Wat als je kindermishandeling vermoedt?

20 november
Chris
Het is nog niet zo eenvoudig om kindermishandeling of -misbruik te signaleren. Wat maakt het zo moeilijk en: wat kan je eraan doen?

Als het antwoord op de vraag wat je aan kindermishandeling of -misbruik kunt doen eenvoudig was, zou er heel wat minder leed in de wereld zijn. Het antwoord is niet eenvoudig. En dat terwijl het probleem aantoonbaar aanwezig is: één op de dertig kinderen heeft te maken met huiselijk geweld. Gemiddeld is dat dus één kind per klas. We zien het ook terug via onze anonieme hulplijn Chris Online, waar we heel veel gesprekken over dit onderwerp voeren.

Volwassenen willen dat kinderen beschermd worden tegen grensoverschrijdend gedrag: fysiek, seksueel, psychisch en sociaal. Maar hoe komt het dan dat het kinderen en jongeren toch overkomt en zij er niet mee naar buiten komen? Dat heeft met name met hun referentiekader te maken. In het normale leven dagen we kinderen en jongeren juist uit om over grenzen te gaan en daarmee hun grenzen te verleggen. Denk daarbij aan het verlegen kind, of het kind dat onderpresteert. Er is in principe niets mis met het overschrijden van grenzen als het gaat om het overwinnen van hoogtevrees. Het verleggen van grenzen is gezond en een kind ontwikkelt er zelfvertrouwen door. Zonder grensverlegging is er geen groei.

Maar als kind weet je niet altijd of iets nieuws doen, een grens verleggen, goed of juist schadelijk is. Dat geldt ook bij grensoverschrijding bij het kind dat door anderen gebeurt. Een kind komt zelden met het verhaal dat hem of haar iets wordt aangedaan. Daar komt het kind pas achter als het ziet dat het in een ander gezin er anders aan toegaat, of doordat het inmiddels oud genoeg is om zich te realiseren dat wat er gebeurt niet goed is. Op dat moment spelen schaamte of manipulatie vaak al een grote rol. En wat niet helpt, is dat veel huiselijk geweld het kind wordt aangedaan door mensen die dichtbij staan. En dat zijn mensen die het kind vaak aardig vindt of vond.

Hoe signaleer je nu wanneer een kind of tiener mishandeld of misbruikt wordt? Er zijn verschillende signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling of -misbruik. Toch zal iemand nooit alleen aan de hand van signalen kunnen zeggen dat er zeker ergens mishandeling of misbruik plaats vindt. Er zijn in ieder geval twee voorwaarden om signalen goed te kunnen duiden: 1. Hoe beter je de ander kent, hoe eerder je gedrag kunt waarnemen dat zorgen geeft; 2. Onderschat nooit je onderbuikgevoelens.

Wat het laatste betreft: het kan bijvoorbeeld gebeuren dat iemand een zorgelijk gevoel krijgt bij een bepaald gezin of bij een specifiek kind – het gezin is gesloten of je vangt bepaalde (seksueel getinte) woorden op. Maar dat wordt vervolgens als een dilemma ervaren: ik wil het wel aankaarten, maar stel dat het niet waar is, dan maak ik dingen onherstelbaar kapot, maak ik dingen juist veel erger. Vier adviezen:

  1. Bij een vermoeden kan je altijd met Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, contact opnemen (veiligthuis.nl);
  2. Bij vermoeden van mishandeling of misbruik dat plaatsvindt binnen een kerk of gemeente: stap naar degene binnen de kerkelijke gemeente die verantwoordelijk is voor het handelingsprotocol bij vermoeden van kindermishandeling en misbruik;
  3. Ga niet zomaar zelf naar het gezin, zelfs niet als een kind aan jou verschillende signalen heeft gegeven. Doe je dit toch, dan nooit zonder het medeweten van het kind;
  4. Werk preventief: zorg dat binnen de kerkelijke gemeente het gesprek over fysieke, seksuele, psychische en sociale grenzen wordt gevoerd.

En nog een tip: kijk eens naar de 2DOC-documentaire ‘Niks aan de hand’. Daarin het verhaal van iemand die in haar leven ernstige seksuele grensoverschrijding meemaakte. Maar degene aan wie ze het ooit overwoog te vertellen, gaf aan nooit iets gezien te hebben of signalen te hebben opgemerkt. Signalen herkennen is dus blijkbaar niet zo eenvoudig. Belangrijk om te beseffen is dat jouw rol als signaleerder van groot belang kan zijn, en verschil kan maken in het leven van een kind.

Alise Vleesenbeek

Chris

Chris biedt kinderen en jongeren een luisterend oor, bemoediging en advies via chat en e-coaching. Daarnaast verzorgt Chris trainingen, voorlichting en coaching op maat in (pastorale) zorg en preventie. Voor jonge mensen, maar ook voor hun opvoeders.

Tags
Dagelijks leven
13-16 jaar
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens