Waarom is de Bijbel waar en de Koran niet?

17 oktober
Jente
Het hoort erbij dat je tiener je af en toe kritisch bevraagt over God en geloof. Gemakkelijk is het niet altijd. Hoe reageer je op twijfels, kritiek of uitdagende opmerkingen?

Hoezo: “Ik moet elke zondag mee naar de kerk”?
Waarom is de Bijbel waar en de Koran niet?
Hoe kan Maria nou maagd zijn én een kind krijgen?
Als God geen oorlogen wil, dan kan Hij ze toch stoppen?

Ga er maar aan staan: de kritische geloofsvragen van je tiener. Vroeg of laat krijg je ermee te maken, in meer of mindere mate. Je hoeft er niet van te schrikken, want het is normaal. Het zou zelfs niet goed zijn als je tiener nooit kritisch is. Dat zegt Ingrid Plantinga, theoloog, initiatiefnemer van de website geloofinhetgezin.nl, auteur van (catechese)materialen en actief op het gebied van toerusting voor geloofsopvoeding. Ze legt uit: “De puberteit is een fase waarin kinderen loslaten wat ze in de jaren ervoor gehoord hebben. Het is een periode waarin ze op zoek gaan naar hun eigen identiteit en geloof. In wezen vragen alle tieners zich af: Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Hoe doe ik ertoe? Wat geloof ik zélf?”

Tijdsgeest
Tieners stellen vaak overal vragen over, niet alleen over het geloof. Ingrid, wiens oudste dochter 13 jaar is, spreekt uit ervaring. Soms zijn het ‘vragen om vragen te stellen’, pubers houden er nu eenmaal van om uit te dagen. Ze lopen echter ook rond met vragen die echt ergens over gaan: andere religies, geloof en wetenschap of kerkelijke tradities.

De maatschappij waarin we leven, maakt het hun niet gemakkelijker. Enerzijds heeft dat te maken met de huidige tijdsgeest die zegt dat dé waarheid niet bestaat. Anderzijds met de (sociale) media die ons vertellen dat je leven pas geslaagd is als je je “eigen, unieke ideaal gevormd hebt, onafhankelijk van anderen”. Ingrid: “Dat drukt sterk op jongeren. Ze ervaren: dat lukt me niet.”

Ruimte geven
Als de vragen van tieners zo fundamenteel zijn, hoe ga je er als ouder dan goed mee om? Ingrid: “Allereerst hebben ze jouw onvoorwaardelijke liefde nodig. Laat merken: ik houd van je, ook als je een andere mening hebt dan ik. Daarnaast is het belangrijk om ruimte te geven aan kritische vragen. Vertel dat je zelf ook weleens twijfels hebt. Straal uit: dit hoort erbij, vragen stellen is goed. Het doel van geloofsopvoeding is niet dat je kind gaat geloven zoals jij. Het doel is de oprechte liefde van jouw kind voor God. Die kun je niet afdwingen, maar ontstaat in vrijheid.”

‘Het doel van de geloofsopvoeding is niet dat je kind gaat geloven zoals jij’

Wat doe je bij ingewikkelde vragen over geloof en wetenschap, waar je misschien zelf ook geen antwoord op hebt? Ingrid: “Neem de vragen van je kind serieus. Zeg nooit: je moet het gewoon geloven. God heeft ons verstand niet voor niets gegeven. Jullie kunnen samen op zoek gaan naar antwoorden. Zeg het gewoon als je zelf niet zo’n denker bent: ‘Ik zit anders in elkaar, maar ik merk dat dit voor jou belangrijk is.’ Misschien kan je kind met iemand anders hierover praten.”

Volgens Ingrid is het niet handig te snel met antwoorden te komen die voor jou logisch klinken, maar het voor jouw tiener misschien niet zijn. “Stel eens een wedervraag: ‘Wat zou jij antwoorden op deze vraag?’ Laat je kind de consequenties van zijn uitspraken doordenken. Het zegt bijvoorbeeld: ‘Als God bestaat, zou er niet zo veel lijden zijn.’ Jij kunt dan zeggen: ‘Stel dat God niet bestaat, wordt het lijden dan minder?’ Of je kind zegt: ‘In alle godsdiensten zit een kern van waarheid.’ Vraag dan: ‘Wat is die waarheid volgens jou?’”

