De kracht van aanraken

In de jaren 50 van de vorige eeuw voerde Harlow een onderzoek uit waar de dierenbescherming vandaag de dag niet vrolijk van zou worden. Hij nam jonge resusaapjes bij de moeder weg en maakte surrogaat moeders (nep-apen) waarvan hij er één bekleedde met een zachte vacht en de ander uit staaldraad bestond. Wat bleek: de resusaapjes brachten 15 uur per dag door bij de zachte-vacht-moeder en 2 uur per dag bij de staaldraad-moeder, ook al gaf deze melk. Zelfs de zachte-vacht-moeder zonder melk werd verkozen boven de staaldraad-moeder met melk. In angstige situaties vonden de resusaapjes uiteindelijk steun bij de zachte-vacht-moeder, maar niet bij de staaldraad-moeder. Dit onderzoek maakt zichtbaar dat aapjes zich niet hechten door van goede voeding te worden voorzien, maar door lekker tegen de zachte vacht van mama-aap aan te kruipen.
Rygaard (2007) licht het belang van lichaamscontact uit aan de hand van de oorspronkelijke Latijnse betekenis van het begrip ‘contact’. ‘Con’ betekent met of door en ‘tactile’ staat voor huidcontact, het gevoel van aanraken.

HERSENONTWIKKELING

Lichaamscontact is met name van belang voor het brein in ontwikkeling. Wanneer een baby geboren wordt, is nog maar een kwart van de hersenen ontwikkeld. Bij het opgroeien van de baby groeit het brein ook. Het verdubbelt in grootte tot het 60 procent van het volwassen volume bereikt aan het eind van het eerste jaar. Sears schrijft in zijn boek ‘Attachment Parenting’ hoe aanraken de hersenontwikkeling stimuleert: “Baby’s hebben als ze geboren zijn miljoenen neuronen in hun brein. Neuronen zijn cellen die een aanraking door het brein heen leidt. Veel van deze neuronen in het brein van een baby zijn nog niet aan elkaar verbonden bij de geboorte. Wanneer het brein groeit, groeien ook de neuronen en worden verbindingen met andere neuronen gelegd. Deze verbindingen zorgen dat de baby kan leren, organiseren, patronen herkennen en herinneringen opslaan. Hoe vloeiend deze neuronen zich aan elkaar verbinden en hoeveel verbindingen er worden gelegd, heeft direct verband met de interactie die de baby met zijn omgeving heeft.” En laat aanraken in het eerste jaar nu de belangrijkste interactie zijn voor een baby.

MEER DAN 1000 WOORDEN

Aanraken is de meest krachtige en directe interactie. Baby’s begrijpen nog niet wat je bedoelt als je praat, maar een aanraking zegt meer dan 1000 woorden. Met een liefdevolle aanraking ‘zeg’ je eigenlijk “ik bescherm je, ik houd van je, ik verwarm je, je bent veilig en geborgen bij mij”. Niet vreemd is dan ook dat aanraking agressie verlagend werkt, pestgedrag laat afnemen en het leervermogen verbetert (Sluijter, 2002). Maar ook op korte termijn merk je effect; je kind kan meer aan op een hectische dag, als je veel nabijheid biedt. Het lijkt te simpel om waar te zijn, maar jouw nabijheid als ouder is het belangrijkste wat je je kind kan geven, en in het eerste jaar betekent dat vooral lichaamscontact.

