Schipperen tussen werk en gezin

18 maart
Nico van der Voet
In pakweg dertig jaar tijd is er in de maatschappij, dus ook in de gereformeerde gezindte, veel veranderd als het gaat om de verdeling van taken in het gezin. Het vraagt van beide ouders tegenwoordig veel energie om betaald werk, vrijwilligerswerk, kerkenwerk , opvoeding, hobby’s, het huishouden, mantelzorgtaken en kinderfeestjes te combineren. Een baan buitenshuis heeft voor veel moeders werkplezier en afwisseling opgeleverd, maar ook gepuzzel met tijd en aandacht.

Vraag: Schiet het nu toch niet door? De belasting van beide ouders levert stress op voor het hele gezin.

Reactie: In reformatorische kring was het – en is het soms nog wel - een discussiepunt of vrouwen met een gezin wel een betaalde baan buitenshuis kunnen aannemen. Gaat dat dan toch niet ten koste van het gezin? Volgt een vrouw dan wel haar eerste roeping van God om echtgenote en moeder te zijn? Deze vragen zijn zeker relevant ook al lijken ze door de werkelijkheid achterhaald. We moeten de kritische vragen wel aan beide ouders stellen. Ook de man heeft een eerste roeping van Godswege als echtgenoot en vader!

In de gereformeerde gezindte hebben we in theorie moeite met individualisme en vrouwenemancipatie. In de praktijk is dat anders. We gaan mee met de cultuur, al lopen we iets achter. Veel gehuwde reformatorische vrouwen en moeders werken nu ook buitenshuis. Dat doen ze meestal wel in deeltijd. (Pijnpuntje: juist reformatorisch vrouwen hebben nogal eens een zorgbaan in de uren dat hun man thuis is: in de avond, de nacht, het weekend. Wat doet dat echter met het gezin en de besteding van de zondag…?) Dat werken is het gevolg van de opleidingen die de meisjes krijgen. Onderwijs brengt emancipatie voort. De oprichting van reformatorische scholen was dus in zekere zin het binnenhalen van het paard van Troje. Het individualisme van mannen en vrouwen heeft te maken met het op nummer één zetten van het persoonlijk geluk. Dat komt vanzelf op als je dankzij het onderwijs goede banen kunt krijgen en dus geld kunt uitgeven aan bezit en vermaak. Daaronder lijden de gezinnen: ze worden kleiner, ze gaan op los zand lijken, ze breken eerder. Daar zit echt een knelpunt. Man en vrouw moeten beide niet alleen nadenken over hoe ze alle drukte plannen. Ze moeten vooral nadenken over wat echt belangrijk is. Dat heeft nog steeds te maken met hun roeping van Godswege.

Vraag: Wat is er met het traditionele gezin gebeurd?

Reactie: Wat wij het traditionele gezin noemen – vader, moeder en kinderen; géén inwonende grootouders; vader werkt buiten de deur en moeder is er voor het huishouden en de opvoeding – is niet van alle tijden en culturen. Vrouwen hebben (naast de mannen) altijd hard moeten werken. Zware huishoudelijke arbeid, opvoeding en werken voor inkomen (huisnijverheid, boerenbedrijf, winkel) gingen vaak samen op. Onze betovergrootouders, mannen en vrouwen, hadden geen tijd voor ontspanning. In de negentiende eeuw liep dat uit de hand met de opkomst van de industrie. Daarin gingen ook vrouwen en kinderen werken. Dat was niet best voor de gezondheid en ontwrichtend voor gezinnen. Toen kwam het emancipatie-ideaal van de arbeiders, dat zij net als de elite van toen, van één inkomen zouden kunnen gaan leven en van datzelfde inkomen voor hun gezin zouden kunnen zorgen. Dat ideaal is in de twintigste eeuw in het Westen bereikt. Wonderlijk genoeg blijven we het ene gezinsinkomen en de thuisblijvende moeder in de gereformeerde gezindte wel koesteren. Maar de tijd heeft niet stil gestaan. De positie van vrouwen is weer anders dan 70 jaar geleden. Dankzij het afnemend kindertal en alle gemak in het huishouden kost dat lang niet meer zoveel tijd voor vrouwen als vijftig jaar geleden. De meeste vrouwen/ moeders die nu thuisblijven, zouden zich deels vervelen, zeker als de drukke jaren met kleine kinderen voorbij zijn, als ze niet daarnaast ook nog iets te doen hadden. In onze cultuur voelen veel vrouwen zich bovendien niet meer gelukkig als ze levenslang alléén maar in gezin en huishouden functioneren. Ze hebben ook niet voor niets op school gezeten. Tegelijk voelen velen zich ook ongelukkig als ze zichzelf moeten bewijzen door én carrière te maken, én een goede echtgenote én een goede moeder te zijn. Het is niet zo’n gek idee om te zoeken naar een middenweg. Daar moet dan niet alleen een vrouw voor kiezen, maar ook haar echtgenoot!

