Opvoedgrenzen gezocht

23 december
Sestra mama
Het loslaten van je kinderen en hen richting de volwassenheid eigen keuzes laten maken, is een van de lastigste uitdagingen in het ouderschap, vindt schrijver en moeder Esther de Hek. Het vraagt namelijk om het loslaten van jezelf. Durven we het aan om ons eigen, vaak diep in ons verweven, gelijk los te laten?

Onze oudste zoon ging op Koningsdag naar Amsterdam en stuurde halverwege de dag foto’s van een gevaarlijk dicht opeengepakte mensenmassa, waarvan het merendeel flink aangeschoten was, vertelde hij later. Het waren dergelijke plaatjes die op sociale media volop kritiek en afkeuring opriepen en ik begreep dat. Toch hadden we hem laten gaan en niet omdat hij nu eenmaal 18 jaar oud was.

Als jonge ouder dacht ik dat het loslaten van je kind een soort estafetteloop was, waarbij de ene uitdaging de andere georganiseerd op zou volgen, en je op den duur de finish zou bereiken. Het begint met de eerste losse stapjes, fietsen zonder zijwielen, eigen kleding uitzoeken, een eerste kampeerweekend met vrienden, en een paar jaar later is het klaar, zeg maar. Met de juiste instructies erbij, een strakke spelleiding en hartelijk aangemoedigd, zou het kind na die loop in staat moeten zijn verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en zijn daden. In keuzes en gedrag liefst grotendeels gelijk aan wat het van huis uit meekreeg.

Lastige uitdaging
Ik erken dat ik er al snel achter kwam dat het loslaten van je kinderen geen simpele opstelsom van ontwikkelingsstappen is, maar een van de lastigste uitdagingen van het ouderschap. En zo verwonderlijk is dat niet, als je stilstaat bij wíé je stukje bij beetje gaat afstaan aan het leven: het liefste bezit dat je als moeder negen maanden onder je hart gedragen hebt. Geen band zo uniek, intens, complex en kwetsbaar als die met je kind. Vertel me, hoe doe je dat? Waar begint ruimte geven en laten gaan? Waar en tot wanneer claim je nog plek voor impact, begrenzing en bijsturen? Voor mijn echtgenoot en mij, ouders van een elfjarige dochter en twee zonen (17 en 19 jaar), zijn dat momenteel de belangrijkste opvoedvragen.

Negentien jaar moederschap bracht mij onder andere realiteitszin en een onverbloemde blik op het ouderschap, concludeer ik. Opvoeden leer je slechts een beetje uit boekjes, blogs en bladen, maar vooral door dag in, dag uit, in harmonie en soms heibel, energiek en dan weer afgedraaid, het leven met je opgroeiende kinderen te leven. Dat heeft mij gevormd tot een realistische moeder, een die de naïviteit niet voorbij is, maar het keurige gezinsplaatje weinig nastrevenswaardig meer vindt. Vroeg of laat komen daar kleine of grotere barsten in. Deze vorming helpt mij, merk ik, nu onze oudste twee kinderen steeds meer eigen keuzes gaan maken, die niet altijd de mijne zijn.

Vond jij het goed?
Niet lang na Koningsdag is de buurman op de koffie, terwijl ook mijn zoon en twee vrienden erbij zitten. Hun gefeest in de hoofdstad komt ter sprake. ‘Vond jij het goed dat hij naar Amsterdam ging?’ vraagt de buurman op den duur. Ik weet inmiddels dat het antwoord op zo’n vraag meer dan twee smaken kent, hoewel daarover de meningen verschillen. Ik vond het niet goed dat hij ging, maar heb het hem niet verboden. Het loslaten van je kinderen vraagt namelijk ook het – binnen een bepaalde bandbreedte, er zijn zeker grenzen – leren verdragen van hun keuzes. Dat betekent soms teleurgesteld raken, bezorgd zijn en op je tong bijten. Het betekent nog meer, zoals Brené Brown in het hoofdstuk over bezield ouderschap in De kracht van kwetsbaarheid schrijft, dat je kind weet dat ook jij feilbaar bent en niet altijd gelijk hebt. ‘Ik ben niet perfect (…) maar ik ben bij je betrokken, sta voor je open, heb aandacht voor je en houd van je’, schrijft ze.

