Hoe praat je met jongeren over seksualiteit?

14 december
OnderWeg
​Arjet Borger schrijft, adviseert en spreekt over goede seksuele voorlichting. Ze richt zich niet alleen op christenen, maar ook op de brede samenleving. Ziet ze verschil tussen christelijke en niet-christelijke jongeren als het gaat om hun houding tegenover seks? Twee dingen vallen haar op: christelijke jongeren noemen vaak schuldgevoelens, niet-christenen komen vooral met vragen.

‘Het is moeilijk om uit de media een realistisch beeld te krijgen van hoe het gaat onder jongeren. Extreme zaken gaan rond via bijvoorbeeld YouTube, maar in werkelijkheid verlangen de meeste jongeren gewoon naar een veilige en eerlijke relatie. Niemand vindt het leuk als zijn partner vreemdgaat’, zegt Arjet Borger.

Het gesprek gaat op dat moment over wat jongeren in deze tijd onder ogen krijgen en wat ‘normaal’ genoemd mag worden. Christelijke jongeren hebben soms het idee dat ze achterlopen bij de wereld. ‘Maar dat is een scheve voorstelling van zaken’, weet Arjet als gezondheidswetenschapper. ‘De media kunnen een onrealistisch beeld geven en ook voorlichters zelf kunnen iets over seks communiceren wat niet overeenkomt met de werkelijkheid. De meeste mensen willen een goede, betrouwbare relatie aangaan, waarin ze veilig zijn en respect hebben voor elkaar.’

Gemiste kans
Er gaat nogal wat mis in de manier waarop over seks gecommuniceerd wordt. Dat geldt niet alleen binnen de kerk of christelijke gezinnen. Vaak blijft het gesprek bij christenen beperkt tot het opgeheven vingertje: pas op, niet bij elkaar in bed kruipen voor het huwelijk. Arjet Borger vindt het belangrijk om in de voorlichting aandacht te geven aan hoe je een gezonde seksuele relatie opbouwt. ‘Als kerken dat niet oppakken, is dat een gemiste kans. Want het thema speelt onder jongeren. Ze hebben veel vragen en kunnen veel leren van jouw levenservaring.

Ik voel compassie voor mensen. Het doet gewoon pijn als mensen gekwetst of teleurgesteld door het leven gaan. Dat kan een 18-jarig meisje zijn dat te ver is gegaan met haar vriendje of een 23-jarige jongen die veel te vroeg vader wordt. Dat raakt me. Ik geloof dat elk mens behoefte heeft aan relaties, aan gezien worden, aan veilig zijn.

In de voorlichting moet je het ook hebben over gevoelens die spelen in de dynamiek en wederkerigheid van een seksuele relatie. Ook moet je voldoende kennis hebben over hoe je lichaam werkt, dan begrijp je beter hoe je ermee kunt omgaan.’

‘O ja’
Borger komt regelmatig schuldgevoelens tegen in gesprekken. ‘Over zelfbevrediging bijvoorbeeld. Vaak is de basis van het schuldgevoel een gebrek aan kennis over hoe ons lichaam werkt. Het is bijvoorbeeld goed om te weten dat testosteron een jongen gevoelig maakt voor prikkels en beelden die seksuele verlangens oproepen.

Tijdens een ouderavond in een kerk zei een vader: “Maar zelfbevrediging is toch gewoon een zonde?” In reactie daarop vroeg ik hem wat hij zelf had willen horen over zelfbevrediging toen hij een jaar of 12 was. Iedereen moest er even over nadenken. De vader die de vraag stelde, zei toen: “O ja.” Want of het zonde is of niet: dat is een volgende stap. De eerste stap is: hoe werkt je lichaam? Dát moet je weten. Als je dan opgewonden wordt, hoeft er niet meteen een schuldgevoel op te komen. Dan kun je reageren met: “O, dit is hoe mijn lichaam werkt.” Acceptatie van je eigen gevoel is makkelijker als je de juiste kennis hebt. En vanuit acceptatie kun je nadenken over hoe je ermee wilt omgaan.’

Dat er te weinig goed gepraat wordt, heeft dat niet ook te maken met een natuurlijke schaamte die in de puberteit opkomt, waardoor jongeren liever niet met hun ouders over seks praten?

‘Schaamte hoort erbij. Het is een natuurlijk deel van je ontwikkeling. Dat je kind de badkamerdeur op slot gaat draaien in de puberteit: dat hoort erbij. Maar vaak is dat niet de reden waarom een gesprek niet op gang komt. Een moeder vertelde me dat haar zoon niet meer met haar wilde praten over seksualiteit. Hij wist allang hoe zij erover dacht, zei ze. Het is goed om ons af te vragen of we niet te veel vanuit “dit mag wel, dit mag niet” bezig zijn. Je kinderen weten vaak allang hoe je over seksualiteit denkt. Dit kan het voor je zoon of dochter lastig maken om eerlijk te praten over de vragen of thema’s waar hij of zij mee rondloopt.

Hetzelfde kan gelden voor de kerk. Als je een avond organiseert om het over seks te hebben en het blijft steken bij die norm, dan houdt een deel van de jongeren zijn mond. Het is lastig om open en eerlijk over seksualiteit te praten als je bang bent dat de ander je om jouw gedrag of mening afkeurt. Het gebeurt vaak pas op een jeugdavond over dit thema, zeker als je in kleine gespreksgroepjes uit elkaar gaat, dat iemand vertelt dat zij of hij op het gebied van seks alles al heeft gedaan. En ze kijken echt niet altijd blij en tevreden op die keuzes terug.’

