Vader en moeder tegelijk

28 december
Nico van der Voet
Als je beseft hoe belangrijk een goed huwelijk voor de opvoeding van de kinderen is, begrijp je onmiddellijk twee dingen: een slecht huwelijk kan de kinderen beschadigen. En: het is zwaar om kinderen in je eentje op te voeden. Dat laatste doet zich voor in een situatie waarin een van de ouders overleden is, of na een echtscheiding vertrokken is. Eigenlijk kan het gewoon niet, dat iemand vader en moeder tegelijk is. Toch gaat het zo toe in veel gezinnen. Ik stip een paar dingen aan en begin met de situatie waarin iemand weduwnaar is.

Als je weduwnaar wordt, terwijl je kinderen nog klein zijn, zit je als vader met de handen in het haar. Hoe moet het allemaal geregeld worden: zorg voor de kinderen, zorg voor het huishouden, zorg voor het inkomen? Intussen heb jij je verdriet, evenals de kinderen. Vroeger waren mannen – die zich nooit bemoeid hadden met huishouden en opvoeding – zo in nood dat ze soms na drie maanden al weer in het huwelijk traden met hun huishoudster. De tegenwoordige vaders redden zich meestal langer, al hebben ook zij hulp daarbij nodig. Meer dan vroeger beseffen ze dat een tweede huwelijk sluiten, alleen om de zorg voor de kinderen, riskant is. Als de kinderen groter worden en de reddende rol van de tweede vrouw overbodig wordt, blijft er soms een slecht huwelijk over. Wat oudere kinderen zit vaak helemaal niet op een tweede huwelijk van hun vader te wachten. Als ze zien dat hun vader verliefd is op een nieuwe vrouw, zien ze dat soms als verraad aan hun overleden moeder. Dat wordt nog versterkt als hun vader voor zijn nieuwe partner dingen doet die hij voor zijn eerste vrouw nooit deed. Hun gevoel van verlatenheid wordt er groter door. De dood heeft hun moeder afgepakt en vervolgens pakt het leven hun vader af.

Stel dat je ooit weduwnaar wordt terwijl je nog kinderen thuis hebt, investeer dan vooral in communiceren. Dat is: niet alleen praten over ditjes en datjes maar ook praten op gevoelsniveau. Een alleenstaande ouder heeft – evenals de kinderen – de neiging om zo gewoon mogelijk te doen en daarom maar niet te praten met de kinderen over alle gevoelens die bij rouwen horen. Daarmee versterk je dat kinderen het rouwen uitstellen. ‘Mijn vader praat toch nooit meer over mijn moeder. Dan doe ik het ook maar niet meer, want ik ben bang dat ik hem dan van streek maak!’ Ze strooien zand in je ogen door bijna even luidruchtig verder te leven als toen hun moeder er nog was. Dat is hun manier om hun vader niet extra te belasten. Vooral de gevoelige kinderen willen hun ouder troosten. Het gevaar is alleen dat het rouwproces bij hen dan ondergronds gaat en er pas na jaren uitkomt. Dan zeggen ze tegen een therapeut: ‘Ik heb eigenlijk nooit kunnen uithuilen bij mijn vader, want hij had genoeg aan zichzelf.’ Of de kinderen gaan vluchtgedrag vertonen. Een rouwende puber komt misschien bijna niet meer thuis, omdat hij er niet tegen kan dat zijn moeder er niet meer is.

Richard van zestien heeft problemen op school. Hij is onhandelbaar. Hij pest klasgenoten. Hij is brutaal tegen docenten. Hij doet zijn werk niet. De mentor kan hem niet bereiken. Als die contact opneemt met thuis, zegt zijn vader dat hij Richard nauwelijks ziet. ‘Dat jong is nooit thuis. Ik spreek hem nooit. Ik weet ook niet wat hij allemaal uitspookt. Pakt u hem maar hard aan!’ Richard heeft nog het beste contact met zijn lerares tekenen. Spontaan vraagt die een keer aan hem: ‘Wat doe je als je uit school komt? Doe je wel iets aan je huiswerk?’ Richard zegt eerlijk dat hij bijna nooit thuis is. ‘Mijn vader heeft geen belangstelling voor mij. Mijn oudere broer zegt ook niets tegen me. Die heeft zijn werk. Dus ik zit in een keet met vrienden.’ ‘Wat doe je daar?’ ‘Drinken!’ ‘Wat?’ ‘Alcohol!’ ‘Vertel nu eens de ware reden, Richard, waarom je niet thuis komt?’ De stoere jongen kijkt zijn lerares aan. Zij is misschien wel de eerste die dit zonder verwijten te maken aan hem vraagt. Hij houdt zijn ogen niet droog. ‘Ik mis mijn moeder zo…!’ Vier jaar ervoor, precies in de vakantie tussen de basisschool en de middelbare school, voor beide scholen dus onopgemerkt, was zijn moeder onverwacht gestorven. Hij had daarna eigenlijk nooit meer over zijn moeder kunnen praten. Nu kwam het eruit.