Bewust vroeg ik die Koningsdag onze zoon wat foto’s vanuit Amsterdam naar ons te sturen en luisterden we bij thuiskomst naar zijn verhalen. Wie mij beter kent, weet dat ‘geen vooringenomenheid’ niet mijn mores natura is. Maar zoals de omgang met kinderen je meer waardevols bijbrengt, leerde deze mij ook vaker pas op de plaats te maken en welwillend mee te gaan in hun verhalen en opinies.

Principiële bevlogenheid
Dit is meer dan een trucje, er zit een persoonlijke ontwikkeling achter, die raak omschreven staat in De kunst van het loslaten en vasthouden van de inmiddels 80-jarige predikant Wim Rietkerk. Het kunnen loslaten van de ander, ook je bloedeigen kind, heeft alles te maken met het kunnen loslaten van jezelf, is in het kort zijn boodschap. Hij verbindt dit direct aan de oproep van Jezus in de Bergrede (Luc. 6:37): ‘… laat los en u zult losgelaten worden.’ (HSV) Het Griekse woord voor ‘los’ kun je interpreteren als ‘vrijlaten’, ‘vaarwel zeggen’.

Misschien ben jij de uitzondering, maar ik zie bosjes christelijke ouders die hun kinderen – vaak vanuit hartelijke principes – willen vormen volgens eigen visies, regels, voorkeuren, verwachtingen en eisen. Principiële bevlogenheid en de waarde van duidelijkheid en regels vind ik mooi en om te koesteren. Maar durven we het aan om ze vrijheid te geven voor discussie en om toe te werken naar het moment dat onze kinderen, zonder zich veroordeeld te weten, in alles eigen keuzes zullen maken? Oftewel: durven we het aan om ons eigen, vaak diep in ons verweven, gelijk los te laten?

Offers van jezelf
Dat is ook liefde, de onvoorwaardelijke liefde waar uit genade heel ons levenshuis van afhankelijk is. Liebe heisst loslassen is de titel van een bijzonder artikel van de Duitse predikante Friederike Klenk, waarin ze een aantal vragen stelt om te ‘testen’ hoe goed je kunt loslaten. Een vraag is deze: ‘Kan ik me in de zelfstandigheid van mijn kinderen of partner verheugen, of beklemt het mij, als er dingen gebeuren waar ik totaal buiten sta?’ Regelmatig neem ik de tijd om over deze vraag na te denken, zoals laatst toen een van onze zonen in wanorde en ongeorganiseerd op pad ging voor een weekendje weg met vrienden. Zelf had hij er alle vertrouwen in. Ik zag het als mijn moederlijke roeping om dat niet met vragen ter discussie te stellen maar dit te bevestigen, en hem zo mijn vertrouwen te geven.

Het leren loslaten van je kinderen vraagt offers van jezelf, loslaten is riskant, schrijft Wim Rietkerk. ‘Maar je kunt het in de kracht van de geschonken genade. Omdat er een Hand is die je draagt.’

Esther de Hek (48) is schrijver en schrijftrainer (zinenzo.nl).

Sestra mama

Sestra mama is hét magazine voor elke moeder. Voor de mama die (continu) op zoek is naar work-lifebalans en tijd voor zichzelf en haar omgeving. Volg Sestra op Instagram www.instagram.com/sestramama/

Tags
Loslaten
Ouderschap
Dagelijks leven
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Je peuter begrijpen

Peuters kunnen heel lief zijn en tegelijk heel vermoeiend. Soms zijn ze zo dwars dat je er geen raad mee weet, maar even later kruipen ze bij je op schoot om weer eens lekker met je te kroelen. Voor veel ouders zal dit een herkenbaar beeld van hun peuter zijn. Een beeld dat tegelijkertijd veel vragen oproept. Hoe reageer ik op een peuter die niets wil en op alles ‘nee’ zegt? Wat moet ik doen als hij alles zelf wil doen op een moment dat het mij helemaal niet uitkomt? Hoe kan ik hem geruststellen als hij ’s nachts angstig wakker wordt, of hem zover krijgen dat hij zijn speelgoed deelt met een ander kind?

In dit deel van de serie Christelijke opvoeding zoeken de auteurs op deze en vele andere vragen een praktisch antwoord, waar ouders houvast aan hebben in het dagelijkse gezinsleven. Daarbij proberen ze allereerst peuters te begrijpen in wat ze doen en laten en bij wat er in hun ‘koppie’ omgaat. Dat is de beste manier om te weten te komen wat een peuter nodig heeft en wat een goede aanpak is.