Vertrouwelijke omgang met God

"Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen." Het is de eerste reactie van ds. J.J. ten Brinke als het erom gaat kinderen te leren bidden. "We moeten ze het besef geven dat de Heere de levende God is; laat het voor onze kinderen niet te ontkennen zijn dat de levende Heere hun tijdelijke en eeuwige geluk werkelijk op het oog heeft, dat Hij Degene is bij Wie ze met alles van hun leven helemaal veilig zijn."

Iedere avond gaan de drie kinderen van de familie Ten Brinke op hun knieën voor hun eigen bed. Juda (2) zag het zijn oudere zussen, Rebekka (5) en Rachel (3), doen en volgde hun voorbeeld na. Mevrouw E. ten Brinke-de Rijke: „Een vaste plek om te bidden is belangrijk, maar meer nog de gebedshouding. Hieruit moet eerbied spreken tot God. Ze zitten dus op hun knieën voor het bed met de handen gevouwen. Het hoofd niet op de dekens, maar rechtop. Dit zijn zaken die je ze al vanaf heel jong bij kunt brengen. Evenals het stil zijn als papa of mama voorgaan in gebed. Daar mag je streng in zijn. Ze moeten beseffen tegen Wie we praten als we bidden. Als Juda na het eten niet stil is, gaat de kinderstoel even naar de gang. Meestal kunnen we hem gelijk terughalen, want dan is het over en gedraagt hij zich. Het inscherpen uit Deuteronomium 6 heeft hier zeker mee te maken. Het wordt dan misschien een stuk gewoonte, maar als God het geeft wel een levende gewoonte.

Dat de hectiek van een jong gezien soms haaks staat op de rust die nodig is om te bidden, ervaart de familie Ten Brinke ook. „Als de kinderen moe zijn, hebben ze echt niet altijd zin om te bidden. Op zon moment vraag je gehoorzaamheid van hen. Dwangmatig moet het in ieder geval niet worden. Een enkele keer zeg ik in zon situatie: Ga maar naar bed zonder bidden. Dan is het paniek, want dat willen ze niet. Zoiets moet je natuurlijk niet te vaak doen.
Ds. Ten Brinke wijst erop dat een kind leren bidden begint met zelf bidden voor je kind. „Vanaf de zwangerschap heeft het kind een plaats in ons gebed. Ook zongen we altijd voor het kind in de baarmoeder. Na de geboorte komt er het bidden en zingen bij de wieg. Naarmate de woordenschat toeneemt, kun je het kind leren om woordjes te zeggen uit het gebed voor het eten: Heere, zegen dit eten om Jezus wil, amen.

Eigen woorden

De familie Ten Brinke laat de kinderen al jong in hun eigen woorden bidden. Wanneer is een kind daaraan toe?

Als je merkt dat hij van alles aan jou kan uitleggen en vragen, kun je daar zeker mee beginnen. Je moet daar niet mee wachten tot ze zes zijn.

"Ik bad bijvoorbeeld: Heere, wij danken u voor deze... en het kind mocht dan het laatste woord, dag, aanvullen. Dat kun je dan steeds verder uitbreiden. Ook als kinderen al wel zelf een gebed kunnen uitspreken, moeten ze nog veel leren. Vaak laat ik m'n dochter eerst in haar eigen woorden bidden en vervolgens bid ik met haar. Niet omdat ik het beter doe, maar om haar het geheel te laten zien.
Ds. Ten Brinke kan zich nog goed herinneren dat hij als klein kind zijn moeder voor het bed geknield zag liggen. „Zulke ervaringen blijven je bij; de Heere was en is voor mijn ouders levende werkelijkheid in hun leven. Zeker in de beoefening van het persoonlijk gebed wordt dat zichtbaar."

Onderwijs uit de Bijbel
Om de kinderen bewust te maken van wat ze doen als ze bidden, knopen ds. en mevrouw Ten Brinke geregeld het gesprek daarover aan: Wat is bidden? Wie is de Heere God? „Je merkt soms dat het gebed een riedeltje wordt. Niet dat het verkeerd is om voor vaste dingen te bidden, maar bidden is meer dan een rijtje opsommen.
Na de verhuizing van het gezin en de intrede van ds. Ten Brinke in de Hervormde wijkgemeente van bijzondere aard Het Anker in Bleiswijk merkte mevrouw Ten Brinke dat Rebekka wel altijd bad voor haar vroegere vriendinnetjes en buurkinderen, maar dat ze de nieuwe omgeving nog niet daarbij betrok. „Toen ben ik die gaan noemen in het gebed en nam zij dat over.
Ds. Ten Brinke benadrukt dat het gebed nauw verbonden is met het onderwijs uit de Bijbel. „Hoe kun je anders weten tot Wie je spreekt? In Psalm 78 lezen we dat wij de kinderen Gods grote daden moeten vertellen, zodat zij hun hoop op God stellen, Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren. En hoe leer je te vertrouwen? Door zeker te zijn van Degene Die je vertrouwt! En juist de vertrouwelijke omgang met God door het gebed is de weg waarin we onze kinderen ook mogen leren vertrouwen. Als ouders moeten we daarover met onze kinderen spreken. In vers 4 staat: Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.

