Baby's en relaties

In de eerste anderhalf jaar van hun leven, ontwikkelen baby’s een algemeen beeld van hoe een relatie werkt. Dat algemene beeld wordt ‘intern werkmodel’ genoemd. Zo’n intern werkmodel heeft grote invloed op de manier waarop deze baby’s de rest van hun leven omgaan met relaties. Ook is dit vormend voor hun Godsbeeld. In dit artikel zal ik beschrijven hoe dat zo groeit en vormt.

ERVAREN EN OBSERVEREN

Steeds weer blijkt dat jonge kinderen uitstekende observeerders zijn. Ze observeren hun ouder aandachtig en nauwkeurig. Daarnaast ervaren baby’s in relatie met hun hechtingsfiguren veiligheid of onveiligheid. Nabijheid of afstand. Rust of stress. Na anderhalf jaar ervaren en observeren, heeft een baby een beeld van relaties ontwikkeld, wat levenslang van invloed is. De baby leert twee basisvaardigheden met betrekking tot relaties, die alles met elkaar te maken hebben:

  • Basisvertrouwen. Hierdoor zal het een algemeen beeld ontwikkelen dat anderen te vertrouwen zijn. Hoe ontstaat basisvertrouwen? Als een baby een vieze luier heeft en een schone krijgt, honger heeft en gevoed wordt, dichtbij de ouder wil zijn en geknuffeld wordt, pijn heeft en getroost wordt, went de baby aan het patroon dat er wordt ingegaan op zijn behoeften. Als er ongemak is zoals een vieze luier, vertrouwt de baby erop dat het ongemak verholpen zal worden, want het weet niet beter. Dat is basisvertrouwen. Door consequent te reageren op signalen van het kind, groeit bij de baby het vertrouwen dat de ouder er steeds voor hem zal zijn en voor hem zal zorgen.
  • Troost ontlenen aan de ouder. Wanneer een baby verdriet heeft, pijn heeft of angst ervaart, lokt het troost uit van de ouder. Als de baby troost zoekt bij de ouder en daadwerkelijk rustig wordt (troost ontleent aan de ouder), dan ervaart de baby veiligheid in relatie met die ouder.

Latere ervaringen blijven een kind vormen, maar er zijn behoorlijk ingrijpende nieuwe ervaringen nodig om het intern werkmodel - dat een baby op anderhalfjarige leeftijd gevormd heeft – te veranderen.

INTERN WERKMODEL

Als het goed is, vormt de baby een algemeen beeld dat anderen te vertrouwen zijn, er goed voor hem/haar wordt gezorgd, hij/zij altijd terecht kan bij de ouder en getroost wordt als daar behoefte aan is. Dat zorgt ervoor dat dit kind op latere leeftijd anderen kan vertrouwen en als iemand niet betrouwbaar blijkt, dan blijft het overheersende beeld toch dat anderen te vertrouwen zijn. Deze kinderen zijn goed in staat gezonde, positieve relaties te leggen (de ander kunnen vertrouwen is daar een voorwaarde voor!). Deze kinderen en later volwassenen hebben ook steun aan een ander; ze hebben mensen rondom hen op wie ze terug kunnen vallen. Ze durven kwetsbaar te zijn en zich te laten troosten door de ander. Hun vertrouwen in de ander zorgt ervoor dat ze zich ook daadwerkelijk gesteund voelen door de ander, en niet het gevoel hebben ergens alleen voor te staan. Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat het vermogen om een steunend netwerk te creëren, ontzettend bepalend is voor het welzijn van de volwassene.

Als er inconsequent zorg is voor het kind of consequent niet, dan is het voor zo’n kind moeilijker om erop te vertrouwen dat de ander er voor hem/haar zal zijn. Het algemeen beeld van de baby wordt dan dat anderen niet te vertrouwen zijn. De baby ontwikkelt een strategie om hiermee om te gaan door; afstand te nemen van de ouder (uit angst voor afwijzing van de ouder als het om hulp/troost vraagt) of door de aanwezigheid of aandacht van de ouder te claimen (uit angst om verlaten te worden). Negatieve ervaringen op latere leeftijd (die overkomen ons allemaal) bevestigen steeds weer het beeld “zie je wel, anderen zijn niet te vertrouwen”. Terwijl positieve ervaringen niet worden toegelaten, omdat dit kind moeite heeft met ontvangen. Het kan soms jaren duren voordat er wat vertrouwen groeit en het vergt enorm doorzettingsvermogen en betrouwbaarheid van de ander.

RELATIE VAN OUDERS

Nu even naar de relatie van ouders. Naast de relatie die de ouders met het kind leggen, geven zij met elkaar ook een levend voorbeeld van hoe relaties werken. Zijn de rollenverdelingen in de relatie duidelijk en wordt dit van beide kanten geaccepteerd en in stand gehouden? Is er veel strijd in de onderlinge relatie? Wordt het onderling geaccepteerd als een de leiding neemt? Wordt er in liefde aan gezag onderworpen of levert het strijd op? Ontlenen de ouders steun aan elkaar (heel belangrijk; ga het eens bij jezelf na!)? Dienen zij elkaar of stellen zij eigenbelang voorop? De relatie tussen ouders bepaalt voor een aanzienlijk deel de veiligheid van hun kind. Als er strijd is tussen ouders, dan roept dat spanning op bij het kind. Als er liefde is tussen ouders, dan brengt dat een gevoel van geluk en veiligheid. En waar wij als volwassenen al snel overgaan tot beredeneren, kunnen jonge kinderen enkel ervaren. Die ervaren een veilig, gezellig klimaat… of spanningen in het gezin. Ik kan niet genoeg de nadruk leggen op rust in het gezin. Rust is het tegenovergestelde van stress. Als ouder is het je taak ervoor te zorgen dat er rust heerst in je gezin en je keuzes maakt om stress buitenshuis te laten. En je hart is onrustig, tot het rust vindt bij God!

VORMEN VAN HET GODSBEELD

Een baby begrijpt nog niet, maar ervaart. Je kunt geloofszaken nog niet begrijpelijk maken (in hoeverre blijven ze voor ons onbegrijpelijk!), maar de kernwaarden van het christelijk geloof toch in alle volheid meegeven. Juist door een gezond beeld van relaties te vormen. Je laat je liefde en nabijheid ervaren. Je leert je kind onderwerpen in gehoorzaamheid, ook als het zelf niet alles begrijpt. Je bent betrouwbaar en zo oefent je kind in het stellen van het vertrouwen op een Ander. Je laat je kind kennis maken met een Plek waar troost en rust te vinden is. Je leert je kind overgeven aan Iemand die alles bestuurt. Je vergeeft zeven maal zeventig maal en vraagt anderen om vergeving als jij tekort schiet. Als er tegenslagen zijn, volhard je en blijf je hoop houden op een betere toekomst. En als jij - die weleens verkeerde en slechte keuzes maakt – je kind goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader geven wat zij nodig hebben.

Wijzer in hechting

Eva van Meeuwen is gespecialiseerd in gehechtheid tussen opvoeders en kinderen in de eerste 3 jaar. In 2013 richtte ze Wijzer in Hechting op. En naast het aansturen van de stichting Hechting begeleidt ze gezinnen en geeft ze trainingen en workshops.