Blokkeert schoolsysteem creativiteit?

"We zijn geboren met een enorm creatief vermogen. Het probleem is echter dat creativiteit een beetje vergelijkbaar is met analfabetisme. Je kunt er aanleg voor hebben, maar niet het vermogen hebben ontwikkeld dat nodig is om het te beoefenen. En dat is volgens mij een grote fout van ons onderwijssysteem. (…) Precies op het moment dat we innovatiever, vindingrijker, vernuftiger moeten worden om om te kunnen gaan met de ontstane uitdagingen, smoort ons onderwijssysteem precies de capaciteiten waar we binnenkort zo afhankelijk van zijn." Ken Robinson (bekend van zijn TED talk 'How schools kill creativity')

Heeft Robinson gelijk? Blokkeert het (Nederlandse) schoolsysteem de creativiteit waar kinderen mee geboren worden, maar waar – volgens de cijfers – in hun achtste levensjaar nog maar de helft van is overgebleven? Hoe kan het anders? Een kleine zoektocht door christelijk onderwijsland.

Het probleem

Als Ellen Laninga, directeur van kindcentrum de Paperclip in Zwolle hun kindvisie op tafel legt, is ze er zeker van dat alle onderwijzers en pedagogen net zo over kinderen denken. “Ze zijn uniek, ontdekkers, onderzoekers, nieuwsgierig, geïnteresseerd, sociaal, sterk, creatief, communicatief en makers van kennis. Dan is mijn kritische vervolgvraag: waarom zie ik daar zo weinig van terug in het Nederlandse onderwijs? Op veel pabo’s worden leerkrachten opgeleid om les te geven uit een boek, een methode, waardoor dertig kinderen hetzelfde kunstje doen, terwijl ouders zeggen: mijn kind is uniek! Ik geloof dat God ieder kind uniek gemaakt heeft, hoe kan ik hen dan als eenheidsworst benaderen?”

Carmen Bakker, adviseur, coach en trainer in het primair onderwijs op het gebied van cultuureducatie onderscheidt op basis van het onderzoek ‘Cultuur in de Spiegel’ over cultuuronderwijs vier vaardigheden waarmee kinderen de wereld leren begrijpen: waarnemen, verbeelden, analyseren en conceptualiseren. “Ons onderwijs steunt vooral op de laatste twee vaardigheden. Wij vragen kinderen om bij alles wat ze doen verbanden te leggen, dingen te benoemen of te classificeren. Proeven, ruiken, voelen en verbeelden is ondergeschikt. Daarbij is veel onderwijs heel methodisch. Bij de kleuters liggen alle vakken over elkaar, maar vanaf groep 3 gaan we dat ineens splitsen. Heel vreemd.”

Corjan Guijt, leerkracht van groep 4 op School Alex in Veenendaal: “Met creativiteit kun je problemen beter oplossen. Als ik bedenk dat mijn leerlingen banen gaan krijgen die we nu niet eens kennen, dan is creativiteit een manier om ze daar een beetje op voor te bereiden.”

Op veel pabo’s worden leerkrachten opgeleid om les te geven uit een boek, een methode, waardoor dertig kinderen hetzelfde kunstje doen

De aanpak

Hoe Corjan dat doet? “Door intuïtief lessen anders aan te vliegen. Laatst oefenden we spelling met een circuitje; bij het ene onderdeel schreef je de woordjes op het bord, bij het andere onderdeel met kleurtjes, en bij het volgende punt als dictee. Of we rekenen een keer in de supermarkt tegenover onze school. Ik weet niet altijd wat er op een dag gaat gebeuren, maar haak juist in op de kansen die voorbij komen. Dat past bij mijn karakter, terwijl andere leerkrachten meer moeite moeten doen om het zich eigen te maken. Overigens werken we ’s ochtends vaak volgens de methodes aan taal en rekenen en pakken we de zaakvakken als geschiedenis, biologie en aardrijkskunde met thema’s aan. De leerlingen hebben bijvoorbeeld net toneelstukjes gemaakt over de Middeleeuwen die ze vervolgens presenteren aan de groep.”

Laat kinderen zelf op ontdekkingstocht gaan, stelt Laninga. Dat is dan ook het doel van Reggio Emilia, de onderwijsfilosofie waar vanuit de Paperclip werkt. “Je kunt kinderen leren wat een cirkel is, of een cirkel tekenen en hen de vraag stellen: wat is dit? Wij weten wat een kind per periode moet ontdekken om bij te blijven. Het hoort bij kinderen dat er iemand is die richting geeft in hun leven. Die zogenoemde kerndoelstellingen zetten wij vervolgens om in een vraag. Dat prikkelt de nieuwsgierigheid en interesse van kinderen. Vervolgens kleden we de ruimte, ons gedrag en dat wat we zeggen als volwassenen zo aan dat het kind kan ontdekken dat dat rondje cirkel heet. Kinderen maken zich de wereld eigen op honderden manieren, via de zintuigen, kleiend, tekenend, vervend, bewegend, gravend in de natuur, dansend, etc. Al die manieren proberen wij in te zetten om ons onderwijs vorm te geven, ook bij taal en rekenen.”

