Slapen en hechting

Een kind moet voldoende veiligheid ervaren, om zich over te kunnen geven aan de slaap. Daarom slapen kinderen moeilijk als er spannende dingen staan te gebeuren of hebben plaatsgevonden. In dit artikel zal ik allerlei weetjes uitlichten rondom slapen. En dat vanuit de basis die we inmiddels kennen: opvoeden is altijd gericht op het verminderen van stress en bieden van rust.

Voor een kind is de wereld een grote ontdekking. Door de dag heen is er veel te zien, voelen, horen, proeven en ruiken. Een kind wil dat allemaal ontdekken. Hier leert en ontwikkelt het kind door. Als een kind aan het exploreren (ontdekken) is, is het intensief bezig informatie tot zich te nemen (blokken zijn zwaarder en harder dan knuffels, sommige kleuren zijn licht, andere donker, etc). Dat kan niet eindeloos doorgaan. Een kind heeft ook momenten nodig waarop het tot rust komt en de informatie verwerkt. De slaap is hier een essentieel moment voor. Tijdens de slaap kan informatie effectief verwerkt worden en is het lichaam in rust.

Er zijn twee belangrijke soorten slaap: de diepe slaap en de REM-slaap. De diepe slaap klinkt vooral aantrekkelijk, maar voor baby's wordt dit 'the high-risk-sleep' genoemd, omdat in deze fase van de slaap de wiegendood kan voorkomen. De REM-slaap is de effectieve slaap; in deze fase van de slaap wordt informatie verwerkt. De fase waarin het kind verkeert, wordt aangestuurd door hormonen. De manier waarop jij met je kind omgaat, heeft invloed op de hormonen van je kind (en jezelf). Veel lichaamscontact (denk aan dragen in een draagdoek) stimuleert onder andere de aanmaak van endorfine (diepe geluksgevoelens), oxitocine ('knuffelhormoon' dat maakt dat je een band met een ander aangaat) en terugdringen van adrenaline (stresshormoon). Door veel positieve aanrakingen, slapen kinderen in totaal korter, maar brengen wel meer tijd door in de REM-slaap. Dit zorgt ervoor dat deze kinderen veel prikkels kunnen verwerken en uitgerust wakker worden. Daarnaast zorgen aanrakingen ervoor dat deze kinderen - als ze wakker zijn - meer tijd doorbrengen in de quiet alert state. De quite alert state is een fase waarin kinderen een open, rustige houding en het beste leervermogen hebben; ze observeren aandachtig, nemen informatie op, verwerken deze informatie effectief, zijn op hun gemak en staan open voor interactie. Als kinderen goed informatie kunnen verwerken als ze wakker zijn, heeft dit natuurlijk ook weer effect op de slaapjes. Genoeg redenen om er alert op te zijn dat je je kind veel knuffelt, kriebelt en masseert.

Niet alleen directe aanrakingen, maar ook jouw fysieke nabijheid tijdens de slaapjes heeft effect op de rust in het lijfje van je kind. M.S. Tollenaar, R. Beijers, J.M.A. Riksen-Walraven en C. de Weerth hebben in 2011 aangetoond dat baby's die in de eerste maanden afgezonderd van de ouders slapen (niet in dezelfde slaapruimte), overdag met bijna 40 procent meer stress te kampen hebben tijdens het badmoment, dan kinderen die wel in dezelfde ruimte als hun kind slapen.

LEREN SLAPEN

Als je wilt dat je kind rustig gaat slapen, besef dan, dat je hem/haar dat moet leren. Natuurlijk zijn er natuurtalenten die overal in slaap vallen, maar andere kinderen hebben meer sturing nodig. Leer de regels rondom slapen. Je kunt je baby nog niet uitleggen wat bij slapen hoort, maar je kunt het wel laten ervaren. Het eerste en belangrijkste waar je mee aan de slag gaat is je kind laten ervaren dat slapen fijn is. De slaapplek moet dan ook een fijne, veilige omgeving zijn voor het kind. Breng samen tijd door op die plek, maak plezier en zorg ervoor dat je kind zich op z'n gemak voelt, zodat het een vertrouwde, fijne plek wordt.

Zorg dat je kind rustig en ontspannen wordt. Dit kan door bijvoorbeeld een fijne massage te geven op de slaapplek. Neem bij een jonge baby 10 minuten de tijd om deze rustig te laten worden. Vanaf de leeftijd dat een kind nog maar twee slaapjes op een dag maakt, is het goed hier een half uur voor te benutten! Laat je kind ook ervaren dat bij slapen weinig licht hoort (een donkere omgeving versterkt de aanmaak van het hormoon melatonine, wat de slaap bevordert). Let ook op de geluiden. Neem jezelf voor om altijd te fluisteren als je bij de slaapplek aankomt. Zo leer je je kind dat rust, stilte en een donkere omgeving bij slapen horen. Je kunt je kind dit niet in een keer leren. Door bovenstaande steeds rond de slaapmomenten te herhalen, slijt je als het ware langzaam maar zeker de gewoonten in.