Als je weduwnaar wordt, zijn je kinderen je zorg, maar ook je emotionele redding. Voor hen moet je doorgaan en kun je niet bij de pakken gaan neerzitten. Juist als je kinderen je redding zijn, loop je ook het gevaar dat je ze gaat claimen. Dat is ook van vroeger. Eén dochter was, als haar vader alleen bleef, de klos. Al heel jong zorgde ze mee voor het gezin en ze bleef dikwijls lang of altijd vrijgezel om voor vader te zorgen. Gun je kinderen dat ze hun eigen leven gaan leiden en niet omwille van hun alleenstaande vader bijvoorbeeld nauwelijks investeren in vrienden en vriendinnen. Als je als weduwnaar ziet dat je kinderen op een evenwichtige manier hun eigen leven gaan leven, is dat een bevestiging dat je het goed doet. Je ziet er trouwens ook in terug dat de jaren waarin je samen met je vrouw hen hebt opgevoed, blijkbaar lang positief doorwerken in het functioneren van je kinderen.

Opvoeden kun je niet zonder je vrouw. Als weduwnaar moet je het wel zonder haar doen. Dat kan met Gods hulp, die een Vader is van wezen en ondersteuner van ouders die er alleen voor staan. Dat wordt vaak genoeg gezegd in de bijbel, bijvoorbeeld in Deuteronomium 10:18 en Psalm 146:9. Als is je vrouw niet meer op aarde, toch kun je nog dikwijls in verbondenheid met haar de opvoeding voortzetten. Je kunt in haar geest de kinderen begeleiden. Blijf daarbij wel nuchter, omdat de visie van je vrouw, omdat ze overleden is, zich niet meer verder ontwikkelt. Als ze was blijven leven, waren haar ideeën over opvoeding ook veranderd, meegegroeid met de kinderen. Als vader en enige opvoeder moet je ook weer niet in het verleden blijven hangen. ‘Je moeder zou dit niet gewild hebben…’ is dus niet altijd een wijs opvoedingsinstrument en kan zelfs een middel worden om kinderen te chanteren.

Als pa en ma uit elkaar groeien

Een vogelkweker had twee mooie beestjes bij elkaar gezet om daarmee te broeden. Hij had pech, want het stel zocht weinig toenadering tot elkaar. Integendeel, ze zaten elkaar voortdurend in de veren. Uiteindelijk heeft hij de vogels maar apart gezet. Twee weken later probeerde hij het nog eens en warempel, ze begonnen te nestelen en spoedig lagen er enige eitjes. De hormonen deden hun werk onder invloed van stijgende temperaturen en langer wordende dagen. Die kracht was sterker dan de drang om te vechten. Toen vier jonge vogels geboren waren ging het zelfs even goed tussen vader en moeder. De vadervogel zorgde voor zijn vrouwtje en jongen op het nest. Toch ging zij steeds meer geïrriteerd gedrag laten zien. Na een week vochten de oude lui weer als voorheen. Meestal leek het vrouwtje de boosdoener, maar het mannetje was evenmin te vertrouwen. Nu hadden ze echter niet alleen zichzelf ermee, maar ook hun jongen. Die leden eronder. Ze kregen geen warmte genoeg – hun moeder zat veel te weinig op het nest. Ze kregen te weinig voedsel. Vader mocht het niet meer aanbieden en moeder gaf hen zelf te weinig. Spoedig was er één jong dood. De vrouw van de vogelkweker probeerde de anderen te redden door met een spuitje voedsel aan de jongen te geven. Nog een verzwakt vogeltje stierf, ondanks de bijvoeding. Een derde vogel stikte in het eten uit het spuitje. Een vierde vogel heeft het met hulp van de mens gered, maar zijn ontwikkeling was langzamer dan normaal.