“Creativiteit is de vaardigheid om iets opnieuw waar te kunnen nemen en daar betekenis aan te geven”, vult Bakker aan. “Onderwijs betekent niet alleen ontvangen, maar ook je eigen interpretatie toevoegen en dat weer doorgeven. Jouw blik op de wereld mag gelden.”

Creativiteit kan pas echt op gang komen als je waarneming durft toe te laten, zonder interpretatie en oordeel

De skills

Bakker vervolgt: “Oordeel staat zo’n proces van waarneming en verbeelding in de weg. Ik zag leerkrachten eens vijftien minuten een klein object waarnemen. Dat konden ze niet. Bizar! Tijdverlies, zeiden ze. Wat heeft dit voor nut? Terwijl peuters zich minutenlang kunnen verwonderen over een hoopje zand of een wormpje. Creativiteit kan pas echt op gang komen als je waarneming durft toe te laten, zonder het meteen te interpreteren en te beoordelen. Waarom? Om nieuwe ervaringen, nieuwe inzichten, nieuwe geluiden, etc. te integreren in wat je al kent en in wat je wilt veranderen. Het vraagt moed om dat wat jij altijd al op een bepaalde manier doet te bevragen en je open te stellen voor nieuwe mogelijkheden.”

Laninga: “Ik zie het verschil tussen de manier waarop wij werken en het meer reguliere onderwijs in hoe kinderen en ouders dingen benaderen. Zo hadden wij hier een kunstwerk op de gang die onze leerlingen samen met een kunstenaar hadden gemaakt. De manier waarop ze erin lopen. De een rouwdouwend, zodat het bijna kapot gaat, de ander bewegend alsof ze er zelf deel van zijn, zich verwonderend waarbij ze aldoor nieuwe toepassingen blijven verzinnen. Maar ik zie het ook aan ouders die zeggen ‘ga maar kijken’ of ‘afblijven, daar mag je niet aanzitten’. Het enige obstakel voor creativiteit zijn wij zelf. Je moet dit willen en durven. Zolang de veiligheid niet in het geding is, doe een stapje naar achteren en kijk naar je kind. Benader het met vragen. Ontdek zelf die honderden talen (opnieuw). Daar horen overigens duidelijk afspraken bij over hoe een kind zich gedraagt. Want als er in een klas bij de ene tafel uitleg wordt gegeven en een ander leert hinkelend de tafel van vijf, dan moet dat wel zachtjes gebeuren.”

Kale cijfers

Omdat Guijt zich gestimuleerd voelt in zijn manier van werken door zijn leidinggevenden en de collega’s om zich heen, lukt het om creatief te blijven richting zijn leerlingen. “Wij delen veel als team en stellen onszelf continu de vraag: hoe kan dit beter of effectiever? Wij werken bijvoorbeeld met portfolio’s waarbij elk kind aan het einde van een thema werk uitkiest waar hij trots en minder trots op is. Daarbij legt het kind uit waarom hij er trots op is of wat hij juist niet zo goed vond gaan. Dat zegt ouders meer dan kale cijfers. Tegelijkertijd is dat portfolio in ons team continu in ontwikkeling. Ik zie ook een taak voor ouders, want als je thuis geen ruimte krijgt om initiatieven te tonen, leer je creatief denken snel af.”

Het resultaat

“Ik zie mijn leerlingen groeien als het gaat om hun benadering van dingen”, wijst Guijt op het resultaat. “Vorig jaar had ik groep 8 en regelmatig vroegen ze of ze iets ook op een andere manier aan mochten pakken. Ik geloof dat elk kind zijn portie gaven en talenten heeft meegekregen. Ik wil dat recht doen door te ontdekken wie een kind is en wat hij kan. Ik beoordeel dan ook liever hun proces dan waar ze volgens de modellen moeten staan.”

Bakker: “Als we zonder oordeel leren kijken, positieve feedback geven en elkaar dan pas vragen: jij hebt iets ontdekt, wat vinden we daarvan en wat zou jij anders doen en waarom, gaat het prestatieniveau van kinderen omhoog. Op die manier kan elk mens betekenis geven aan de wereld die echt van waarde is.”

Laninga: “Ik wil dat kinderen resultaten halen die bij hen passen. Een ouder zei laatst: ‘Opdat je de mooiste versie van jezelf kunt worden’.”

Tekst Esther van Lunteren. Dit artikel komt uit Jente #26.


Jente

Jente is een christelijk magazine voor ouders. Of je jezelf nu protestant noemt of christen of evangelisch, uiteindelijk gaat het erom dat wij het verlangen delen om ons kind een stevige basis mee te geven: een levenshuis dat op de rots is gebouwd.