Voelsprieten naar alle kanten op scherp

27 december
Terdege
Hanna: „Ik heb de zorg voor een jong kind, voor pubers en voor ouders.”

’s Morgens gaat ze naar het verpleeghuis voor een gesprek over een van de ouders. ’s Middags mag ze met haar dochter mee, die een trouwjurk gaat passen. En ’s avonds is ze op de basisschool te vinden voor een ouderavond. Een dag uit het leven van Hanna (44), moeder van een groot gezin en oma van vier kleinkinderen.

Hanna is lid van de sandwichgeneratie, die de zorg voor zowel ouders als (klein)kinderen heeft. Door te reageren op zeven stellingen, gunt ze ons een openhartige blik in haar drukke leven.

Voor anderen zorgen is mijn lust en mijn leven.
„Dat is voor mij wel waar. Ik denk graag met mensen mee. Vroeger heb ik met gehandicapte mensen gewerkt, nu ben ik er voor m’n man, de kinderen, de kleinkinderen, m’n moeder en andere mensen die ons pad kruisen en voor wie we iets kunnen betekenen. Toch is de stelling voor mij ook weer niet waar, want de echte verzorging spreekt me niet aan. Ik ben meer begeleidend dan verzorgend.
M’n moeder van in de tachtig woont op loopafstand van ons en het is nodig dat ik een oogje in het zeil houd.
Ze is niet dement of zoiets, maar kan wel rare dingen doen. Ik laat haar aanrommelen tot het echt gevaarlijk of slecht voor haar gezondheid wordt. Ze zorgt bovendien niet goed voor zichzelf. Daarom breng ik haar bijvoorbeeld ’s morgens altijd koffie.
Anders weet ik gewoon dat ze de hele ochtend niets drinkt. Met de echt verzorgende taken houd ik me niet bezig. Daarvoor komt de thuiszorg.”

Vrouwen van de sandwichgeneratie hebben het zwaar.
„Het woord zwaar neem ik niet snel in de mond, maar ik vind het best pittig. Je voelsprieten moeten naar alle kanten op scherp staan. Ik heb nog de zorg voor een jong kind, voor pubers en ondertussen ook al voor ouders. De grote leeftijdsverschillen tussen onze kinderen maken het soms erg ingewikkeld. Als de ouderen zich te veel met de jongeren bemoeien, zeg ik wel eens: ‘Luister, onze kindertjes hebben echt genoeg aan één vader en één moeder.’
Aan de andere kant zijn die leeftijdsverschillen weer heel mooi. De getrouwde kinderen passen wel eens op onze jongsten en andersom passen wij wel eens op hun kinderen.
Mijn werkdag begint ’s morgens om zes uur en eindigt ’s avonds om elf uur. Als je ziet wat er op een dag de revue passeert, dan ben ik erg dankbaar dat ik de gezondheid heb om het te doen.
In sommige dingen ben ik makkelijk.
Zo vind ik het belangrijker dat het gezellig is voor de kinderen dan dat er elke dag wordt gestofzuigd. En ook al staat er nog een grote wasmand, als ik de kleinsten naar bed breng, lees ik ze altijd voor. Zulke dingen laat ik er niet bij inschieten. Die hebben voor mij prioriteit.
Het is fijn als ik het red om de was weer op tijd in de kasten te hebben liggen, maar niemand krijgt er iets van als hij een keer iets uit de wasmand moet halen, wat ik nog moest opvouwen.
Pas kregen we een brief van school met een oproep om schoon te komen maken. Die week had ik al een drukke agenda met doktersbezoeken, een collecte lopen en het gewone werk.
Hoewel ik eigenlijk altijd ga, heb ik toen nee gezegd. Het ging gewoon niet. Later kregen we een brief waaruit bleek dat er erg weinig ouders waren geweest. Zoiets moet ik dan naast me neerleggen.
Als ik de zorg voor m’n moeder alleen moest doen, zou ik het niet redden. Ik kan altijd een beroep op de broers en zussen doen. Pas was ze ziek en toen heb ik aan m’n zus gevraagd of die iets langer wilde blijven. Dan kon ik in die tijd boodschappen doen. Als ze naar een dokter moet, hoef ik ook nooit mee. Daar hebben we onderling afspraken over gemaakt.”

Mijn man vindt dat ik te veel hooi op m’n vork neem.
„Ja, hij trapt wel eens op de rem en dat is goed. Toen een van de ouders in het ziekenhuis lag, moest er constant iemand bij aanwezig zijn. Na een week zei hij toen: ‘Dit kan zo niet langer. Je moet een stap terug doen.’
Dat is erg moeilijk. Aan beide kanten wordt getrokken. Thuis voelt het niet goed om weg te gaan, omdat ik de jongste dan weer weg moet brengen, en in het ziekenhuis voelt het niet goed om weg te gaan, omdat je een ernstig ziek iemand alleen achterlaat.
Het is goed dat m’n man toen gezegd heeft: ‘Hé, wij zijn er ook nog.’
Over een van onze kinderen hebben we bijzondere zorgen. Daar kan ik over blijven piekeren. Hoe zal het gaan als hij puber is? Welke gebieden gaat hij verkennen, die van drugs, die van alcohol? Mijn man zegt dan af en toe: ‘Nu stop je erover.’
Van iemand anders zou je dat waarschijnlijk niet pikken, want dan zou je denken: Wat een onbegrip, weet je wel hoe erg het is? Maar van mijn man kan ik dat hebben en ik moet hem dan gelijk geven. We hebben meer kinderen dan alleen deze en die verdienen ook aandacht.
Ik ben bijzonder dankbaar voor de hechte band die wij in het huwelijk hebben. Daardoor kan ik veel aan.
Als ik ergens mee zit, is hij er altijd voor me. In mijn omgeving zie ik ook hoe zwaar het is als het in je huwelijk niet goed loopt. Dat is echt verschrikkelijk.”