Dit voorbeeld spreekt voor zich. ‘Pa, wees een vent!’, is ook van toepassing als het minder goed klikt tussen jou en je vrouw. Als jij en je vrouw uit elkaar groeien is het effect op de kinderen negatief. Dat wordt in onze samenleving onderschat, want die kiest bij voorbaat partij voor het geluk van de ouders en vergeet het ongeluk van de kinderen

Schade 1. De kinderen komen bij ouders met problemen aandacht te kort. Vaders en moeders die op een negatieve manier vooral druk zijn met elkaar en met zichzelf, hebben minder tijd en rustige aandacht voor hun kinderen.

Schade 2. In plaats daarvan krijgen ze in hun kinderleven zorgen over de ouders. De ouders ondersteunen niet de kinderen, maar kinderen gaan de ouders proberen te helpen, al is het maar door net te doen alsof ze niet wakker liggen van het slechte huwelijk van pa en ma. Ze leven met hun ouders op hun schouders. Dat is de wereld op haar kop. Ouders horen de kinderen op hun schouders te dragen.

Schade 3. Een echtscheiding is de boodschap: problemen los je op door uit elkaar te gaan. Dat is een slechte les voor de kinderen. Scheiden leert scheiden. Terwijl kinderen juist moeten leren zich evenwichtig te verbinden aan anderen, geven de ouders het omgekeerde voorbeeld. (Spangenberg, 145)

Als je problemen ervaart met je vrouw, ga er dan voor om die op te lossen door goed te communiceren. Als dat niet lukt, zoek dan hulp. Vlucht dus niet weg voor de moeilijkheden. Doe dat al helemaal niet door je in de armen van een andere vrouw te storten. Er is altijd wel een jonge collega te vinden die jou goed begrijpt als je klaagt over je vrouw. Je moet echter niet investeren in een collega die je alleen maar in haar vlotste kleding en met een goed humeur tegenkomt. Je moet investeren in je vrouw, die misschien niet meer het mooiste lichaam heeft omdat ze jouw kinderen gebaard heeft en die misschien wat vaker chagrijnig is omdat ze gezin, huishouden en werk niet kan ‘bijfietsen’. Investeren in je huwelijk is investeren in je kinderen. Het is een leugen dat kinderen beter af zijn wanneer vader en moeder uit elkaar gaan. ‘Dat is altijd nog beter dan dat wij voortdurend ruziemaken!’ Waarom is dat een leugen? Omdat het zelfrechtvaardiging is van ouders die hun eigen geluk verkiezen boven dat van de kinderen. Natuurlijk moeten ouders stoppen met ruziemaken, maar niet door uit elkaar te gaan, maar door opnieuw voor elkaar te kiezen. Je trouwbelofte, voor God afgelegd, kun je vernieuwen, soms door een crisis heen.

Misschien spreek je wel eens kinderen van gescheiden ouders of ben je het zelf. Bijna altijd laten die hetzelfde verhaal horen. Na de echtscheiding gaan ze door een periode heen van gedeeltelijke opluchting na een spanningsvolle periode. Er is echter ook onzekerheid en boosheid. Er zijn loyaliteisproblemen (ze willen beide ouders vasthouden, maar dat lukt niet altijd). Soms zijn ze wanhopig. Kinderen die de echtscheiding niet goed verwerken halen de statistieken over criminele jongeren of kinderen met psychische problemen, zoals angst en depressie. Verreweg de meesten redden het echter wel en krijgen later zelfs wel begrip voor de echtscheiding van hun ouders. De goede afloop bij de meeste kinderen is echter geen rechtvaardiging van een echtscheiding. Ten eerste zijn er ook de kinderen die wel vastlopen na een echtscheiding. Ten tweede: een evenwichtige verwerking van de echtscheiding bereikt het ene kind na een jaar en het andere na twintig jaar. Alle kinderen hebben echter lange of korte tijd gevoelens van ellende. Die zijn van invloed op hun identiteitsontwikkeling en relatiebeleving, soms levenslang. Dat wil je je kinderen toch niet aandoen?

