Lezen, luisteren of kijken

28 april
Terdege
Welke leerstijl heeft je kind? De een zit een uur met z’n neus in de boeken en haalt een vijf, de ander leest het in 5 minuten door en haalt een negen. Het verschil zit ‘m in de intelligentie van het kind, denk je dan. Dat is maar gedeeltelijk waar. De leerstijl is minstens zo belangrijk. Want als je kind vooral iets leert door te luisteren, dan zal hij na twee uur lezen nog geen negen scoren. Help je kind te ontdekken hoe hij het beste leert: door te lezen, te luisteren of te kijken.

De meeste kinderen hebben twee leerstijlen waarmee ze uit de voeten kunnen, van de derde manier pikken ze weinig tot niets op. Het huiswerk zal voor de harde zwoegers niet opeens een peulenschil worden, maar wie aansluit bij de leerstijl van zijn kind, kan erop rekenen dat leerplezier en cijfers omhoog gaan!

Leerstijlentest
Deze test bestaat uit drie delen, die op drie opeenvolgende schooldagen op ongeveer hetzelfde tijdstip van de dag moeten worden uitgevoerd. Om de uitslag van de test zo nauwkeurig mogelijk te laten zijn, moeten de voorwaarden waaronder de test afgenomen wordt zorgvuldig opgevolgd worden. Gebruik daarbij een klok met een secondewijzer.

Dag 1
Voorbereiding: Pak tien lege kaartjes en schrijf er de volgende woorden duidelijk leesbaar op: handdoek, piano, vingerhoed, raam, kachel, deken, handvat, mantel, gazon, boek. Schrijf op een leeg kaartje acht tot tien rekensommen op het niveau van de geteste.

Bijvoorbeeld: 3x7, 11-3, 6x8, 17x9, 2x17, 49-13, 5x41, 72:12.

Test: Degene die getest wordt, krijgt 2 seconden leestijd per woord. Is die tijd voorbij, stop dan het kaartje weg. Als hij alle tien de woorden heeft gelezen, moet hij 30 seconden hoofdrekenen. Daarna moet hij de tien woorden die hij zojuist heeft gelezen, proberen op te noemen. Daarvoor heeft hij 20 seconden de tijd. Controleer hoeveel woorden hij heeft onthouden door de bijbehorende kaartjes apart te leggen. Noteer het resultaat. Uiteraard mag degene die getest wordt gedurende de tijd dat hij zich de woorden probeert te herinneren niet gestoord of geholpen worden.

Dag 2
Voorbereiding: Schrijf op één enkel kaartje tien nieuwe woorden: doos, kruik, pantoffel, tennisbal, tapijt, inkt, weegschaal, suiker, kast, cirkel. Noteer op een ander kaartje rekensommen: 4x11, 23-7, 24:6, 13+11, 3x12, 73-15, 4x16, 63+26.

Test: Lees degene die getest wordt luid en duidelijk de tien woorden voor, steeds met 2 seconden ertussen. Laat hem vervolgens weer 30 seconden lang hoofdrekenen. Daarna heeft hij 20 seconden de tijd om te proberen zich de woorden te herinneren. Vink de woorden die hij goed heeft onthouden op het kaartje af en vertel hem hoeveel het er zijn.

Dag 3
Voorbereiding: Leg de volgende tien voorwerpen onder een doek, zodat degene die getest wordt ze niet kan zien: appel, vork, tandenborstel, glas, schrift, potlood, wc-papier, knoop, schaar, sleutel. Door de voorwerpen ook nog op een kaartje te schrijven, verloopt de controle straks gemakkelijker. Telkens wanneer degene die getest wordt een voorwerp noemt, kan dat meteen op het kaartje worden afgevinkt. Schrijf op een ander kaartje weer rekensommen: 7x9, 18+5, 39:3, 26-17, 5x19, 11x11, 74-17, 51:30.

Test: Laat degene die getest wordt stuk voor stuk de voorwerpen zien, steeds met 2 seconden ertussen. Leg de voorwerpen vervolgens weg, zodat hij ze niet meer kan zien. Na het tonen van de tien voorwerpen moet hij weer rekensommen maken. Geef hem na 30 seconden rekenen 20 seconden lang de gelegenheid om de voorwerpen te noemen die hij zich kan herinneren. Vink op de van tevoren gemaakte lijst de voorwerpen af die hij heeft onthouden en schrijf op hoeveel dat er zijn.

Uitslag
Bekijk de resultaten van de afgelopen drie dagen en kijk waar de hoogste scores zijn behaald. Bij het lezen van dag 1, het luisteren van dag 2 of het kijken van dag 3? Vaak is er één dag een beduidend lagere score en liggen de andere twee dichter bij elkaar.