Als de zorg voor je ouders niet te combineren valt met het eigen gezin, hoef je daar geen schuldgevoel over te hebben.
„Het eerste wat ik wil opmerken, is dat kinderen niet altijd voor hoeven te gaan. Kinderen moeten niet het idee krijgen dat ze het middelpunt van het heelal zijn, al is dat gevaar in een klein gezin groter dan bij ons.
Omgekeerd wil ik opmerken dat ouders ook een stap terug moeten doen. Als je trouwt, verlaat je je ouders en sticht je je eigen gezin. Daar ligt dan je eerste verantwoordelijkheid. Maar dat betekent niet dat je je ouders aan hun lot mag overlaten.
Het vijfde gebod blijft overeind: Kinderen moeten hun ouders eren.
Dat eren kan op veel manieren. Het betekent niet dat je je vader of moeder bij je in huis moet laten wonen.
Ik heb er voorbeelden van gezien dat het niet goed ging en dat het tot op de dag van vandaag z’n sporen heeft nagelaten. Kijk naar je eigen mogelijkheden en naar de behoeften. Ik houd wel een oogje in het zeil bij m’n moeder, maar de verzorging doe ik niet, al woont ze dichtbij. Daar hebben we de thuiszorg voor ingeschakeld.
Meeleven kan echter iedereen. Even informeren hoe het met iemand is.
Dat kan desnoods onder het strijken.
Als ik hoor dat sommige ouderen in het verpleeghuis één keer per maand hun kinderen op bezoek krijgen, denk ik dat er iets grondig mis is.”

Tijd vrijmaken voor mezelf doe ik heel bewust.
„Nee dus. Ik zet het wel eens in de agenda, maar er komt altijd wel iets tussendoor waardoor het toch niet doorgaat. Eigenlijk zou ik het vaker moeten doen. Het is goed om je geest even te resetten. Dat lukt het beste als ik echt even weg ben.
Aan de andere kant geniet ik enorm van het thuis zijn. Als ik ’s avonds een half uurtje voor mezelf heb en lekker kan handwerken of lezen, geniet ik daar erg van en kan ik er weer tegen.”

Als ik geen Bijbel had, zou mijn leven er heel anders uitzien.
„Dat kan ik me niet voorstellen, een leven zonder Bijbel. Ik ben opgegroeid met de christelijke waarden en normen en die vormen je hele leven. Het leven zoals ik dat nu leid, heb ik niet gezocht. Toen ik trouwde, had ik nooit kunnen bedenken dat mijn leven er zo zou gaan uitzien en dat ik dat aan zou kunnen.
Omdat ik weet dat de Heere mijn pad zo heeft geleid, mag ik Hem ook kracht vragen om het vol te houden. De moeilijke tijden zijn niet altijd de slechtste tijden geweest. Op zulke momenten mag je alles uit handen geven en weten dat Hij alles bestuurt.”

Ik hoop dat mijn kinderen later ook voor mij zorgen.
„Dat kan ik echt niet zeggen. Het is ook totaal nog niet aan de orde en ik kan me er ook geen voorstelling van maken. Ik hoop van harte dat de band goed blijft en dat we met elkaar blijven meeleven. Niemand weet hoe alles loopt, maar één ding weet ik wel: het zorgen voor ons als ouders mag niet ten koste gaan van hun eigen gezin.”

Hanna heet in werkelijkheid anders.

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Drukte
Generaties
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Elke dag nieuw

Het werk van een moeder lijkt misschien niet zo opzienbarend, maar heeft waarde voor de eeuwigheid. In dit boek neemt de auteur je mee door de Bijbel, op zoek naar Gods roeping voor moeders vandaag en de verwachting die er is in Hem.

Uit het leven van Eva leer je over je roeping in je huwelijk. Uit het leven van Jochebed leer je over je roeping in je gezin. Uit de geschiedenis van Martha en Maria leer je over je roeping in je huis.

Je leest ook de ervaringen van zeven gewone moeders van vandaag. Je ontdekt gaandeweg dat moederschap in al zijn facetten net tuinieren is. Je hebt een roeping te vervullen, waarin je van het begin tot het einde afhankelijk bent van de zegen van de Heere. En Zijn trouw is elke dag nieuw!


Bij alle hoofdstukken van het boek 'Elke Dag Nieuw' is bonusmateriaal te downloaden op www.elkedagnieuw.nl.

Maak ze sterk

Dit boek is gebaseerd op het trainingsprogramma LEV! van stichting Chris. In Maak ze sterk laten de auteurs zien hoe je een kind kunt leren de juiste keuzes te maken en sterk te staan in allerlei situaties. Het boek is veel breder dan het aanleren van sociale vaardigheden. Door de vragen en korte opdrachten in het boek leent het zich goed voor gebruik op een opvoedkring.

Kinderen en jongeren groeien op in een wereld die zich in razendsnel tempo ontwikkelt. Dat kan ons beangstigen. Maar je bent als opvoeder niet machteloos. Maak ze sterk laat zien hoe je hun kunt leren om de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met pesten, rouw, seksualiteit en social media. Wietske Noordzij en Erik Smit bieden handvatten om kinderen en jongeren hierin te ondersteunen, vanuit hun ervaring en expertise. Een prettig leesbaar opvoedboek dat echt de diepte ingaat, zonder ingewikkelde theorieën.