De realiteit is dat in onze cultuur het werken aan je eigen geluk als ouders erg bepalend is voor de beleving van huwelijk en gezin. Luther zei: ‘Ik hou van mijn vrouw omdat ik met haar getrouwd ben!’ Dat is een oude bijbelse gedachte. Izak kreeg Rebekka als vrouw en daarna ging hij van haar houden (Genesis 24:67). Sinds de Romantiek van de 19e eeuw is het geworden: ‘Ik trouw met de vrouw van wie ik hou!’ Vanaf die periode zoeken kinderen hun eigen levenspartner uit, ongeacht rang of stand. Als ze maar zeker zijn van hun gevoel voor elkaar, stappen ze het huwelijksbootje in. En in onze tijd wordt dat aangevuld met ‘Ik blijf trouw aan mijn vrouw, zolang ik van haar hou!’ De zekerheid over elkaar tijdens de verkeringstijd kan verdwijnen in het huwelijk. Als echter alleen het gevoel de basis is van huwelijksgeluk, sneuvelen er veel trouwbeloftes.

Relatietherapie kan een goed instrument zijn om echtscheidingen te voorkomen. Die werkt echter niet altijd, want juist in de therapie kan boven water komen dat je partner een onderliggende of bovenliggende onevenwichtigheid heeft in de persoonlijkheid. Als je je daarvan scherp bewust wordt, kan dat voor mensen een reden zijn om de (mogelijk blijvend aanwezige) problemen te ontvluchten in een echtscheiding. De beste investering is daarom huwelijksondersteuning terwijl er nog niets aan de hand is. Als je op een gespreksgroep over het huwelijk ontspannen leert communiceren over de dingetjes die dwarszitten, voorkom je dat kleine ergernissen grote ergernissen worden. Dan krijg je in veel gevallen niet eens een therapeut nodig.

Vader en moeder op twee plaatsen

Ik zeg wat hierboven staat niet om gescheiden mensen een schuldgevoel aan te praten. Dat hebben velen van hen trouwens toch wel. Er zijn ouders die er alles aan gedaan hebben (of één van beiden heeft dat) om echtscheiding te voorkomen. Ze hebben gewerkt aan hun huwelijk, relatietherapie gehad en gebeden tot God om kracht en wijsheid. Toch is het niet gelukt. Als het dan toch tot een echtscheiding komt, probeer dan de schade te beperken, met name voor de kinderen. Hoe kan dat bijvoorbeeld?

Voor een situatie na echtscheiding gelden met de nodige veranderingen ook de punten die hierboven staan bij het weduwnaar worden. Juist omdat de partner er nog is, is het verwerken van een echtscheiding wel ingewikkelder dan het verwerken van het overlijden van een echtgeno(o)t(te). Het is emotioneel ingewikkelder. Als je vrouw is weggegaan, of jij bij je vrouw bent weggegaan, heb je niet alleen verdriet (zoals bij een weduwnaar), maar ook boosheid en schuldgevoelens. En weduwnaar heeft bovendien de neiging om alles van de tijd samen met z’n vrouw, mooi te vinden of mooi te maken. Hij heeft iets om te koesteren. Iemand die gescheiden is, heeft de neiging om het verleden met zijn vrouw juist (alleen maar) negatief te interpreteren. Hij heeft vooral pijn. Een echtscheiding maakt het leven ook praktisch ingewikkelder omdat je veel moet regelen en afspreken met een partner die niet meer bij je woont en met wie je ook problemen ervaart.

Als je gescheiden bent, blijf dan trouw aan je gedeelde verleden met je vrouw. Probeer die periode niet uit te wissen uit je leven. Als je dat doet, ontken je een deel van je eigen leven, maar ook van het leven van je kinderen. Je geeft je kinderen dan het gevoel dat ze er eigenlijk niet hadden moeten zijn, want je huwelijk was immers een pijnlijke vergissing. Neem juist verantwoordelijkheid voor je voorbije huwelijk door er zo positief mogelijk over te spreken, ook met je kinderen. Communiceer bovendien met je kinderen nog steeds over je vrouw. Blijf haar naam noemen. Doe ook dat zo positief als mogelijk is. Je blijft immers via hen met haar verbonden en zij blijft de moeder van jouw kinderen. Hoe meer je je ex-vrouw afvalt, des te moeilijker maak je het je kinderen om de echtscheiding te verwerken. Het ergste is als je via je kinderen nog steeds strijd blijft voeren met je vrouw.

Doe ook niet bitter over je schoonfamilie. De leden daarvan blijven immers de grootouders, ooms en tantes, neven en nichten van je kinderen. Jij ervaart misschien wel problemen met hen, maar laat dat geen verhindering zijn voor je kinderen om bijvoorbeeld bij de ‘andere’ opa en oma te gaan logeren. Je mag de helft van de wortels van je kinderen niet wegsnijden!

