Vijf minuten verdriet

23 april
Terdege
Een jongetje van vijf werd verteld dat zijn twee jaar jongere broertje was gestorven. Hij reageerde met heftig te huilen. Na vijf minuten droogde hij zijn tranen en vroeg: "Is zijn spaarpot nu voor mij?"

Als een volwassene direct na een overlijden over de erfenis begint, is er iets grondig mis. Die conclusie kun je bij deze kleuter niet trekken. Hij is verdrietig om zijn broertje, maar zit gelijk ook met een praktische vraag. Zo kunnen rouwende kinderen hun ouders nog wel eens verrassen met hun vragen en hun gedrag. Wat doen ze het liefst na een begrafenis? Tikkertje spelen in de hal van de aula.

Kinderen rouwen anders dan volwassenen. Dat zal iedereen herkennen die wel eens een sterfgeval van een geliefde heeft meegemaakt, waarbij ook kinderen betrokken waren. Volwassenen dragen de hele dag de rouw bij zich en komen er niet los van.
Kinderen kunnen vijf minuten verdriet hebben en vervolgens zo in hun spel opgaan, dat je je afvraagt of ze nog wel besef hebben van het sterven van die geliefde opa, oma, vader, moeder, broer of zus.
Beschouw het maar als een soort overlevingsmechanisme. Kinderen kunnen een groot verdriet niet in één keer aan en verwerken het meer stukje bij beetje. Hun spanningsboog is veel korter dan die van een volwassene. Maar het betekent dus in geen geval dat ze niet rouwen.
Als ouder ben je geneigd je kinderen af te schermen voor heftige emoties en verdriet. Toch moet ook het kind een manier vinden om met de dood en het verlies om te gaan. Met afschermen help je hem niet. Hij moet door deze moeilijke situatie heen worden geholpen.

Afscheid laten nemen
De eerste taak die je hebt, is vertellen wat de dood inhoudt. „Opa is gestorven. Hij kan zich nu niet meer bewegen en hij kan ook niets meer horen, zien, ruiken of voelen. Het lijkt misschien of opa nu slaapt, maar het is anders. Als hij zou slapen, zou hij weer wakker kunnen worden, maar nu hij gestorven is, kan dat niet.”
Als er een duidelijke doodsoorzaak is, vertel die dan ook.
Een volgende vraag die zich aandient, is of je de kinderen afscheid laat nemen van de overledene. Kinderen gaan hier vaak heel natuurlijk mee om. Toch kan het goed zijn ze voor te bereiden op wat ze te zien krijgen. „Oma ligt nu in een houten kist met een binnenkant van stof. Ze ziet er nu erg wit uit. Haar ogen zijn gesloten. Als je haar aan zou raken, zou je voelen dat ze koud is.”
Moedig de kinderen aan om de vragen die ze hebben ook te stellen en beantwoord ze open en eerlijk. Dat voorkomt een hoop gefantaseer. Wil een kind echt niet kijken bij de kist, dwing hem dan niet.
Stimuleren daarentegen is heel goed. Ze hebben dat steuntje in de rug soms net nodig en voor de verwerking van het verlies is het goed om bewust afscheid te nemen.

Troost
De begrafenis vraagt ook de nodige voorbereiding. Zorg dat de kinderen weten wat er op zo’n dag gebeurt. En ook al zijn ze nog jong en begrijpen ze (lang) niet alles, op een begraafplaats kunnen ze wel met eigen ogen zien waar de overledene blijft. In dagen van rouw hebben kinderen troost nodig. Wie geeft hen dat? De ouders worden soms zo in beslag genomen door hun eigen verdriet, dat ze het verdriet van hun kinderen er niet bij kunnen hebben. Dan is het fijn als er andere mensen zijn die om de kinderen heen kunnen staan. Een oom of tante, een buurvrouw of een vriendin kan op zulke momenten van grote betekenis zijn.
Juist in deze verdrietige dagen mag je kinderen ook leren de ogen omhoog te richten. Er is een God in de hemel die precies weet wat er in de kinderharten omgaat en die hen wil helpen. Wijs hen daarop en bid met hen om die troost. Wat rijk is het als van de overledene bekend is dat hij nu eeuwig God groot mag maken. Ook die troost mag je de kinderen meegeven. Het leven hier houdt op, maar de ziel leeft verder.
Als het niet duidelijk is of de overledene de Heere kende of niet, spreek daar dan ook over en vertel ze bij Wie ze met al hun vragen en verdriet terechtkunnen. Het zou niet de eerste keer zijn dat het sterven van de één een nieuw leven voor de ander betekent!

Meer lezen?
“Samen verdrietig”, door Marja Bos.
“Jong verlies”, door Riet Fiddelaers.
“Dag lieve oma”, door Vrouwke Klapwijk en Marja Bos.

Wat begrijpen ze van de dood?
0-3 jaar
Jonge kinderen hebben nog geen besef van de dood. Een knuffel is voor hen net zo levend als een huisdier. Ze voelen wel heel goed aan wanneer er in hun omgeving iets ingrijpends is voorgevallen.

3-6 jaar
Peuters en kleuters kennen al wel het verschil tussen levend en dood, maar vormen er zich nog geen reëel beeld van. Vooral het besef dat de scheiding definitief is, is nog moeilijk te bevatten. Ze zien de dood vaak als slapen of als op reis gaan. Ze hebben nog geen woorden om gedachten en gevoelens te uiten.

6-9 jaar
Deze kinderen begrijpen al enigszins wat de dood betekent, al is hun voorstelling van zaken nog niet helemaal reëel. Dingen die ze niet goed begrijpen, vullen ze vaak op met eigen fantasie. Woorden vinden voor heftige gevoelens is moeilijk.

10+
Tieners beseffen dat de dood definitief is en dat het iedereen kan overkomen. Het is een kwetsbare periode om met groot verlies te maken te krijgen, omdat ze de dood begrijpen zoals volwassenen dat doen, maar in het verwerken daarvan nog kinderen zijn. De uitwerking kan bij tieners erg verschillen.
De één zal snel volwassen worden en meer verantwoordelijkheid op zich nemen, de ander zal een terugval laten zien in zijn gedrag. Omdat de verhouding met de ouders in deze tijd soms gespannen is, is het goed als er iemand in hun omgeving beschikbaar is om te luisteren.

Uit: “Samen verdrietig”
Boos was ik. Heel boos. Niet dat ik me er nog iets van kan herinneren, maar dat vertelt de overlevering.
Een paar dagen geleden had ik nog gewoon, zoals elke dag, een washandje voor de wijkzuster gehaald, zodat die mijn ‘ouwe opa’ kon wassen.
De dagen erna lag opa stil op zijn bed. Het was anders dan anders. Veel hoger. Als ik een stoel pakte en daarop klom, kon ik hem toch zien en voelen.
En toen... toen was hij opeens weg.
Wat hadden ze met mijn ouwe opa gedaan?

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Verdriet
Rouw
In gesprek
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
0-3 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!