Vraag: Maar wat zegt de Bijbel dan…?

Reactie: De rol van de ouders in de Bijbel is anders dan wij gewend zijn. Een vrouw moest de zware huishoudelijke werkzaamheden verrichten; zij hoedde de kudde of bewerkte de akker, zij bakte het brood en spon de wol; dat alles bezorgde haar een zekere achting. Alleen bij wijze van uitzondering kon zij aan het openbare leven deelnemen. Lees het maar na in Spreuken 31. Daar wordt niet eens gesproken over het opvoeden van kinderen door de moeder. Dat laatste was overigens wel het geval. Moeder voedde vooral de dochters op tot huisvrouw en vader leerde de zonen een ambacht. We hoeven déze invulling niet zo over te nemen – dat kan niet eens - als we het huwelijk maar niet verwaarlozen en de kinderen opvoeden in de vreze des Heeren.

Vraag: Welke tips heeft u voor vaders en moeders om hun werk en gezin goed te kunnen combineren?

Reactie: Als God het huwelijk geeft en daarbovenop kinderen, zijn dat zegeningen. Laten we daarvan dan eerst genieten! Dat kost tijd en die is er niet als man en vrouw beiden volledig buitenshuis werken. Doe niet wat anderen ook al doen: zich tot hun nek in de schulden steken omdat ze zo graag op jonge leeftijd al een mooi huis willen hebben en alle andere luxe van het leven. Dan moet je wel beiden zo veel mogelijk geld verdienen. In reformatorische kring zijn we erg materialistisch geworden. Ik heb er geen probleem mee als man en vrouw het huishoudelijke en het betaalde werk verdelen. Maar dan ook écht verdelen. Veel mannen vinden het wel best als hun vrouwen ook een baantje hebben, maar zelf doen ze niets in de huishouding en de opvoeding. Als beiden een betaalde baan hebben en geen eerlijke taakverdeling maken, zal de vrouw de zwaarste last dragen, omdat veel moeders huishouden en opvoeding toch als hun eerste verantwoordelijkheid blijven zien. Als man en vrouw hun taken binnenshuis en buitenshuis goed verdelen, zullen ze elkaar ook beter begrijpen en beiden meer betrokken zijn op de kinderen. Dat is winst ten opzichte van vroeger, toen mensen door de onderscheiden rollen veel meer langs elkaar heen leefden. In Nederland is het ook voor veel mannen mogelijk om in deeltijd te werken. Degenen die daar gebruik van maken, zijn doorgaans tevreden daarover. Ze hebben meer tijd voor wat belangrijk is, waaronder hun gezin

Nico van der Voet

Nico van der Voet is spreker, schrijver en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (afdeling HBO-theologie), zie ook www.nicovandervoet.nl.

Tags
Gezinsmoment
Werken
Geld verdienen
Planning
Overbelasting
Ouderschap
Huishouden
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Je peuter begrijpen

Peuters kunnen heel lief zijn en tegelijk heel vermoeiend. Soms zijn ze zo dwars dat je er geen raad mee weet, maar even later kruipen ze bij je op schoot om weer eens lekker met je te kroelen. Voor veel ouders zal dit een herkenbaar beeld van hun peuter zijn. Een beeld dat tegelijkertijd veel vragen oproept. Hoe reageer ik op een peuter die niets wil en op alles ‘nee’ zegt? Wat moet ik doen als hij alles zelf wil doen op een moment dat het mij helemaal niet uitkomt? Hoe kan ik hem geruststellen als hij ’s nachts angstig wakker wordt, of hem zover krijgen dat hij zijn speelgoed deelt met een ander kind?

In dit deel van de serie Christelijke opvoeding zoeken de auteurs op deze en vele andere vragen een praktisch antwoord, waar ouders houvast aan hebben in het dagelijkse gezinsleven. Daarbij proberen ze allereerst peuters te begrijpen in wat ze doen en laten en bij wat er in hun ‘koppie’ omgaat. Dat is de beste manier om te weten te komen wat een peuter nodig heeft en wat een goede aanpak is.