Neem ook verantwoordelijkheid voor het heden door zo goed en open mogelijk met je vrouw te praten over de kinderen. Je maakt duidelijke afspraken over het verblijf van de kinderen en wel zo dat ze zo min mogelijk hoeven te verkassen. Je spreekt ook over hun opvoeding, die nog steeds jullie gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Je probeert die zo veel als mogelijk is op één lijn te houden. In goed overleg met je vrouw probeer je diverse activiteiten van de kinderen of alleen of met haar bij te wonen. Veel mannen, die toch al weinig betrokken waren op het gezin, laten na de echtscheiding de opvoeding helemaal over aan hun vrouw. Dat draagt bij aan groeiende onzekerheid en stuurloosheid van de opgroeiende kinderen.

Als je positief contact met je voormalige vrouw niet aan kunt, zou je kunnen gaan zwijgen. Je zegt niets negatiefs over vroeger en besteedt waar je kinderen bijzijn geen woorden meer aan je vrouw. Je vrouw doet misschien hetzelfde. Daarmee komen je kinderen van de regen in de drup. Dat dwingt hen om hun leven op te splitsen in twee werelden: een wereld bij moeder, waarin ze angstvallig zwijgen over vader en een wereld bij vader waarin ze angstvallig zwijgen over moeder. Kinderen zijn slim genoeg om dat spel mee te spelen om hun ouders niet op te winden. Ze willen aan beide ouders loyaal zijn. De schade is echter voor hen. Ze komen niet aan hun eigen gevoelens toe omdat ze voordurend hun ouders moeten sparen.

Ook al nodig ik je uit zo positief mogelijk te spreken, durf wat negatief is ook te benoemen. Draai niet om pijnlijke waarheden heen. Laat de kinderen de ruimte om ook te vertellen wat hen drukt en pijn doet. Stel, dat je blij bent dat de ruzies met je vrouw nu voorbij zijn, laat dat dan niet altijd je bemoediging voor de kinderen zijn. Zij mogen blijven zeggen dat ze het een ramp vinden dat mama weg is of dat jij niet meer bij mama woont. Als jij daaroverheen walst met ‘maar het is toch fijn dat…’ laat je geen ruimte voor hun eigen gevoel. Bovendien blokkeer je zo dat ze loyaal blijven aan hun moeder. Zij horen in jouw beleving immers de impliciete oproep dat ze ook blij moeten zijn dat jullie uit elkaar zijn. En dat kan een kind niet.

Een laatste punt dat ik wil noemen is: vermijd een machtsstrijd met je vrouw om de invloed op de kinderen. Soms is dat een woordenstrijd. Jij hoort je kinderen uit over je vrouw en maakt haar vervolgens zwart. Of andersom. Zij doet dat richting jou. Soms is dat strijd over hun verblijfplaats. Jij probeert je kinderen langer bij je te houden dan was afgesproken, of je vrouw probeert dat. Soms gaat het subtieler. Vaders, die meestal minder vaak de kinderen bij zich hebben, neigen ernaar om in het weekend waarin de kinderen bij hen zijn, of in de vakantie hen te overladen met aandacht, geschenken en het doen van leuke dingen. Zo proberen ze weer wat invloed op de kinderen te krijgen, die ze in de periode dat de kinderen bij moeder zijn, denken weer kwijt te raken. Van machtsstrijd zijn de kinderen de dupe. Zij raken in verwarring of trekken zich uiteindelijk emotioneel terug van vader en moeder. Ze prikken door het egocentrisme van beide ouders heen.

Laat ik deze paragrafen over echtscheiding met dit devies afsluiten: probeer die met alle inzet te voorkomen. Pa, wees ook daarin een vent! God verafschuwt echtscheiding (Maleachi 2:16). Zo sterk staat het in de bijbel. Dat is niet voor niets. Opvoeden gaat niet zonder je vrouw. Je moet dat ook nooit willen!

(dit zijn een paar bladzijden uit het boek: ‘Pa, wees een vent!’

Nico van der Voet

Nico van der Voet is spreker, schrijver en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (afdeling HBO-theologie), zie ook www.nicovandervoet.nl.

Tags
Verdriet
Echtscheiding
In gesprek
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!