Ook in ons falen mogen we onze kinderen opvoeden

30 mei
CGJO
Onderzoek wijst uit dat ouders de grootste invloed hebben op het geloof van hun kinderen. Geweldig, zou je zeggen. Wat een bemoediging! Met nog meer enthousiasme werp je je op de geloofsopvoeding. Je koopt een mooi project in voor Pasen en knutselt, zingt en onderzoekt er lustig op los. Maar wat als je je bevindt in een tijd van je leven dat je niet zoveel te geven hebt, of denkt te hebben? Wat als je somber bent, als de winter veel te lang duurt, als de drukte van het gezin je teveel wordt of je werk al je gedachten negatief in beslag neemt? Wat als je lichamelijk beperkt bent of ziekte al je energie op slokt? Dan kan de uitkomst van dat onderzoek zomaar een extra last worden.

Als ik rond kijk op Instagram en Facebook, dan krijg ik de indruk dat geloofsopvoeding groots en meeslepend moet en mag zijn. Aanbieders van middelen om geloofsopvoeding vorm te geven schieten als paddenstoelen uit de grond. En ik ben er blij mee! Het is heerlijk dat andere mensen de tijd nemen om iets moois te maken en dat ik er gebruik van mag maken.

Maar wat is geloofsopvoeding eigenlijk? En wanneer ‘faal’ je daarin? Als er één aspect van de opvoeding is waar we ons schuldig over kunnen voelen, dan is het dit! Geloof is tenslotte ‘de enige troost’, ook voor onze kinderen. Laten we eens goed kijken naar wat geloofsopvoeding is. Het is namelijk veel en veel meer dan de speciale gezinsmomenten rondom de Bijbel. Geloofsopvoeding is er altijd en overal. Het is alles wat je doet, zeker (of misschien zelfs juist) als je niet goed in je vel zit of er heel veel gaande is in je leven.

Bij geloofsopvoeding denken veel mensen als eerste aan Bijbellezen, bidden, zingen en naar de kerk gaan. De vaste rituelen door de week en de dag heen. Zo wennen kinderen aan God in hun leven, heel praktisch. Het is goed om die basis al heel vroeg te leggen. Gelukkig zijn er veel kinderbijbels beschikbaar, hulpmiddelen om kinderen te leren bidden en ook boekjes om in de kerk te gebruiken. Maar wat uiteindelijk het verschil maakt, is niet dat ze in de kerk zaten, maar wat ze daar zien en meemaken. En hoe mooi dat je dan, zeker ook in moeilijke tijden, kinderen mag meegeven wat de kerk, wat het geloof voor je betekent. Misschien kun je iets van je vragen met hen delen of zijn de liederen bemoedigend. Kinderen en jongeren zien hoe jij in de kerk zit.

Goed, maar wat is geloofsopvoeding dan nog meer? Hoe wordt het zichtbaar in alles en op elk moment? Het is jouw manier van leven met God, waar kinderen veel van leren. Jij bent een voorbeeld. Hoe leef je je leven met God? Hoe struikel je en sta je weer op? Hoe maak je beslissingen? Hoe ga je om met je talenten en zwakheden? Laat iets van je worstelingen ook in het gebed aan tafel hoorbaar zijn. Zomaar ineens zul je merken dat je kinderen ook hun eigen gedachten met God gaan delen. Zoals jij met je kind omgaat, zo geef je kinderen een glimp van God. Je mag iets van Hem weerspiegelen als je kijkt naar je kind, hem/haar waardeert in zijn unieke zijn. Je mag het beste zoeken voor een kind, ook als het pijn doet. Je mag ze vertrouwen geven, ze zelf dingen laten ontdekken.

Ik moet denken aan de tijd na de geboorte van onze jongste. Het ging niet goed met mij en ik kon er niet zijn voor de meiden, hoewel zij me bij deze gebeurtenis zo nodig hadden. Ik leerde loslaten, vertrouwen geven dat ze het zouden redden (met andere mensen die er wel voor hen konden zijn). En ook dat toont iets van God. Natuurlijk falen we. Bovenstaande aspecten van de geloofsopvoeding zijn nog moeilijker dan ‘simpelweg’ een boekje kopen en lezen. Maar… ook in het falen mogen we onze kinderen opvoeden. En daar is weer de geloofsopvoeding. Kun jij nederig zijn en je excuses aanbieden in je gezin? En durf je daarna verder te leven, dankbaar en vrij van schuld omdat het weer goed is met God of je medemens?

Zo is alles geloofsopvoeding, juist in het dagelijks leven, juist in de dingen die je toch al doet, waar je niet speciaal tijd voor vrij hoeft te maken. Je hoeft er niet bijzonder geschikt voor te zijn. Wees gewoon mens in relatie tot God en deel dát. Ja, wij ouders… we hebben een ongelooflijk grote rol in de geloofsopvoeding van onze kinderen. Onze invloed is de grootste. Maar nee, als we dat denken gaat er toch iets mis. Niet wij hebben de grootste invloed: Gods invloed is groter en gaat verder dan onze invloed ooit kan gaan. Want Hij werkt in de harten van onze kinderen. En Zijn voorbeeld is het beste, Zijn ‘inmenging’ in de gebeurtenissen in het dagelijks leven, Zijn ‘zijn’ is er altijd. Zijn Heilige Geest werkt.

Dat is wat ik bedenk als ik weer denk te falen. God weet wat van Zijn maaksel zij te wachten. Hij houdt van mij en werkt in mij. En Hij houdt meer van Zijn (en onze) kleine maaksels dan ik ooit zal kunnen doen.


Tekst: Elza Hogendoorn- Oosterwijk

CGJO

De Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie is één van de twee jeugdwerkorganisaties binnen de CGK. De CGJO onderscheidt zich in toerusting op maat voor clubs, verenigingen, kerkenraden, ouders en zondagsscholen.

Tags
Ouderschap
Dagelijks leven
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens

Opvoeden, gave en opgave

Het eerste deel handelt over de essenties van christelijk opvoeden vanuit Bijbels perspectief, met aandacht voor de ontwikkeling van kinderen, jezelf als opvoeder en opvoeden in de huidige maatschappij. Dit deel bestaat uit vijf hoofdstukken: Begeleid de trektocht, opvoeden vanuit de basis, de opvoeder, om gezin heen en opvoeden in deze tijd. Er worden veel voorbeelden en vragen uit de praktijk aangehaald om het boekje zo praktisch mogelijk te maken. Er staan regelmatig vragen die je zelf kunt overdenken of kunt bespreken met je man of vrouw.

Het tweede deel bevat een kringhandleiding met ideeën voor acht bijeenkomsten die je kunt organiseren of volgen met andere opvoeders. Zo kun je samen met anderen aan de slag, om van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en te bemoedigen.