Pesten, de oerangst van ouders

30 september
Nico van der Voet
Gepest worden is een van de ergste dingen die een kind kan meemaken. Afgewezen en getreiterd worden omdat jij jij bent, is onbegrijpelijk en zeer pijnlijk. Dat hun kind gepest wordt, is ook een oerangst van ouders, vooral als die er zelf in hun jeugd mee te maken gehad hebben. Daarom willen ze dat een school er alert op is en daders corrigeert en slachtoffers in bescherming neemt.

Domme reacties op het pesten
Scholen en ouders doen niet voldoende tegen pesten. Er zijn nog steeds slachtoffers. Dat wordt gevoed door domme standpunten. Zoals:

‘Pesten is van alle tijden!’ Dat klopt ook wel en vroeger werd er misschien nog wel hardvochtiger gepest dan nu. Toen vond men het echt normaal. Dat schijnt in andere culturen ook nog zo te zijn. Maar dingen die er altijd geweest zijn en normaal gevonden worden, zijn daarom nog niet goed. Ziektes zijn ook van alle tijden en bestrijden we ook. We hebben bovendien een christenplicht tot goede sociale verhoudingen, ook in klassenverband.

‘Gepeste leerlingen moeten er maar om lachen. Ze worden er hard van.’ Hier kan in een enkel geval een kern van waarheid inzitten. Het mag echter geen uitgangspunt van beleid zijn. Er moet namelijk recht gedaan worden aan slachtoffers en onrecht voorkomen worden voor (nieuwe) slachtoffers. Bovendien: er valt om pesten niet te lachen. Van gepest worden wordt ook niemand hard. Een slachtoffer wordt onzeker en kan hoogstens die onzekerheid gaan overschreeuwen.

(Van docenten:) ‘Ik zie nooit dat er gepest wordt!’ Dit klopt deels. Maar sommige docenten zien nooit dat er iets schort aan een kind en sommigen hebben nooit belangstelling om even navraag te doen als ze het wel zien. Dat er gepest wordt, moet meestal vertéld worden, omdat het stiekem gebeurt. Maar sommige docenten hebben ook geen open houding waardoor leerlingen durven aan te kloppen met hun verhaal of het verhaal over een klasgenoot. Het kan nog gekker: er zijn docenten zo weinig fijngevoelig dat zij met lompe opmerkingen tegenover leerlingen zelfs aanwakkeren dat die (nog meer) gepest gaan worden.

Waarom iets doen tegen het pesten?
Wij moeten pesten tegengaan uit morele overwegingen. Het mág niet, punt uit. Zo gaan we niet met elkaar om. Het heeft met medemenselijkheid en naastenliefde, dus met Gods geboden, te maken. ‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet!’ Soms wordt pesten daarom ook in ’s zondagse preken genoemd als aandachtspunt. Prima. Het moet ook een aandachtspunt zijn in de opvoeding. Ouders kunnen hun kind in de gaten houden en helpen als het gepest wordt. Laten ze ook proberen te voorkomen dat hun kind dader wordt of blijft. Kinderen leren de basis van alle sociale vaardigheden thuis. Daarom moeten ouders ook het goede voorbeeld geven aan hun kinderen. Hoe gaan zij zelf met elkaar om, vooral bij irritaties? Hoe praten ze zelf over andere mensen, ook als die echt anders zijn dan zijzelf? Ouders kunnen hun kinderen corrigeren als ze met verachting over medeleerlingen praten. Ze kunnen hen zelfs stimuleren hartelijk te zijn tegenover slachtoffers. (Dat laatste blijft een aangelegen punt: ouders kunnen zeggen dat hun zoon wat aan het pestgedrag in de klas kan doen, maar die zoon heeft daar geen zin in. Dan wordt hij namelijk zelf kwetsbaar.)

De tweede reden waarom pesten tegengegaan moet worden is: slachtoffers worden beschadigd. Pesten beïnvloedt een kind levenslang en vaak is die invloed schadelijk. Je zult maar op de basisschool gepest zijn en op de middelbare school je vijf jaar onzichtbaar gemaakt hebben om pesten te voorkomen. Dat geeft zoveel onzekerheid en eenzaamheid dat je zelfbeeld, je sociale vaardigheden, je relaties en je geloof mede door dat pesten gevormd en soms misvormd zijn. Depressiviteit kan erdoor veroorzaakt of versterkt worden. Soms staat het in de media: een leerling heeft zich van het leven beroofd omdat hij / zij gepest werd. Dat is toch allerverschrikkelijkst! Volwassenen met een pestverleden komen soms nog in therapie voor dat pesten 20 of 40 jaar daarvoor. Hun thema kan dan zijn dat ze nog steeds door de bril van het gepeste kind naar het leven kijken. Omdat dat in het volwassen leven meestal irrelevant is, kan dat storend zijn in zelfbeeld en in relaties.

