Verzet, of wens?

13 september
Bert Reinds
Dat kinderen, naarmate ze ouder worden, niet alles meer met hun ouders delen, is een normale ontwikkeling. Het loslaten wordt o.a. op deze wijze door hen in gang gezet. Ze ontmoeten vrienden, of andere volwassenen met wie ze hun ervaringen delen en (levens)vragen bespreken. Dat impliceert niet per definitie dat er iets aan de hand is.

Soms beleven ouders deze (nieuwe) situatie als een plotselinge ongewone ontwikkeling. Alsof het iets heeft meegemaakt wat niet gedeeld kan worden. Is er een geheim? Wordt er gepest? Is hij of zij verliefd? Wat jij in ieder geval niet moet doen, is druk uitoefenen, of zeggen dat het ‘vroeger’ zo open was. De kans is groot dat jij jouw kind daarmee nog meer in de verzetshouding=zwijgen duwt. Het is de kunst om de ‘boodschap’ achter het gedrag helder te krijgen. Vragen stellen (niet teveel) is daarom beter dan ‘volproppen’ met allerlei op zichzelf geweldige adviezen. Door vragen te stellen is de kans groter dat hij/zij deelnemer blijft in het contact in plaats van een toeschouwer. Wat jij ook doet, geef begrensde ruimte. Als hij/zij blijft zwijgen, kun jij in ieder geval de relatie open houden en een voorbeeld in kwetsbaarheid zijn. En houdt ook de mogelijkheid open dat er niets aan de hand is. Loslaten is hierin een belangrijk onderdeel.

Loslaten is:

  • Niet langer het recht opeisen trots te willen zijn op jouw kind;
  • Het recht opgeven ononderbroken van jouw kind te genieten;
  • Het recht opgeven nog langer jouw kind te willen bezitten;
  • Het recht opgeven dat jouw kind terugbetaalt voor dat wat jij in de afgelopen periode in hem of haar hebt geïnvesteerd. Onvoorwaardelijke liefde is geven om niet iets te terug te ontvangen;
  • Afstand doen van het recht op de goedkeuring van anderen over jouw opvoedingsstijl;
  • Toelaten dat jouw kind met pijn wordt geconfronteerd. We leven in een gebroken wereld, en dat gaat ook niet voorbij aan jouw kind. Jij wilt in ieder geval niet de pijnstiller zijn in de pijnlijke/groeimomenten van jouw kind;
  • De regie overgeven aan Hem Die de Schepper is van je kind.

Stel vragen uit betrokkenheid en interesse en niet om grip en controle te willen hebben. Een kind doet eerder dat wat hij jou ziet doen dan wat hij jou hoort zeggen. Jouw houding en gedrag is de geleider van jouw boodschap. Verzet is vaak een omgekeerde wens. Focus dus op de wens in plaats van op het verzet! Communiceer moed en vertrouwen in plaats van angst en wantrouwen. Corrigeer richtinggevend: Dus zeg welk gedrag jij graag wilt zien, in tegenstelling tot zeggen waar jouw zoon of dochter mee moet stoppen. Praat met andere ouders over je rol als ouder wanneer de kinderen aangeven jou ‘minder’ nodig te hebben. Organiseer thema-/ouderavonden over dergelijke thema’s. Op deze wijze ontdek je dat jij niet alleen worstelt in de opvoeding: We hebben allemaal wat! En tenslotte geniet vooral ook van jouw kind.

Bert Reinds

Bert Reinds (1960) is echtgenoot, vader en opa. Hij studeerde orthopedagogiek en heeft een eigen praktijk voor advies, coaching en hulpverlening. Hij publiceerde verschillende boeken, onder andere 'Vader zijn met hart en handen'.

Tags
Pubers
Loslaten
Dagelijks leven
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Je peuter begrijpen

Peuters kunnen heel lief zijn en tegelijk heel vermoeiend. Soms zijn ze zo dwars dat je er geen raad mee weet, maar even later kruipen ze bij je op schoot om weer eens lekker met je te kroelen. Voor veel ouders zal dit een herkenbaar beeld van hun peuter zijn. Een beeld dat tegelijkertijd veel vragen oproept. Hoe reageer ik op een peuter die niets wil en op alles ‘nee’ zegt? Wat moet ik doen als hij alles zelf wil doen op een moment dat het mij helemaal niet uitkomt? Hoe kan ik hem geruststellen als hij ’s nachts angstig wakker wordt, of hem zover krijgen dat hij zijn speelgoed deelt met een ander kind?

In dit deel van de serie Christelijke opvoeding zoeken de auteurs op deze en vele andere vragen een praktisch antwoord, waar ouders houvast aan hebben in het dagelijkse gezinsleven. Daarbij proberen ze allereerst peuters te begrijpen in wat ze doen en laten en bij wat er in hun ‘koppie’ omgaat. Dat is de beste manier om te weten te komen wat een peuter nodig heeft en wat een goede aanpak is.