Kleine gewoonten in een gezinsleven met God

21 april
Sestra mama
Wat Erika van Nes betreft, kan geloofsopvoeding niet vroeg genoeg beginnen. ‘Zie de geloofsopvoeding niet lós van het dagelijkse, als een extra onderdeel van je toch al drukke leven met een jong gezin, maar juist verweven met het dagelijks leven: God eren, ontdekken en ontmoeten in het leven van alledag.’

Er is een heel aantal redenen te noemen, waarom jong starten met de geloofsopvoeding zo waardevol is. Ik noem er drie:

1. Je kunt een gezinscultuur creëren
God is de grote Schepper. En wij, die naar het beeld van de Schepper gemaakt zijn, mogen ook iets scheppen. Als ouders van jonge kinderen mogen jullie een gezin creëren, een thuis maken, een plek waar datgene centraal staat wat jullie belangrijk vinden. Jonge kinderen leren in de eerste plaats door ervaren, observeren en zien. Dit legt een basis in hun leven. Door het vormen van een eigen, unieke gezinscultuur waarin God centraal staat, ervaren kinderen de werkelijkheid van jullie leven met God.

2. Laat tradities ontstaan
Het is opmerkelijk dat wanneer mensen terugdenken aan hun jeugd, juist tradities een grote bron van herinnering vormen: ‘Weet je nog dat wij altijd …’ Bij geloofsopvoeding is het net zo: tradities vormen een bron van herinnering en zijn een middel om het wereldbeeld van jouw jonge kind te vormen; een stevig fundament onder het bestaan. En het leuke is: jonge kinderen zijn gek op tradities en rituelen. Je kunt allerlei tradities opnemen in jullie gezin: een bijbelverhaal lezen na het eten, samen bidden en een zegenliedje zingen voor het slapengaan, wekelijkse gezinsmomenten houden rondom de Bijbel (zie een uitgewerkt voorbeeld in het kader), of tijdens advent toeleven naar het kerstfeest. Wanneer je vanaf het begin bepaalde tradities in jouw gezin hebt opgenomen, zullen jouw kinderen dit heel normaal vinden. Zo mag je patronen neerleggen die voor jouw kind een hulpmiddel kunnen zijn om met God te leven. Bovendien: wanneer je jong begint, kun je in alle rust en vrijheid ontdekken welke tradities en rituelen wel bij jullie gezin passen, en welke je toch weer los wilt laten.

Joël (2) gaat helemaal op in zijn spel. Hij brengt zijn auto’s naar ‘bed’. Wanneer alle auto’s keurig op een rijtje op de bank staan, vouwt hij zijn handen en knijpt zijn ogen dicht. Hardop bidt hij: ‘Jejes naam, amen.’ Alle auto’s krijgen nog een kus en mogen daarna lekker gaan slapen.

3. Wees gezin in toekomstperspectief
Tot slot: hoe heerlijk is het om gewoon gezin te zijn? Om heel bewust, als gezin, te leven met God, door de dagelijkse praktijk heen, maar ook op vaste momenten. Dat is heel gewoon en tegelijk heel bijzonder. Geloven in God is iets wat concreet vorm mag krijgen in het leven van alledag. Geloven in God is niet iets onwerkelijks, maar gebeurt juist in de concrete werkelijkheid. Tegelijkertijd is geloven meer dan het hier-en-nu, geloven wijst een richting aan. Geloven vraagt om toekomstperspectief: het weten waar jullie met elkaar naar onderweg zijn. Als opvoeders mogen we het beeld schetsen van Gods Koninkrijk, dat nu al ten dele werkelijkheid is en dat straks alomvattend zal zijn. We mogen onze kinderen die weg wijzen. Door de grote en kleine momenten van de geloofsopvoeding, door onze gezinscultuur, door tradities, mogen we alvast iets ervaren van dit Koninkrijk. Dat is goud waard! En dat is bagage die levenslang meegaat. Als jonge ouder mag jij jezelf dingen eigen maken, gewoonten inslijten en God erbij betrekken. Dat is een oefenproces voor jezelf en een basis waar jouw kind zijn hele leven op kan terugvallen.