DRAAGDOEK

Dragen met een draagdoek is een handige manier om je baby zoveel nabijheid te geven als het nodig heeft en toch je handen vrij te hebben. Bovendien is de draagdoek enorm stimulerend gebleken voor de hechting. In een interventieonderzoek van Anisfeld e.a. (1990) kreeg één groep moeders van pasgeborenen een draagzak en de controlegroep moeders een plastic wipstoeltje. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder een doelgroep waar een laag percentage veilig gehechte kinderen te verwachten was. 13 maanden na de geboorte bleek 83 procent (!) van de experimentele groep veilig gehecht, tegenover 38 procent in de controlegroep. Dit onverwacht grote effect van de draagzak, komt niet alleen omdat je een belangrijke behoefte van je kind vervult, maar ook omdat het je zelf als ouder vormt. Om een aantal voorbeelden te noemen:

  • Je leert je baby goed kennen. Doordat je veel en dichtbij je kindje bent, leer je het karakter van je baby sneller kennen. Daarnaast kun je het gedrag van je baby beter begrijpen.
  • Je hoeft je steeds minder af te vragen “wat is er aan de hand?” en weet wanneer en in welke situatie je kind wat nodig heeft. Hierdoor ben je zelfverzekerd en positief gestemd als je ziet dat je je baby steeds datgene biedt waar hij/zij tevreden mee is.
  • Het bij je dragen van je baby lokt je uit gevoelig te zijn voor de signalen die je baby afgeeft en daar direct en passend op te reageren. Tot vandaag de dag wordt dit als belangrijkste bijdrage aan hechting gezien.
  • Je ‘leest’ je kind sneller, doordat je eerder in de gaten hebt of je baby onrustig is, meer of minder slaapt, of tekenen van ziekte vertoont. Je voelt en ziet het namelijk direct! Daardoor volg je de ontwikkeling van je kindje beter en ben je er sneller bij als je kindje ziek is.
  • Je hebt minder moeite met de aanpassing van jouw leefsituatie aan die van je kind. Doordat bijna alle activiteiten voortgezet kunnen worden met je kind in de draagdoek, deel je jouw leven met je kind in plaats van dat jullie beiden een eigen leven hebben wat afstemming vereist.

BRONNEN ARTIKEL

  • Van IJzendoorn, M.H. (1994). Gehechtheid van ouders en kinderen. Intergenerationele overdracht van gehechtheid in theorie, (klinisch) onderzoek en gevalsbeschrijvingen. Bohn Stafleu, Van Loghum, 1994, p 144-176
  • Rexwinkel, M., Schmeets, M., Pannevis, C., Derkx, B. (2011). Handboek Infant Mental Health. Inleiding in de ouder-kind behandeling. Van Gorcum, p. 479-480
  • Van IJzendoorn, M.H., Tavecchio, L.W.C., Goossens, F.A., Vergeer, M.M. (1988). Opvoeden in geborgenheid. Een kritische analyse van Bowlby’s attachmenttheorie. Van Loghum Slaterus, p. 27-29, 58-61
  • Sears, M.D., Sears, R.N. (2001). The Attachment Parenting Book. Little, Brown and Company, p. 11-13
  • Gerhardt, S. (2004). Waarom liefde zo belangrijk is. Hoe de liefde voor je baby zijn hersenen vormt. Scriptum, p. 45-51

Wist je dat..

ook het geven van borstvoeding een helpende factor is? Door borstvoeding te geven, geef je automatisch veel nabijheid aan je kind. Niet alleen door het huid-op-huid contact tijdens de voeding, maar bij zowel moeder als kind komen de zogenoemde knuffelhormonen vrij. Deze hormonen werken tot een half uur na elke voeding. In tijden dat een baby veel ontwikkelingen doormaakt, ziek is of onrust ervaart, heeft het meer nabijheid van moeder nodig en zie je dat baby’s vaker gaan drinken – wat meer knuffelmomenten uitlokt. De hormonen zorgen zowel bij jou als je kind ervoor dat jullie het halve uur na de voeding het liefst willen knuffelen met elkaar.

Wijzer in hechting

Eva van Meeuwen is gespecialiseerd in gehechtheid tussen opvoeders en kinderen in de eerste 3 jaar. In 2013 richtte ze Wijzer in Hechting op. En naast het aansturen van de stichting Hechting begeleidt ze gezinnen en geeft ze trainingen en workshops.