‘Stel eens een wedervraag: “Wat zou jij antwoorden op deze vraag?”’

Zonder oordeel
Ingrid vindt het cruciaal om geloofsvragen niet te veroordelen. “In de kerk zijn we zo goed in drempels opwerpen en normen stellen: geloven moet zus of zo. Als een kind daarin niet mee kan komen, en we veroordelen dat, kunnen we veel schade toebrengen.” Ingrid leert van de manier waarop Jezus omgaat met de ongelovige Thomas. “Hij was anders dan de andere apostelen: kritisch, rationeel. Ik vind het zo mooi hoe Jezus daarop reageert: ‘Kom maar, voel Mijn handen.’ Zonder enig oordeel.”

‘Er zijn bij ons geen taboes of verboden vragen’

Frank Bosman heeft een dochter van 17 en een zoon van 16 jaar. Toen zij voor het eerst kritische geloofsvragen gingen stellen, sprong “zijn hart op van vreugde”. Frank: “Ik denk dat het ongeveer begon in groep 8. Er kwamen vragen als: Adam en Eva waren de eerste mensen. Zij kregen Kaïn en Abel. Hoe hebben zij dan weer kinderen gekregen? Logische vragen, die na verloop van tijd steeds ingewikkelder werden. Ik vond het prachtig en dacht: hun kritisch denkvermogen is ontwaakt, eindelijk kunnen we diepere gesprekken over het geloof voeren. Dat komt ook, denk ik, omdat ik professioneel theoloog ben.”
Frank gaat graag uitgebreid in op de vragen. “Ik ben er nooit bang voor geweest, er zijn bij ons geen taboes of verboden vragen. Als ik geen antwoord heb, zeg ik het eerlijk: ‘Je overvalt me hiermee, ik moet er even over nadenken.’ Soms stellen kinderen een belangrijke vraag op een onhandig moment. Je bent bijvoorbeeld net aan het haasten om op tijd bij de tandarts te zijn. Dan zeg ik: ‘Dit is even niet het moment.’ Vervolgens kom ik er later op terug.”
Frank merkt dat de middelbare school veel invloed heeft op het denken van zijn kinderen. “Er wordt lesgegeven vanuit het empirisch paradigma: alles wat meetbaar is, is waarheid. Dat staat op gespannen voet met religie. Beide worden tegenover elkaar uitgespeeld, probeer daar als kind je hoofd maar eens koel bij te houden.” Ook de vrienden van zijn kinderen hebben invloed. “Als je gelooft, heb je een uitzonderingspositie. Mijn dochter heeft ervoor gekozen om ‘raar’ te zijn en dat heeft goed uitgepakt. Mijn zoon wil dat niet, hij zit nu in een fase waarin hij even helemaal niets met de kerk wil.”

Frank Bosman schreef samen met zijn dochter het boek Vader, dochter, Heilige Geest; een verzameling brieven waarin ze elkaar bevragen over hun geloof.

‘Mijn dochter heeft ervoor gekozen om ‘raar’ te zijn en dat heeft goed uitgepakt’

Frank is er niet bang voor dat zijn kinderen het geloof definitief verliezen. “In de Bijbel staat: al onze namen staan geschreven in de palm van Gods hand. Hij laat ons nooit los, ook niet als je niet meer naar de kerk gaat. Bovendien: ik heb niet de illusie dat ik in mijn eentje verantwoordelijk ben voor hun geloof. Er zijn zo veel andere machten en krachten. Ik geloof wel dat het zaad dat mijn vrouw en ik gezaaid hebben, niet verloren gaat. Het ligt diep verborgen en kan door de Heilige Geest zo maar weer oplaaien. Ik zeg gekscherend weleens: God moet ook een beetje meewerken.”

Tekst: Elleke van den Burg-Poortvliet

Jente

Jente is een christelijk magazine voor ouders. Of je jezelf nu protestant noemt of christen of evangelisch, uiteindelijk gaat het erom dat wij het verlangen delen om ons kind een stevige basis mee te geven: een levenshuis dat op de rots is gebouwd.

Tags
Bijbellezen
In gesprek
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!