Pesten
Pesten komt vooral voor in de laatste jaren van de basisschool en in de eerste jaren van de middelbare school. Meestal wordt het ruwere pesten minder als leerlingen zo'n vijftien jaar zijn. Dat is in de derde of vierde klas. Als ze elkaar dan nog niet mogen, gaat het pesten over in negeren.

Er zijn veel voorbeelden te geven van getreiter. Een jongen wordt uitgescholden voor 'homo' en 'meisje' met alle vuile grappen daaromheen. Van een meisje worden spullen gestolen en ze moet zich dan vernederen om ze terug te krijgen. Een jongen wordt met kleren en al onder de douche bij de gymzaal gezet. De fiets van een jongen wordt vernield. Een jongen wordt voor de ingang van de school met zijn knieën op een ijzeren voeten-veeg-rooster geduwd. De huisarts mag later de verwonding behandelen. Een meisje wordt onderweg naar school getreiterd door medeleer­lingen. Ze mag niet naast een ander fietsen. Als ze dat toch probeert, wordt ze al rijdend van haar fiets gewerkt. Leerlingen pesten elkaar ook via de digitale media: ze sturen nare berichten rond of twijfelachtige foto’s. Of ze pesten door elkaar juist uit te sluiten van die media (door elkaar te ontvrienden of door elkaar niet toe te laten tot een klassen-appgroep). Het is niet te geloven hoe geraffineerd of grof leerlingen kunnen zijn in het pesten van - telkens dezelfde - medeleer­lingen.

Waarom dat getreiter en waarom grijpen klasgenoten niet in?
Veel leerlingen pesten anderen, op alle typen scholen. Er is geen verschil tussen VMBO of VWO leerlingen. Het meedoen bestaat uit

  • actief pesten en
  • het toelaten dat klasgenoten iemand pesten.

Het is een uitzondering als een klasgenoot het durft op te nemen voor de zonde­bok. Zelfs kinderen die een hekel aan het getreiter hebben, houden hun mond en weigeren meestal met de geplaagde medeleer­ling op te trekken. Waarom?

Leerlingen pesten en laten het pesten toe om het risico zo klein mogelijk te maken dat ze zelf gepakt worden. Dat is de verklaring van het ‘Waarom?’ Het is als het spel in het zwembad. Als je bang bent dat je medezwemmer jou onder water duwt, moet je de snelste zijn en hém onder water duwen. Als je hem naar beneden duwt, kom jij omhoog. Zolang iemand een klasgenoot treitert, is hij zelf verzekerd van een veilige positie in de klas. Sterker nog: zijn ster stijgt als hij een ander naar beneden duwt. Daarom ook grijpt een medeleerling niet snel in ten gunste van een zondebok. De kans is veel te groot dat hij zijn positie in de klas verspeelt en daarna ook naar beneden geduwd wordt.

Om een dramatische vergelijking te maken: ’t is net als in de Tweede Wereldoorlog. Geen beschaafd mens wilde de jodenvervolging. Toch hadden er maar weinigen de moed om het voor hen op te nemen. De massa zweeg en keek toe uit eigen lijfsbehoud.

Dader en slachtoffer
Dader en slachtoffer lijken niet op elkaar. De één is hard, de ander is onzeker. Toch is er tussen hen soms meer verwantschap dan we denken. Daders zijn dikwijls ook onzeker in de groep, alleen camoufleren ze dat achter hun ruwe houding. De dader heeft succes in het veilig stellen van zijn positie. Het slachtoffer slaagt daar niet in. Als een slachtoffer op zijn beurt de kans krijgt om er bovenop te komen, grijpt hij die soms met beide handen aan. Het gebeurt dat een slachtoffer van het pesten zich negatief gaat afreageren op een nieuwe klasgenoot om maar de aandacht van zichzelf af te leiden. Het kan ook dat een slachtoffer van pesten op de basisschool een dader van pesten is op de middelbare school. Het komt ook voor dat een slachtoffer thuis tiranniek is tegen­over broertjes en zusjes. In de klas is hij niet sterk genoeg om anderen naar beneden te drukken. Thuis is hij dat wel. Ook hieruit blijkt dat slachtoffer en dader soms op elkaar lijken.

Wie worden er gepest?
Wie worden gepest? Dat is niet zwart-wit te zeggen.