Hoe kun je in de kerk de kans aangrijpen voor een goed gesprek?

‘Door aandacht te geven aan jongeren met verkering en belangstelling te tonen voor hun relatie. Denk aan het meisje dat verkering krijgt met een jongen die al seksuele ervaring heeft. Zo’n meisje heeft een veilige plek nodig waar ze naartoe kan gaan en vragen kan stellen: “Wat is nu eigenlijk normaal in een relatie? Wat wil ik eigenlijk zelf?”

Alle jongeren hebben een referentie nodig om goede keuzes te leren maken. Daarom is het zo mooi als jeugdleiders in gesprek blijven gaan, ook als jongeren een relatie krijgen. Of dat je als ouder of als dominee gewoon kunt zeggen: “Hé, hoe is het om verkering te hebben? Voelt het goed? Of overvalt alles je eigenlijk?” Dan kunnen jongeren bijvoorbeeld praten over hun onzekerheid.

Het moet bij gesprekken niet draaien om de norm, maar om onderliggende waarden als veiligheid, keuzes maken, geborgenheid, wederkerigheid, vrijheid en alles wat maar speelt in de dynamiek van een relatie. Vraag aan een stel dat gaat samenwonen ook door over de motieven: is het om uit te proberen of ze bij elkaar passen of gaat het om geldgebrek voor een trouwerij? Dat maakt veel verschil.’

Wat voor vragen worden jou gesteld als je een jeugdavond leidt?

‘Wat ik vooral merk, is de opluchting over de openheid ten aanzien van seksualiteit. De jeugdavonden die ik geef, gaan niet over één norm. Ik stimuleer jongeren na te denken over hoe ze zelf tegen seksualiteit aankijken en hoe ze ermee willen omgaan. Ik probeer hun vooral te leren naar hun eigen gevoelens te kijken, na te denken, in gesprek te gaan en zelfstandig keuzes te maken. En: hoe bespreekbaar is in jouw relatie wat jij wilt, bijvoorbeeld als jij en je vriend(in) verschillend over bepaalde dingen denken? Als jij je te onzeker voelt om te zeggen wat je wilt of wat voor jou belangrijk is, hoe kun je dan goed praten over seks?’

Valkuil
‘Over alles wat met relaties en seks te maken heeft, kun je al op jonge leeftijd met kinderen praten’, zegt Borger. Hoewel dit een open deur lijkt, blijkt in de praktijk dat ouders met zo’n gesprek soms wachten tot de puberteit.

Ook is het nodig om een veilige omgeving te scheppen en het gesprek op gang te helpen. Borger: ‘Juist voor christelijke opvoeders kan het een valkuil zijn om normatief over seksualiteit te praten. Dit geven christelijke jongeren ook zelf aan in onderzoeken. Het is belangrijk om in gesprek te gaan over onze waarden. Wat vind je belangrijk voor je zoon of dochter? Wat vind je belangrijk voor die jongere die bij jou op de jeugdgroep komt? Uiteindelijk wil je die jongere immers helpen om op een goede manier in een relatie te staan. Om te kunnen praten met zijn of haar partner. Om voor zichzelf op te kunnen komen. Om over seksualiteit te praten en om daarin goede keuzes te kunnen maken. Daarvoor is het nodig om na te denken over waarden als liefde, trouw, veiligheid en zorg. Zelfs als jongeren nog niet weten welke norm voor hen belangrijk is, hebben ze al wel gedachten over die waarden. Stimuleer hen om daar nog meer over na te denken. En durf daar zelf ook over in gesprek te gaan.’

Wie voeren zo’n gesprek?

‘De dominee, de ouders en de jeugdleider kunnen die rol innemen. Natuurlijk is het dan belangrijk dat er vertrouwen is in het contact dat je hebt. Je kunt zo’n gesprek goed inleiden en bijvoorbeeld zeggen: “Hé, ik zie al een tijdje dat je verliefd bent. Mag ik eens vragen hoe je in die relatie staat?” Dat is misschien spannend, maar het getuigt van de zorg die je hebt voor elkaar. De kans dat iemand nee zegt, is heel klein.

Het vergt moed om vervolgens ook door te vragen. Soms is dat wel nodig. Dat kan bijvoorbeeld zo: “Ik zie dat hij veel ouder is dan jij.” Of: “Je hebt nu verkering met een meisje dat een relatie van drie jaar achter zich heeft, hoe is dat voor jullie? Heb je iemand met wie je erover kunt praten? Hoe voel je je bij elkaar?” We zijn betrokken bij onze jongeren en vragen hun naar van alles, naar hun studie, hun vrienden en wat ze in hun vrije tijd doen. Juist in deze fase kun je ook meeleven met de relaties die ze aangaan en waar nodig hen ondersteunen.

Ik denk echt dat je als kerk aandacht moet geven aan seksualiteit en veilige relatievorming. Schep een kader waarin jongeren kunnen praten over zichzelf en hun relaties en veilig hun vragen kunnen stellen. Je kunt als gemeente een jeugdavond over dit onderwerp organiseren of een ouderavond over bijvoorbeeld seksuele opvoeding. Door als kerk het thema op de kaart te zetten, komt ook het onderlinge gesprek tussen ouders en kinderen op gang. Je geeft daarmee een signaal af: wij vinden het belangrijk om te investeren in goede relaties.’

OnderWeg

OnderWeg is een tweewekelijks kerkelijk magazine, een waardevolle bron van toerusting en inspiratie voor gemeenten en gemeenteleden.

Tags
Seksualiteit
In gesprek
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!