Voor de Heere horen zij erbij

2 april
De Wekker
Hoeveel zijn de kinderen in Gods gemeente je waard? Hoe belangrijk zijn ze voor je? En hoe blijkt dat? Dat zijn vragen om eens rustig te overwegen. Vragen die we moeten stellen in het licht van de Bijbel. Want nog belangrijker dan wat wij vinden, is de vraag hoe de Heere hen ziet.

Daar is al vanaf het begin van de Bijbel geen twijfel over. De God van Israël sluit kinderen in in het verbond dat Hij met Zijn volk sluit. We leren keer op keer hoe belangrijk de Heere kinderen vindt, zo belangrijk dat Hij ze in het Nieuwe Testament tot voorbeeld stelt en persoonlijk aanspreekt, aanraakt en liefheeft. In dit artikel wil ik vanuit het Nieuwe Testament wat lijnen schetsen aangaande kinderen. Ik let daarbij eerst op Jezus en vervolgens op Paulus.

Jezus’ begin

Onze Zaligmaker kwam geen verlossing brengen door als volwassen man uit de hemel neer te dalen. Hij is vrijwillig kind geworden. Hij is voordat het Kerst werd een embryo geweest. Heel ons verloren leven heeft Hij overgedaan, vanaf het begin. Maar dan volmaakt en heilig. Dat Hij eerst kind wilde zijn heeft een diepe reden. De kindertijd was voor Hem zó belangrijk dat we mogen zeggen dat Hij die nodig had om de Messias te kunnen zijn. Dat ontdekken we in Lukas 2: 40: ‘En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem’ en Lukas 2: 52: ‘En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen’. Hij groeide in zijn kindertijd lichamelijk. Maar vooral ook groeide Hij geestelijk. Hij groeide in wijsheid en in genade. Dat betekent niet dat Jezus onvolmaakt was en genade nodig had. Hij was immers de zondeloze Zoon van God. Maar als volmaakt mens was het nodig dat Hij groeide in verstand en vermogen.

Zijn kindertijd was voorbereidingstijd. Als Jezus met Zijn voorbeelden en gelijkenissen komt over de natuur, over vogels, dieren, dan zijn dat dingen die Hij in Zijn jeugd heeft leren kennen. Jezus was in Zijn jeugd leerling van Jozef. Hij werkte met Zijn handen, droeg het hout voor jukken op Zijn schouders en keurde die op ossen om te zien of ze ‘zacht’ waren (Matt. 11: 28-30). Als kind moest Jezus groeien. Hij moest hindernissen en verleidingen het hoofd bieden. Hij moest gehoorzaamheid leren, Hij is immers in alles op dezelfde wijze als wij verzocht (Hebr. 4: 15). Hij groeide in de vrucht van de Geest. De enige geschiedenis die we naast de geboortegeschiedenissen van Jezus hebben van Zijn kindertijd, de twaalfjarige Jezus in de tempel, maakt duidelijk hoe Jezus als kind geestelijk groeide: Hij onderzocht de Schriften en Hij zocht de gemeenschap met Gods volk. Daarnaast heeft Hij als kind bidden geleerd. Hij werd, kortom, juist in Zijn kindertijd toegerust voor Zijn bediening om de Middelaar tussen God en mensen te zijn. Als Zijn kind-zijn voor Jezus onmisbaar en van de grootste waarde was, dan is dat voor ons veelzeggend.

Jezus’ onderwijs

Dat kinderen voor Jezus heel belangrijk zijn, wordt duidelijk uit Zijn onderwijs in de bekende geschiedenis waarin ouders met hun kinderen naar Jezus komen met de bedoeling dat Hij ze zal zegenen (Mar. 10: 13-16). De discipelen wijzen de ouders met hun kinderen de deur, omdat ze vinden dat Jezus belangrijker dingen te doen heeft. Wat moet de Zaligmaker, Die onderweg is naar Jeruzalem om daar Koning te worden, nu met kinderen? Kinderen hadden in die tijd geen status en telden niet mee in de maatschappij. En in godsdienstig opzicht telden ze pas mee vanaf twaalfjarige leeftijd omdat ze eerder nog niet in staat waren alle wetten en regels te houden. Kleine kinderen zijn onbelangrijk. Dat onderstrepen de discipelen. Zo zijn ze een hindernis voor de ouders om hun kinderen bij Jezus te brengen. Maar als Jezus dat ziet, neemt Hij het hun zeer kwalijk. Hij is verontwaardigd. Er wordt een sterk woord voor gebruikt om dat aan te geven. Want het Koninkrijk gaat juist niet over alle grotemensendingen met status en rangschikking en eer. Integendeel! De discipelen hebben niet begrepen hoe het werkt in Gods Koninkrijk. Júist voor kinderen en voor hen die zijn als kinderen is er plaats bij Hem.