  • Er worden leerlingen getreiterd die daartoe geen aanleiding geven. Ze zijn net zo gewoon als alle andere leerlingen en toch kunnen ze niet meekomen met de groep. Misschien zijn ze net een tikje te vriendelijk en afwachtend. Daardoor lijken ze in de ogen van klasgenoten onzeker.
  • Bij andere leerlingen is een oorzaak of aanleiding aan te wijzen, meestal zonder dat ze er iets aan kunnen doen. De oorzaak is eigenlijk altijd deze: ze vallen op. Ze zijn stijf. Ze horen bij een minderheidsgroep in de samenleving. Ze hebben rood haar [1]. Ze zijn dik. Ze hebben veel pukkels. Ze hebben dikke brillenglazen. Ze lopen achter in de mode. Ze zijn onzeker. Ze stotteren. Ze zijn als enige van de klas lid van een bijzondere kerkelijke gemeen­schap. Ze stinken. Ook dat laatste komt helaas nog voor in onze tijd van zeep en badwater.

Sommige leerlingen voeden ongewild het getreiter doordat ze dikwijls niet passend reageren op hun medeleerlingen. Het pesten begint misschien betrekkelijk onschuldig. ‘He, kroeskop!’ Maar als het ‘kroeskop’ door anderen wordt overgenomen en telkens herhaald wordt, is dat echt niet leuk meer. Maar als een leerling daarop erg onzeker, angstig, geprikkeld of emotioneel reageert, lokt dat nieuw getreiter uit. De daders voelen: ‘We hebben beet!’

Wat is er te doen aan het pesten?
Wat is er te doen aan het pesten? Niet veel - veel getreiter onttrekt zich aan de waarne­ming van volwassenen - en toch meer dan niets. Een school kan in elk geval iets aan pestpreventie doen door bewust aandachtte schenken aan omgangsvormen in de klas. Dat kan toegespitst worden op het pesten. Als er daadwerke­lijk gepest wordt, mag niemand dat negeren en denken dat het vanzelf wel overgaat. Het is goed als ouders, op hun beurt, aan de bel trekken om docenten en schoolleiding, indien nodig, in actie te laten komen.

Het is zinloos om bij die actie daders (alleen) te stráffen. Er moet ook onder vier ogen met ze gesproken worden. Een dader die alleen gestraft wordt, heeft immers de neiging om wraak te nemen op zijn slachtoffer voor de straf. Dan wordt het getreiter dus alleen maar erger. Daders moeten inzicht krijgen in de gevolgen van hun gedrag. Om de gedragsverandering te bereiken kunnen ook de ouders van daders betrokken worden bij het oplossen van de problemen.

Het is niet effectief om slachtof­fers alleen maar in bescherming te nemen. Zij hebben ook persoonlijke begeleiding nodig. Het slachtoffer zal dikwijls ook moeten veranderen, als hij herhaling van ellende wil voorko­men. Docenten die een gesprek aangaan met de klas over de gepeste leerling, om die in bescherming te nemen, kunnen dat trouwens zo onhandig doen dat de betreffende leerling zich nog ellendiger gaat voelen. Persoonlijke gesprekken zijn altijd beter, of met kleine groepjes van de klas. In een grote groep worden er al gauw voor het slachtoffer gênante dingen gezegd.

Waarin kan een slachtoffer veranderen?

  • Een leerling kan de mogelijke aanleiding tot het pesten proberen weg te nemen. Dit is ook een punt voor de ouders om in de gaten te houden. Hun kind moet niet onnodig negatief opvallen. Een jongen kan naar de dokter gaan om een goed middel tegen eczeem te vragen. Een meisje kan zich iets vlotter gaan kleden om beter over te komen. Toch is dit dikwijls niet afdoende. Een meisje kan met een compleet nieuwe, eigentijdse garderobe op school komen en vervolgens gepest worden om de nieuwe kleding.
  • Soms moet een leerling ook anders leren reageren op klasgenoten. Dat is een punt voor gesprek tussen de klassenleraar en de leerling. De leerling moet bijvoor­beeld beter leren inschatten wanneer hij irritant gedrag van klasgeno­ten het beste kan negeren, of wanneer hij erom kan lachen (dus toch) of wanneer hij gepast terug moet slaan (het liefst met woorden). Slachtof­fers slaan dikwijls om zich heen als ze beter hadden kunnen lachen. Ze staan zuurzoet te lachen als ze beter van zich hadden kunnen afbijten. Ook ouders kunnen hierover praten met hun zoon of dochter. Ze kunnen dagelijks de gebeurte­nissen op school doornemen. Vage bemoedigingen, zoals: 'Je moet het maar naast je neerleggen, het gaat vanzelf over!' helpen niet. Gebeurtenis­sen nabespreken kan wel een positief effect hebben. 'Waarom reageerde je zo bang? Had je ook anders kunnen reageren? Wat doe je als dezelfde situatie zich morgen weer voordoet?'
  • Het inzicht van een leerling neemt toe op deze punten als hij meer gezond zelfvertrouwen krijgt. Hij mag op een eerlijk manier voor zichzelf op komen. Dat kan hij eventueel leren in een assertiviteitstrai­ning. (Die wordt soms op een school gegeven. Die wordt ook aangeboden bij bureaus voor psychische hulpverlening.) Dat gezonde zelfver­trouwen is mogelijk de verklaring waarom het ene dikke meisje wel geplaagd wordt en het andere niet. Het meisje met zelfvertrouwen kan meestal goed omgaan met (lastige) anderen. Ze is niet zo snel van slag als anderen verve­lend doen. Klasgenoten krijgen op haar geen vat. Zij is en blijft gewoon zichzelf, al wordt ze misschien uitgela­chen om bepaalde dingen. Daarom heeft het voor een groep geen zin om haar te treiteren en wordt een meer onzekere medeleerling gepakt.

