootste was van de klas. Dat versnellen hebben we één keer gedaan, hoewel hij met gemak de lesstof van een jaar hoger aankon.”

Ze zagen mij als de zeurouder die het altijd beter denkt te weten, maar ik wist ook niet hoe het moest.

Onderpresteren
Vrienden waren voor Michiel erg belangrijk, maar het spelen met klasgenoten mislukte keer op keer. Ze begrepen hem niet en daardoor werd hij veel geplaagd. „Wat hij leuk vond, vonden zijn vriendjes niet leuk. Wij hadden toen al een computer en dat vonden zijn klasgenoten erg interessant. ‘Heb je een racespel?’ vroegen ze dan. Nee, maar we hadden wel andere spelletjes. Dan gingen ze samen even computeren, maar dat begon het vriendje al snel te vervelen. Met buiten spelen was het andersom: het vriendje genoot, maar Michiel vond er niets aan. Het was telkens geen succes en dat heeft een flinke impact op Michiel gehad. Iedere keer had hij het idee te hebben gefaald. Dat deed zijn zelfvertrouwen natuurlijk geen goed. Vanaf groep 6 ging Michiel onderpresteren. Hij liet niet meer zien wat hij kon. Als hij extra werk kreeg, werd hij daarmee geplaagd, dus dat wilde hij niet. De relatie met school was toen ronduit slecht. De leerkrachten wisten niet wat ze met de situatie aan moesten. Ze zagen mij als de zeurouder die het altijd beter denkt te weten, maar ik wist ook niet hoe het moest. In mijn opleiding had ik hier nooit iets van meegekregen. Als ik aan hem vroeg wat hij op school het leukste vond om te doen, zei hij: denken. Vervolgens gaf hij aan dat hij dat op school bijna nooit hoefde te doen, want hij wist alles al. Ik zag dat hij slim was en ik probeerde hem altijd te begrijpen en te volgen in zijn manier van denken. Vandaar uit ging ik op zoek naar iets om hem te helpen. Thuis probeerden we te compenseren wat hij op school miste. Ik ploos de krant altijd uit op open dagen, musea en andere interessante dingen om in de vrije tijd naartoe te gaan.”

Wielrennen
De moeilijkste periode moest toen nog komen: de middelbareschooltijd. Een paar jaar geleden werd Michiel depressief en liep hij zelfs met zelfmoordgedachten rond. „Hij werd totaal niet begrepen en liep weer helemaal vast. Docenten, psychologen, orthopedagogen, we hebben met veel mensen gesproken, maar slechts een enkeling begreep hem. Bongiovanni van AntrAciet is zo iemand. Hij heeft Michiel een jaar gecoacht.” Van de vele hobby’s die Michiel op de basisschool had, was er uiteindelijk niet een over. Hij speelde alleen nog maar een online strategiespel. Van een therapeut die veel van zichzelf in Michiel herkende, kreeg hij het advies om een sport te kiezen: wielrennen of rugby. Bij rugby zou hij zijn strategische inzicht goed kunnen gebruiken. Bij wielrennen moet hij de competitie aangaan met zichzelf. Samen met een vriend trekken ze er nu geregeld met de fiets op uit. Deze vriend zit in hetzelfde schuitje als hij. Hoewel ze elkaar nog maar kort kennen, merk ik dat het hem ontzettend goed doet. Die jongens begrijpen elkaar. Ze komen bij elkaar over de vloer en dat is ook goed. Dan ziet hij dat in ieder huis regels gelden waar je je aan moet houden. Je hebt geen zeurmoeder als die bijvoorbeeld wil dat je je jas gewoon aan de kapstok hangt.”

Hij heeft nooit leren leren en dat breekt hem op.

Twee toppen

De toekomst vervult Carla met zorg. „Waar komen hoogbegaafden terecht? Er zijn twee toppen: de wetenschap en de criminaliteit. We zeggen vaak tegen Michiel: Je moet het allemaal zelf doen. Wij kunnen en willen helpen, maar jij moet het doen. Zonder diploma kom je nergens. Hij is op de havo nu al een paar keer met zijn hakken over de sloot overgegaan en een keer blijven zitten, terwijl hij zijn vwo-diploma al bijna op zak had kunnen hebben. Hij heeft nooit leren leren en dat breekt hem op. Iets letterlijk uit zijn hoofd leren, kan hij niet. Met een psalmversje had hij al moeite. Als ik dan vroeg of hij het eens in zijn eigen woorden wilde weergeven, kwam het hele vers eruit. Zijn manier van denken is echt totaal anders dan de mijne.” Carla ziet het als een uitdaging om Michiel te leren met zijn talenten om te gaan. „Elk talent dat je krijgt, is een onverdiende gave van de Heere, maar ook een opgave. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om samen met de docenten op school ons kind de gelegenheid te geven deze gaven te gebruiken. Maar uiteindelijk is Michiel zelf verantwoordelijk voor de manier waarop hij zijn ontvangen gaven gebruikt.”

Carla en Michiel Haagen heten in werkelijkheid anders.

Tekst: Margreet van den Berg-van Brenk

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
School
Dagelijks leven
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Ruimte door regels

Een kind zonder grenzen in de opvoeding heeft het niet getroffen. In dit boek maakt Sarina Brons duidelijk hoe belangrijk, veilig en waardevol het stellen van grenzen voor je kind is. Alle belangrijke elementen komen daarbij aan de orde, zoals belang, doel en uitwerking van grenzen, de moeite om grenzen te stellen en de verhouding tussen grenzen, liefde en verantwoordelijkheid.
Steeds met duidelijke uitleg, adviezen en tips. Door middel van prikkelende vragen in de tekst wil de auteur ouders daarnaast laten nadenken over hun eigen keuzes en oplossingen.
Ze bemoedigt ouders met haar visie dat grenzen je kind helpen om op een goede manier groot te worden.

Parenting Children Course

De Parenting Children Course is een plek voor ontmoeting, herkenning en inspiratie. Je praat samen met andere ouders over herkenbare uitdagingen en ontvangt handvatten, tips en nieuwe ideeën voor thuis. Want iedere ouder wil graag het beste voor zijn kind!

Loop je rond met vragen over opvoeding? Vraag je je af hoe jij je kinderen kunt stimuleren in hun ontwikkeling? Hoe je belangrijke waarden integreert in je opvoeding? Ben je op zoek naar een juiste balans tussen loslaten en grenzen stellen? Dan is Parenting Children Course echt iets voor jou! De cursus is voor ouders van 0 tot 10-jarigen. Het is voor iedere ouder, ongeacht burgerlijke staat, culturele achtergrond of levensovertuiging. De Parenting Children Course is gebaseerd op christelijke principes, maar is relevant voor zowel christelijke als niet-christelijke opvoeders.