Leren door te lezen
Voor ouders is het gemakkelijk als kinderen vooral leren door te lezen. De lesstof krijgen ze veelal in boeken en readers aangeboden, dus ze kunnen zelf aan de slag!

Leren door te luisteren
Deze kinderen hebben veel baat bij goed opletten tijdens de les. Goed luisteren is het halve werk. Als ouder kun je niet ieder hoofdstuk geschiedenis of biologie nog eens gaan uitleggen. Wat helpt, is dat je kinderen het hoofdstuk hardop lezen en het gelijk opnemen. Daarna kunnen ze het hoofdstuk naluisteren. En daar pikken ze meer van op dan wanneer ze het nog een paar keer zouden doorlezen. Overhoren is voor deze kinderen ook fijn, want dan horen ze het allemaal nog een keer langskomen. Je kunt de rollen ook een keer omdraaien. Je kind stelt de vragen en jij geeft antwoord.

Leren door te kijken
Plaatjes en voorbeelden zijn voor deze leerlingen onmisbaar. Maak zichtbaar wat hij moet leren. De doorsnee van een bol? Pak er een appel bij. Laat hem jaartallen bij een getallenlijn zetten en maak er in je hoofd of op papier een plaatje bij. Ezelsbruggetjes kunnen helpen bij het leren van woordjes.

“Zo is leren leuk”
Voor ouders die merken dat het huiswerk hun kinderen moeilijk valt, is het boek “Zo is leren leuk” een aanrader. Wolfgang Endres geeft in dit boek ruim vijftig handige tips. Een tip doornemen kost ongeveer tien minuten, het rendement is vele malen groter! Van manieren om woorden te leren tot het verdelen van je huiswerk in kleine porties, concentratie-oefeningen, proefwerkvrees en de leerstijlentest die in dit artikel is opgenomen. De uitgever van dit boek is Panta Rhei.

Tien basistips
1. Zorg dat je weet wat er van je kind wordt verwacht.
2. Zorg voor goede werkomstandigheden.
3. Leer je kind plannen en organiseren.
4. Bied praktische tips.
5. Toon begrip en belangstelling.
6. Vraag wat uw kind op school heeft geleerd over huiswerk leren/maken.
7. Probeer erachter te komen wat je kind motiveert om iets (niet) te doen.
8. Zorg dat je kind zich kan concentreren. Muziek, mobieltje etc. leiden vaak af.
9. Als het niet gaat, draag dan niet allemaal oplossingen aan, maar ga het gesprek aan met je kind. Overleg indien nodig met school.
10. Lukt het nog steeds niet, dan is externe huiswerkbegeleiding een optie.

Bron: Ouders & COO

Overhoren helpt echt!
Een groep studenten kreeg 25 minuten de tijd om een artikel door te nemen over de leefgewoontes van de toekan. Een derde van de groep mocht daarna direct naar huis, een derde kreeg extra studietijd en een derde kreeg een overhoring over dit onderwerp. De volgende dag kregen alle studenten een toets. De studenten die direct naar huis mochten of langer mochten studeren, scoorden beduidend lager dan de studenten die al een overhoring hadden gekregen. Ook op vragen die de dag ervoor nog niet waren gesteld, gaven deze laatste studenten vaker het goede antwoord. De psychologen verklaren dit als volgt: Het ophalen van informatie uit het geheugen zorgt ervoor dat ook andere gerelateerde kennis uit het brein een ‘boost’ krijgt, zodat men zich de stof beter herinnert.

Uit: Psychologiemagazine februari 2007

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
School
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens

Opvoeden, gave en opgave

Het eerste deel handelt over de essenties van christelijk opvoeden vanuit Bijbels perspectief, met aandacht voor de ontwikkeling van kinderen, jezelf als opvoeder en opvoeden in de huidige maatschappij. Dit deel bestaat uit vijf hoofdstukken: Begeleid de trektocht, opvoeden vanuit de basis, de opvoeder, om gezin heen en opvoeden in deze tijd. Er worden veel voorbeelden en vragen uit de praktijk aangehaald om het boekje zo praktisch mogelijk te maken. Er staan regelmatig vragen die je zelf kunt overdenken of kunt bespreken met je man of vrouw.

Het tweede deel bevat een kringhandleiding met ideeën voor acht bijeenkomsten die je kunt organiseren of volgen met andere opvoeders. Zo kun je samen met anderen aan de slag, om van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en te bemoedigen.