Wat kunnen ouders doen, als hun zoon of dochter getreiterd wordt? Zij moeten thuis voldoende veiligheid bieden aan hun kind, dat zich op school zo bedreigd voelt. Als een meisje op school door klasgenoten en thuis door oudere broers geplaagd wordt, is haar leven dubbel zwaar. Ouders doen er verstan­dig aan om ook weer niet al te beschermend op te treden. Binnen de veilige situatie van het gezin mogen broers best wel eens plagen. Een kind moet daar ook weer niet overdreven schrikkerig op reageren. Ouders hoeven ook niet voor elk wissewasje naar school of andere ouders te bellen. Het komt er op aan dat ze hun geplaagde kind leren zijn éigen boontjes te doppen. In de situatie waarin een getreiterd kind zich thuis afreageert op de 'kleintjes' of op de ouders, hebben zij het dubbel moeilijk. Ze hebben medelijden met hun kind en zijn tegelijk boos. Het is niet gemakkelijk om de zoon of dochter positief te blijven benaderen. Toch is dat dan juist nodig om bij het kind te voorkomen dat het denkt overal afgewezen te worden.

Ouders vragen soms om overplaatsing van hun kind naar een andere klas. Een enkele keer halen ze hun zoon of dochter vanwege het pesten zelfs van school af. Deze vluchtwegen - dat zijn het - zijn meestal zinloos. Zij kunnen wel een tijdelijke oplossing zijn. De leerling loopt echter het risico dat hij in de andere klas of op de andere school dezelfde narigheid meemaakt. In het algemeen gezegd, kan een geplaagde leerling beter zijn energie steken in het leren omgaan met zijn eigen gevoelens en met moeilijke mensen.


[1] Daarvoor werden kinderen vroeger heel erg gepest.

Nico van der Voet

Nico van der Voet is spreker, schrijver en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (afdeling HBO-theologie), zie ook www.nicovandervoet.nl.

Tags
Pesten
Dagelijks leven
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Ruimte door regels

Een kind zonder grenzen in de opvoeding heeft het niet getroffen. In dit boek maakt Sarina Brons duidelijk hoe belangrijk, veilig en waardevol het stellen van grenzen voor je kind is. Alle belangrijke elementen komen daarbij aan de orde, zoals belang, doel en uitwerking van grenzen, de moeite om grenzen te stellen en de verhouding tussen grenzen, liefde en verantwoordelijkheid.
Steeds met duidelijke uitleg, adviezen en tips. Door middel van prikkelende vragen in de tekst wil de auteur ouders daarnaast laten nadenken over hun eigen keuzes en oplossingen.
Ze bemoedigt ouders met haar visie dat grenzen je kind helpen om op een goede manier groot te worden.

Parenting Children Course

De Parenting Children Course is een plek voor ontmoeting, herkenning en inspiratie. Je praat samen met andere ouders over herkenbare uitdagingen en ontvangt handvatten, tips en nieuwe ideeën voor thuis. Want iedere ouder wil graag het beste voor zijn kind!

Loop je rond met vragen over opvoeding? Vraag je je af hoe jij je kinderen kunt stimuleren in hun ontwikkeling? Hoe je belangrijke waarden integreert in je opvoeding? Ben je op zoek naar een juiste balans tussen loslaten en grenzen stellen? Dan is Parenting Children Course echt iets voor jou! De cursus is voor ouders van 0 tot 10-jarigen. Het is voor iedere ouder, ongeacht burgerlijke staat, culturele achtergrond of levensovertuiging. De Parenting Children Course is gebaseerd op christelijke principes, maar is relevant voor zowel christelijke als niet-christelijke opvoeders.