Jezus heeft kinderen lief. Hij nodigt ze uit om bij Hem te komen. Ze mogen bij Hem komen, allemaal. Niet omdat ze onschuldig zijn, maar omdat ze juist Zijn zegen nodig hebben. Je ziet het voor je. Zo ontroerend! Jezus bukt Zich. Hij slaat Zijn armen om hen heen. Hij omhelst ze met Zijn liefde. Hij drukt ze aan Zijn hart. En dan legt Hij Zijn handen op hun hoofd. Daar midden op straat bidt Hij met hen en zegent hen. De les voor discipelen en andere ‘grote’ mensen? Dit: ‘Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan’. Kinderen worden ten voorbeeld gesteld. Een mens moet worden als een kind, wil Hij bij de Heere horen. Dat betekent niet ‘kinds’ worden. Of ‘kinderlijk’. Maar Jezus wijst hier op de manier van de genade en de liefde van God ontvangen. Dat moet op de manier van een kind. En wat doen de kinderen in deze geschiedenis? Helemaal niets. Ze zijn passief. Ze kunnen alleen maar ontvangen. Maar dat is nu juist het karakteristieke van een kind. Dat het afhankelijk is. Dat het niets heeft en niets kan. Zo is het in het Koninkrijk van God. Het is niet voor de besten, maar voor de slechtsten. Het is niet voor de hoogsten, maar voor de laagsten. Het is niet voor de grote mensen die wat voor willen stellen, maar voor hen die als kinderen uitsluitend aangewezen zijn op de hulp en de liefde van Jezus Christus.

Jezus laat zien dat kinderen door God voor vol worden aangezien. Hun ontvankelijkheid, hun afhankelijkheid en hun eenvoud zijn uitgangspunt in het dienen van de Heere door kinderen en volwassenen. Ze zijn een les voor ons. Want alleen op die manier kan een mens leven van genade, door als een kind te schuilen bij de Heere. Maar kinderen zijn niet alleen symbolisch van belang. Het gaat de Heere om kinderen zoals ze zijn. Jezus raakte hen letterlijk aan en schonk hun Zijn zegen. Wie kinderen wegschrijft in het geloof en in het Koninkrijk, omdat ze nog onbelangrijk zijn, of omdat ze nog niet zoveel weten, krijgt Jezus tegen zich. Zo iemand laat zien niets van de wetten van Gods Koninkrijk te hebben begrepen. We leren hier met Jezus’ ogen naar kinderen te kijken. Ze horen er helemaal bij.

Sterker nog, Jezus laat zien dat ze onmisbaar zijn. Zo is Gods plan. Dat vertelt Jezus tegen de geestelijke leiding van die dagen in Mattheüs 21: 15-16. Jezus heeft net de tempel gereinigd en schoongeveegd. En als Hij dan op dat tempelplein in het huis van Zijn Vader juist lammen en blinden geneest (die volgens 2 Sam. 5: 8 niet mochten naderen) om voor hen de belemmering weg te nemen om God in Zijn huis te dienen, en als daar lammen springen en blinden zien, beginnen de kinderen op dat tempelplein na te spelen wat vlak daarvoor heeft plaatsgevonden. Ze jubelen wat ze eerder de volwassenen hadden horen roepen bij de intocht in Jeruzalem: ‘Hosanna, de Zoon van David!’. Het zijn woorden waarin Jezus als de Messias wordt bezongen. Maar als de overpriesters en schriftgeleerden daar een stokje voor willen steken, citeert Jezus Psalm 8: 2: ‘Uit de mond van jonge kinderen en van zuigelingen hebt U voor Uzelf lof tot stand gebracht’. Zo werkt God. En Jezus is God. Hij krijgt hier de eer uit kindermonden. Daar zorgt God voor. Dat heeft Hij altijd gedaan en dat blijft Hij altijd doen. Want kinderen horen erbij, hun lof is voor God onmisbaar. Kinderen moeten van jongs af aan leren de lof op God te zingen.