Leer het verschil tussen korte slaapjes overdag en een lange slaap 's nachts. Baby's hebben pas met 9 maanden een 24-uurs ritme. Toch hoef je niet tot 9 maanden te wachten om het verschil tussen dag en nacht aan te leren. Als je een verduisterend gordijn hebt op de slaapplek van je kind, laat deze dan op een kiertje open als je je kind overdag te slapen legt. Je verduistert de ruimte dan wel, maar je kind leert het verschil tussen de volledige duisternis 's nachts en de lichte verduistering overdag. Haal je kind na het slaapje overdag (hoe kort het slaapje ook was) altijd uit bed. Je kind heeft even uitgerust en de lengte van de slaap zegt niet zoveel over de effectiviteit van de slaap, zoals je hierboven hebt kunnen lezen. Stel daarentegen 's nachts alles in het teken van verder slapen, zodra je kind ontwaakt. Houd je kind rustig, laat het donker en stil blijven en maak vanaf het ontwaken duidelijk dat je kind weer verder zal slapen. Zo leert je kind dat het verder mag slapen als het donker is, maar eruit mag als het licht is.

Een slaapcyclus duurt 3 kwartier. Slaapt je kind 3 kwartier dan heeft het dus een volledige slaapcyclus doorlopen. Merk je dat je kind niet genoeg uitrust van een slaapje van 3 kwartier, probeer dan je kind te leren 2 slaapcyclussen achter elkaar te slapen. Dat kan door ervoor te zorgen dat je na ongeveer 3 kwartier in de buurt bent en als je merkt dat je kindje wakker wordt, het speentje te geven of iets anders te doen waar je kindje van gaat slapen. Als dat niet voldoende is, kun je ook het slaapritueel (de dingen die je altijd doet als je je kindje in bed legt) opnieuw te herhalen als je kindje wakker wordt. Doe dit alleen als je merkt dat je kindje echt te weinig uitgerust is als het wakker wordt.

Slaapt je kindje korter dan 3 kwartier, probeer dan te achterhalen wat je kind stoort in de slaapcyclus en dit te verhelpen. Houd altijd in gedachten dat het erom gaat dat je kindje de gebeurtenissen van de dag verwerkt - niet dat het zolang mogelijk slaapt. Als je kind uitgerust de dag doorkomt, hoeft er niets aan het slaappatroon te veranderen, hoewel het goed is te stimuleren dat je kindje minimaal 1 slaapcyclus per slaap doormaakt.

NABIJHEID EN VERWENNEN

Je kind heeft jouw nabijheid nodig. Soms bestaat het beeld dat wanneer je steeds beschikbaar bent en nabijheid biedt, je uitlokt dat je kind niet tevreden te stellen is en aldoor meer van je blijft vragen. Maar het tegenovergestelde is waar. Wanneer je nabijheid biedt, zal je kind juist niet meer van je vragen, want er wordt in zijn behoefte voorzien. Wel is het zo dat je kind aan jou nabijheid gewent raakt en dat is ook heel gezond! Je kind moet op jouw nabijheid en beschikbaarheid kunnen rekenen. Laat je niet leiden door de angst om je kind te verwennen. Er zijn genoeg ouders die altijd bij hun kinderen blijven totdat ze in slaap vallen en die kinderen ontwikkelen zich opmerkelijk goed. Het belangrijkste is dat je beschikbaar bent en troost als je kind huilt. Middlemiss, W., Granger, D., Goldberg, W., Nielsen, H. (2008) onderzochten het stressniveau bij moeder-kind-paren wanneer de moeders hun kinderen in slaap lieten huilen. Binnen 3 dagen huilden de meeste kinderen niet meer, maar de toename in stress bleef onverminderd hoog. De kinderen waren dus niet gerustgesteld, maar uitten hun emoties niet meer. Op de langere termijn zien we dat deze vorm van slaaptraining hetzelfde uitwerkt; kinderen hebben moeite met het uiten en reguleren van hun emoties.

Het is goed om een kind te leren zelfstandig in slaap te vallen, maar het is nog belangrijker om te leren dat je beschikbaar bent en troost als je kind je nodig heeft. Leer het slapen daarom in stapjes en forceer het niet.

PATROON LEREN

Regelmaat in de dag geeft je kind rust, omdat je kind gaat herkennen welke activiteit eraan komt. Zo kan je kind al van tevoren herkennen dat het bijna slaaptijd is. Nu heeft je kind de tijd om daaraan te wennen en rustig te worden voordat het zich overgeeft aan de slaap. Een patroon dat kinderen het snelst herkennen is een vaste volgorde van activiteiten die als een cyclus de dag doorgaan. Stel in dat patroon de slaap centraal als vast onderdeel waar de rest zich omheen beweegt! Een volledig patroon kan zijn: slapen, interactiemoment, spelen met materiaal op een eigen speelplekje (geef steeds even aandacht tussendoor aan het kind, maar stoor je kind niet als het aandachtig speelt), slaapritueel, voeden. Na het voeden begint het patroon weer bij slapen, etc. Stuur het patroon zo, dat het ongeveer 3 uur bij elkaar duurt. Neem daarin de lengte van de slaap aan voor wat het is. 1 slaapcyclus van diepe slaap en REM-slaap duurt ongeveer 45 minuten. Soms zie je dat kinderen 2 slaapcyclussen achter elkaar slapen van anderhalf uur (of meer). Als je dit patroon steeds herhaalt, gaat je kind het herkennen en na 3 uur weer moe worden. Merk je dat je kind steeds nog veel energie heeft voor het slapen dan kun je de duur van het patroon naar 4 uur verlengen.

Wijzer in hechting

Eva van Meeuwen is gespecialiseerd in gehechtheid tussen opvoeders en kinderen in de eerste 3 jaar. In 2013 richtte ze Wijzer in Hechting op. En naast het aansturen van de stichting Hechting begeleidt ze gezinnen en geeft ze trainingen en workshops.