We moeten ze leren dat de HEERE betrouwbaar is. Ik hoef niet tegen mn kinderen te zeggen: met jou zit het goed, maar wel: met de Heere zit het goed.

Laten we er als ouders voor waken onze kinderen onzeker te maken over de HEERE. Hij heeft Zijn betrouwbaarheid hoogstpersoonlijk verzegeld toen onze kinderen zijn gedoopt. Zouden we ze daar niet van mogen en moeten verzekeren?
We hopen en bidden dat onze kinderen een vertrouwensrelatie met de Heere krijgen, ook door het gebed. Dat ze hem door het geloof Vader mogen noemen. Die aanspraak zegt hen nu nog niet veel. Als ze het over vader hebben, dan ben ik dat. Ik zeg wel eens bij het naar bed brengen: Als je vannacht wakker wordt en mij roept, kan ik je wel komen helpen, maar alleen de Heere God kan deze nacht voor je zorgen. Worden ze s nachts een keer huilend wakker, dan bidden we met hen tot God of die hen weer rustig wil maken. Ik kan natuurlijk ook Jip en Janneke voor gaan lezen, maar het is van groot belang dat ze zien dat we de Heere in alle dingen van het dagelijkse leven nodig hebben.

Zonden belijden
Pas was in het predikantsgezin bij het Bijbellezen aan tafel een gedeelte uit Jeremia aan de beurt. „De oudste zei spontaan na het lezen: Mag ik zeggen waar het over ging? De mensen luisterden niet naar de Heere. Voor mevrouw Ten Brinke was dit aanleiding om in te gaan op de gebrokenheid die overal is, door de zonden. „Het belijden van de zonden is een wezenlijk aspect in het gebed. Voor kinderen niet altijd makkelijk. Want wat is zonde? Als ik zelf hardop met de kinderen bid, noem ik het afwisselend verkeerde dingen en zonde en benoem ik die zo concreet mogelijk.
Op een gegeven moment viel het mij op dat Rebekka in haar gebed alleen de zonden van Rachel en Juda aan de Heere vertelde en die van haarzelf buiten beschouwing liet. Dan moet je haar als ouders wijzen op haarzelf. En uitleggen dat het nog dieper gaat dan verkeerde dingen doen. Alles wat uit het geloof niet is, is zonde. Juist om de kinderen dat besef van zonde bij te brengen, moet je steeds weer uitleggen waarom de Heere Jezus naar de aarde gekomen is. Hierbij hoort dan ook het danken dát Hij gekomen is.

Nieuw hart

Wat het predikantsechtpaar de kinderen leert bidden, is of ze heel veel van de Heere Jezus mogen houden. Ook leerden de kinderen al vroeg het lied Kom in mijn hart, Heere Jezus... Op de vraag of zij hun kinderen ook iedere avond leren bidden om een nieuw hart, antwoordt ds. Ten Brinke: „Wij bidden voor hen of zij van jongsaf de Heere mogen liefhebben en dat wij als ouders hen daarin mogen voorgaan. Wij zijn wel eens bang dat het bidden om een nieuw hart het kinderlijke vertrouwen in de weg gaat staan. Kinderen kunnen dan het gevoel krijgen dat er eerst iets moet gebeuren, voordat ze op de Heere mogen vertrouwen. Het omgekeerde is echter waar. In de doop heeft de HEERE aan onze in zonde ontvangen en geboren kinderen verzegeld dat Hij het stenen hart uit hun leven wil wegdoen en een vlesen hart, een nieuw hart dus, wil geven.
Laten we voorzichtig zijn met het gebruik van bepaalde termen, die in de hoofden van onze kinderen een heel eigen leven gaan leiden. Want waaruit blijkt een nieuw hart? Dan komen we weer bij Psalm 78: Dat de kinderen hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren.

Tekst: Margreet van den Berg-van Brenk

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.