Paulus’ onderwijs

Dat kinderen er voor God helemaal bij horen in het Nieuwe Testament, blijkt niet alleen als bij de instelling van het nieuwe verbond in Jezus’ bloed de belofte voor ouders én kinderen is (Hand. 2: 39) en als kinderen (als die er geweest zijn) niet buitengesloten worden van de ‘huisdoop’ of ‘gezinsdoop’ waar op verschillende plaatsen sprake van is (bijv. Hand. 16). Ook in de brieven van Paulus wordt dat op verschillende plaatsen onderstreept. De Heere is een God van ouders én kinderen. Ook kinderen krijgen in Zijn gemeente een volwaardige, eigen plaats. Dat merk je als Paulus in Efeze 6: 1-3 en in Kolossenzen 3: 20 op de zogenaamde ‘huistafels’, waarin alle leden van het christelijke gezin die deel uitmaakten van de christelijke gemeente worden aangesproken, ook de kinderen speciaal adresseert. Daar zit een diepe les in. Namelijk dat zij door Paulus worden gezien als behorend bij de gemeente. Zij horen als kinderen volwaardig bij de gemeente van Jezus Christus en worden op hun eigen verantwoordelijkheid aangesproken om te leven naar de eis van Gods verbond. Kinderen en jongen worden namelijk vermaand om gehoorzaam te zijn ‘in de Heere’. Zoals kinderen er in het Oude Testament bij hoorden, zo geldt dat niet anders in de gemeente van het Nieuwe Testament. Want God is een God van ouders én kinderen.

In 1 Korinthe 7: 14 laat Paulus dat ook zien, ook al is het maar in een bijzin. De kinderen van een gelovig geworden vrouw en een ongelovige man zijn volgens Paulus ‘heilig’. Dat betekent niet dat zij zonder zonde zijn of dat Paulus zegt dat ze wedergeboren zijn. Het woord ‘heilig’ betekent in dit verband: apart gezet om toegewijd te zijn aan God en aan Zijn dienst. Met dat de moeder tot geloof gekomen is, komen voor de Heere ook de kinderen in beeld. Zij horen daarmee ook bij Gods gemeente, voor de Heere horen de kinderen erbij. En daarmee roept de Heere zulke kinderen op om met en in Gods gemeente voor Hem te leven op grond van Zijn genade. Want Hij heeft hen lief.

Kinderen en ouders

Op één aspect dat alles verbindt wat we bij Jezus en Paulus gevonden hebben, wil ik tot slot nog wijzen. En dat is de rol van de opvoeding, van het aanleren, van het leren leven uit het verbond, het leren leven tot eer van Gods naam. Van wie leerde Jezus bidden? Van Maria en Jozef. Van wie leerde Hij de Schriften lezen? Door de opvoeding. Hoe kwam Hij in Gods huis? Daar namen zijn ouders Hem mee naartoe. Hoe leerden de kinderen op het tempelplein hoe belangrijk Jezus was? Door wat ze van hun ouders en anderen gehoord hadden. Hoe werden de kinderen door Jezus gezegend? Omdat hun ouders hen naar Hem toebrachten. Hoe kwamen de kinderen die Paulus aanspreekt terecht in de gemeenten van Efeze, Kolosse, Korinthe? Door hun ouders. De rol van ouders en gemeenteleden is dus onmisbaar.

Laten wij als ouders en andere gemeenteleden de kinderen zien met de liefdevolle ogen van de Heere. Laten we ze benaderen met barmhartigheid, geduld en ontferming. Laten we ze een volwaardige plaats in de gemeente geven. Laten we van hun ontvankelijkheid, afhankelijkheid en eenvoud leren. Laten wij ze voorleven hoe goed het is om onze God te dienen. Laten we ze wijzen op de ernst van de zonde en de liefde van God in Christus. Laten we volharden in het aanleren van Psalmen en liederen om te zingen tot Gods eer. Laten we trouw zijn in het leren Bijbel lezen en in het meenemen naar Gods huis, naar hen die de Heere dienen. En laten we niet vergeten dat juist de kindertijd de tijd is die God wil gebruiken om hen te laten groeien in genade en kennis van Hem. Wat een heerlijke en belangrijke taak hebben wij dan. Want kinderen zijn niet van ons, zegt Psalm 127: 3, ze zijn het eigendom van de HEERE. Laten we ze daarom ook zo opvoeden. Daarin krijgt God de eer. Want voor de Heere horen ze erbij.

Tekst: ds. P.W.J. van der Toorn, predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Bunschoten

De Wekker

De Wekker is het officiële landelijke blad van de Christelijke Gereformeerde Kerken; het onderscheidt zich door zijn actuele, inhoudelijke bijdragen op het terrein van kerk, geloof en wereld.

Tags
Kerk
Gemeente
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

Themamap Geloofsopvoeding

Veel ouders worden graag ondersteund in de (geloofs)opvoeding van hun kinderen. De kerk kan hierin een belangrijke rol spelen. Deze themamap staat vol met materiaal waarmee ouders in de kerk kunnen worden ondersteund bij de (geloofs)opvoeding. Deze map biedt twee uitgewerkte diensten, een handleiding voor een themabijeenkomst met ouders en een vijftal gezinsmomenten waarmee gezinnen thuis aan de slag kunnen gaan.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.