Veel baat bij opvoedingskring - artikel Terdege

Opvoeden doe je niet alleen. Daar zullen de meesten het wel over eens zijn. Maar wie vraag je om raad als je niet weet wat je met je dwarse puberdochter aan moet of als je je zoon niet aan zijn huiswerk kunt krijgen? En bij wie ga je te rade als je vragen hebt over de huisgodsdienst?

De een zal bij een moeder, zus of vriendin aankloppen, de ander slaat de boeken erop na of struint internet af op zoek naar informatie of tips. Driestar Educatief biedt nu, via scholen, nog een mogelijkheid aan: de opvoedingskring. De deelnemers zijn het erover eens: Goede raad, veel baat. Reformatorische ouders willen veel leren over opvoeding.

Dat was een van de belangrijkste conclusies uit een onderzoek van Driestar Educatief in 2009. Deze uitkomst, gecombineerd met de positieve resultaten van opvoedingskringen in België, hebben tot een proefkring geleid op de Koningin Wilhelminaschool in Hardinxveld-Giessendam. Over de resultaten van deze kring is Elly van der Gouwe-Dingemanse, gezinspedagoog bij Driestar Educatief, zeer te spreken. „Het meest in het oog springend is dat vrijwel alle moeders meer zelfvertrouwen hebben gekregen in het opvoeden. Het waren eerst echt geen extreem onzekere moeders, maar door het delen van ervaringen met anderen en de nieuwe informatie die kringleidster Laura Zwoferink gaf, staan ze nu toch steviger in hun schoenen.”

Verbazing
Van groot belang voor het succes van een opvoedingskring is openheid bij de deelnemers. Vooraf spraken de moeders uit Hardinxveld met elkaar af om de dingen die ze bespraken binnen de groep te houden en dus niet met anderen te bespreken. Elly van der Gouwe: „Hoewel sommigen ertegenop zagen, durfden ze zich tijdens de bijeenkomsten open op te stellen, ook toen we het hadden over seksualiteit bijvoorbeeld. We vroegen iedereen om eerst te vertellen wat zij daar thuis over hadden meegekregen. Achteraf was er grote tevredenheid, ook over dit gevoelige onderwerp.” Hoewel de deelnemers aan deze groep elkaar in meer of mindere mate kenden, was er soms verbazing: ‘Ik dacht dat bij jou altijd alles goed ging. Dus jij hebt ook wel eens problemen met je kinderen?’ „Veel moeders denken dat het bij de buurvrouw beter gaat dan bij haarzelf, maar op zo’n kring kom je erachter dat iedereen in de opvoeding wel eens met zijn handen in het haar zit. En dan heb ik het nog niet over extra vragen rond bijzondere kinderen. Niemand hangt de vuile was graag buiten”, stelt de gezinspedagoog. Nu de proef geslaagd mag heten, wil Driestar Educatief deze kring via scholen gaan aanbieden.

Eerst tot tien tellen
Lenie Bruins (34) deed mee aan de proefkring in Hardinxveld-Giessendam en raadt dit iedereen aan. Ze is moeder van vijf kinderen, in de leeftijd van nul tot tien, en ziet opvoeden als haar vak. „Ik ben nooit te oud om te leren en ik vond het fijn om te merken dat je er niet alleen voor staat. Wij hebben geen bijzondere problemen met de kinderen, maar je vraagt je wel eens af: Pakken we ze goed aan? Je moet rekening houden met de leeftijd en het karakter van het kind. Van de opvoedingskring verwachtte ik ondersteuning te krijgen en die heb ik zeker gekregen. Soms waren het maar simpele tips waar ik veel aan heb. Eerder heb ik ook de P-cursus van de CGO gevolgd. Daar kreeg ik veel nuttige informatie. Bij de opvoedingskring was er meer ruimte voor de inbreng van ouders, met daarbij ook een stukje theorie. Ik wil niet zeggen dat het na zo’n kring allemaal gelijk op rolletjes loopt. Als het voor mijn gevoel weer eens fout gaat, pak ik de spullen er weer bij. Sommige dingen moet ik mezelf echt aanleren, anders zak ik terug in m’n oude patroon. Wat me ook helpt om alert te blijven, is dat ik sommige karaktertrekken terugzie bij de kinderen. Dan moet ik dus eerst met mezelf aan de slag. De opvoedingskring hielp mij om me bewust te zijn van mijn houding en gedrag. In onbezonnenheid kun je iets zeggen waarmee je je kind kunt kwetsen, terwijl je ze in liefde wilt opvoeden. Niet dat daar geen boosheid bij hoort, maar het helpt wel eens om eerst tot tien te tellen. Het thema dat mij het meest aansprak, is de sociaal-emotionele ontwikkeling. Na zo’n bijeenkomst kijk je anders naar je kinderen. Ik merkte bijvoorbeeld dat eentje zich terug begon te trekken. Ze vroeg geen vriendinnetjes meer om te spelen. Daar ben ik toen op ingegaan: Met wie wil je graag spelen? Zal ik eens een keer bellen? Dat heeft haar goed gedaan.”

Tekst: Margreet van den Berg-van Brenk, Bron: Terdege