Bijbellezen met kleintjes: waarom en hoe?

Een kind van anderhalf – of misschien zelfs nog jonger – uit de Bijbel voorlezen en vertellen. Waarom doe je dat? De Bijbel is zo’n beetje het moeilijkste boek van de wereld. Theologen kunnen er uren over praten, zonder het eens te worden over hoe je hem moet uitleggen. En dan gebruiken we uitgerekend dat boek om er met onze kleine kinderen over te praten. Waarom doen we dat als ze nog zo jong zijn? En misschien even belangrijk: Hoe doe je dat?

Bijbellezen: waarom?

Jonge kinderen zijn gek op rituelen. Iedere keer na het eten pakt papa of mama de kinderbijbel uit de kast. Wat een feest voor het jonge kind als dingen iedere dag hetzelfde gaan. Dat geeft houvast. Hij weet al waar de Bijbel ligt. En hij verheugt zich erop dat hij straks bij papa of mama op schoot mag. Dan gaan ze samen bladeren in dat mooie boek. Dat ging gisteren zo en vandaag gaat dat weer gebeuren. Als er een keer weinig tijd is en het ritueel niet door dreigt te gaan, wijst de kleine naar de kast waar de Bijbel ligt. In z’n eigen taal maakt hij duidelijk: er moet gelezen worden, want dat doen we toch altijd? Maak er met elkaar ook een moment van rust van. Neem de tijd voor elkaar. Laat je kind plaatjes aanwijzen of een gebaar na doen. Dan ontstaat er volop interactie tussen jullie samen, maar ook tussen het verhaal en je kind. Wanneer je de dan ook nog een liedje erbij zoekt dat bij het bijbelgedeelte past en zingt, wordt het helemaal feest voor je kind.
Bid of dank voor iets wat uit het bijbelgedeelte naar voren kwam. Hierdoor leert je kind dat die twee niet los van elkaar staan, maar dicht bij elkaar horen.

Jonge kinderen willen leren.
Op allerlei manieren ontwikkelt een kind zich; door te spelen, door te kijken, door na te doen, door te luisteren. Voorlezen is een van de belangrijkste manieren om de taal en spraakontwikkeling van je kind te stimuleren. Dus naast dat het een fijn ritueel is om lekker op schoot te zitten met een boekje, leert je kind er een hoop van.
Ook nieuwsgierigheid is een gave waar we gebruik van kunnen maken. Een kind doet niets liever dan steeds een stukje meer van de wereld ontdekken. Leer ze dat er een God is die deze wereld heeft geschapen. En vertel dat die God de wereld zo lief had dat Hij Zijn enige Zoon naar de wereld heeft gestuurd om mensen gelukkig te maken. Het klinkt misschien als grote woorden voor een jong kind, maar het kan een basis vormen wat je later op verder bouwt.

Jonge kinderen geloven alles wat je zegt. Een kind gelooft het als je vertelt dat de Heere God de aarde heeft gemaakt. Over de vraag of dat nu letterlijk in zes dagen is geweest, maakt hij zich niet druk. De vraag komt niet eens in hem op. Daarom zegt de Heere Jezus dat wij moeten worden als een kind. Geloven wat er staat, is voor jonge kinderen eenvoudiger dan voor volwassenen.
De taak die wij hebben, is Gods Woord doorgeven. Waardoor kinderen gaan beseffen dat er een God is en dat die God iets met hun leven te maken heeft. Dat er dan na verloop van tijd vragen komen, is een goede zaak. Het kind denkt er blijkbaar over na!

Jonge kinderen genieten van dingen samen doen. Het samen naar de plaatjes in de kinderbijbel kijken en erover praten, geeft een kind een fijn gevoel. “Papa of mama is er nu helemaal voor me. Hij reageert op wat ik aanwijs en zeg. Bijbel lezen is fijn!” Soms begrijpt een kind nog helemaal niets van de bijbelse geschiedenis. Toch breng je al wel iets van de bijbelse boodschap over. Je kind ziet dat je tijd neemt voor het Woord van God. Je kind merkt dat je het belangrijk vindt dat hij het gaat begrijpen. En je kind voelt zich gehoord als je ingaat op wat hij aanwijst of zegt.

Bijbellezen: Hoe?

Van plaatjes kijken naar voorlezen
Vanaf drie maanden kun je al samen met je kind plaatjes kijken. Kleine boekjes over de schepping of over Noach zijn mooi om naar te kijken. Vertel hem wat je op de plaatjes ziet? Welk dier is dat? En welk geluid maakt dat dier?
Eet je kind mee aan tafel, dan is dat een mooie gelegenheid om echt te beginnen met een kinderbijbel. Vanaf negen maanden kun je al een korte geschiedenis voorlezen en daar vervolgens samen over praten. De geschiedenissen met dieren blijven waarschijnlijk nog even favoriet.
Een stoere jongen van twee zal de geschiedenis van David en Goliath zeker waarderen. Op deze leeftijd kun je de hele kinderbijbel voorlezen. Door er telkens vragen over te stellen, merk je of hij begrijpt wat je leest.

Welke kinderbijbel?
Oriënteer je op het aanbod kinderbijbels. Dat kan door te kijken naar wat andere ouders in huis hebben, naar de christelijke boekhandel te gaan of te kijken op www.kinderbijbels.nl. Een bezoek aan de bibliotheek kan ook handig zijn. Je kunt een paar kinderbijbels lenen en thuis in alle rust beslissen welke jij gaat aanschaffen.
Op www.kinderbijbels.nl kun je van veel kinderbijbels een paar pagina’s bekijken. Let bij de peuterbijbels vooral op de plaatjes. Zijn die aansprekend voor kinderen? Vindt jouw kind ze aansprekend?
Voor jonge kinderen zijn er ook volop voelboekjes of boekjes met een bijbelverhaal te krijgen. Dat kan een mooie aanvulling zijn, naast een kinderbijbel.

God als Schepper
Een van de eerste dingen die een kind leert, is dat God de Schepper is van de hemel en de aarde. “De Heere God heeft alles gemaakt. Het was allemaal heel mooi en heel goed.” Vertel dat gerust duizend keer bij alles wat je ziet: de zon, de bomen, de planten, de mensen, je kind zelf. Dan komt vanzelf het moment waarop een kind vraagt of de Heere God ook de auto heeft gemaakt. Dat is het moment om het verschil tussen maken en scheppen uit te leggen. Wij kunnen iets maken als we iets hebben. Als we blokken hebben, kunnen we een huis maken. De Heere God had niets. Hij zei dat er een boom moest zijn en toen was er ook een boom.

Echt gebeurd!
Bij een kind van drie kun je gaan werken aan het besef van realiteit. Wat er in de Bijbel staat, is echt gebeurd. Heel lang geleden. De Bijbel is dus een heel ander boek dan Jip en Janneke. Annie M.G. Schmidt heeft alle verhaaltjes zelf bedacht. Jip en Janneke bestaan niet echt. Ze leven niet. De Heere God is echt. Hij leeft. Je kunt Hem niet zien, maar Hij is er wel. Hij woont in de hemel en op de aarde. Hij woont in alle mensen die van Hem houden! David liep dus echt op aarde rond. Net als Goliath. En Simson, niet te vergeten.

Dit artikel is een gedeelte van een hoofdstuk over Bijbellezen uit het boek ”Voorleven – in gesprek over opvoeden en geloven – 0-3 jaar”, een uitgave voor opvoedkringen van de HGJB. U kunt bestellen in onze webshop.

HGJB

De HGJB (Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond) wil samen met de plaatselijke gemeente jongeren helpen hun geloof te ontdekken en te beleven in de kerk van nu.