Geloofsopvoeding en de ontwikkelingsfase van je kind
Jonge kinderen maken enorme veranderingen door. Niet alleen lichamelijk, cognitief en sociaal-emotioneel, maar ook in geloofsbeleving. In elke fase staat je kind open voor bepaalde vormen van geloof en geloofsbeleving. In jullie gezin kun je hier heel gericht op inspelen. Per fase is er een aantal heel specifieke punten waar je aandacht aan kunt geven; ter inspiratie noem ik er steeds één:

Zwangerschap
Heb jij je ooit gerealiseerd dat je al tijdens de zwangerschap een basis kunt leggen voor geloofsopvoeding? Je mag het zien als een ‘oefentijd’, waarin je bewust mag worden van jouw leven met God, en om Hem te zoeken en te leren zien in het dagelijks leven; om dit vervolgens door te geven en voor te mogen leven aan jouw kind.

0-2 jaar
Vanaf de leeftijd van ongeveer 9 maanden wordt een baby dolgelukkig van herhaling: steeds dezelfde boekjes lezen, of dezelfde bewegingen uitvoeren. Deze behoefte aan herhaling kun je prachtig gebruiken om jouw kind vertrouwd te maken met korte geloofsrituelen en tradities die passen bij jullie gezin. Denk aan: bidden voor het eten, een (zegen)liedje zingen bij het naar bed brengen, et cetera.

2-4 jaar
Voor een peuter wordt het ‘zelf doen’ steeds belangrijker, op alle vlakken van het leven. Oók op het gebied van geloof kan jouw peuter steeds meer zelf. Gebruik deze unieke tijd in het leven van jouw kind om het vertrouwd te maken met een leven met God. Laat het zelf bidden, zelf het verhaal vertellen bij de platen uit een kinderbijbel, zelf een kaars aansteken of uitblazen, en zelf een liedje kiezen. Kortom: laat je kind het geloof ‘doen’, juist in deze unieke fase waarin het zelf doen van cruciaal belang is.

4-5 jaar
Kleuters zijn doorgaans ontzettend nieuwsgiering. Ze willen alles weten, houden van ontdekken en experimenteren. Vanuit de geloofsopvoeding gezien, is dit een mooie en tegelijk intensieve tijd. Vanuit de diepe verwondering die kleuters over het leven hebben, is het een volkomen natuurlijke beweging om te wijzen op God en dingen van God te ontdekken in de dagelijkse realiteit. Gebruik deze unieke tijd, en beweeg mee: leg keer op keer de relatie met God, betrek God bij het dagelijks leven, en vorm zo het wereldbeeld van je nieuwsgierige kleuter.

Het is zo’n ochtend waarop het een race is tegen de klok; hangende kinderen en gestreste ouders vormen de hoofdingrediënten. Wanneer we ons haasten om op tijd bij school en de peuterspeelzaal te zijn, denk ik maar één ding: vlug! Maar Elianne (4,5) en Joël (2,5) denken daar anders over: ‘Kijk, mama, de maan!’ Ik kijk, zie een stralende weerkaatsing die iets toont van Gods grote majesteit en ren door. ‘Kijk, mama, een heel klein vogeltje!’ klinkt het een paar seconden later. ‘Ja, lieverd, dat is een koolmeesje.’ En verpakt in een bundeltje veren van zwart en geel zie ik opnieuw Gods grootheid. En ik realiseer me dat mijn kinderen mij wijzen op waar ik zelf zomaar aan voorbijloop: iets van God is zichtbaar, hier en nu.

Een mosterdzaadje...
Geloofsopvoeding is mooi, maar ook een zoektocht. Samen mogen we ontdekken – soms strompelend, soms dansend – en zoeken naar een leven met God. De zoektocht zal je soms uitputten. Maar geef niet op, blijf zoeken. Geloofsopvoeding is de moeite meer dan waard. Maar weet en leef vooral in het vertrouwen dat God onophoudelijk op zoek is naar ons: naar jou, en je gezin. Hij heeft ook jouw kinderen op het oog, en maakt ook aan jullie zijn naam bekend: Ik zal er zijn.

Geloofsopvoeding lijkt soms zo onbeduidend, zo klein, maar het is misschien wel net als een mosterdzaadje: klein en kwetsbaar, maar met een onvoorstelbare kiemkracht!

Sestra mama

Sestra mama is hét magazine voor elke moeder. Voor de mama die (continu) op zoek is naar work-lifebalans en tijd voor zichzelf en haar omgeving. Volg Sestra op Instagram www.instagram.com/sestramama/

Tags
Geloofsopvoeding
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
Literatuurtip
Doopbox voor ouders

Met de doopbox biedt u als kerkenraad ouders en verzorgers een inhoudsvol cadeau. Het is een manier om ouders bewust te maken van hun prachtige taak in de christelijke opvoeding. De doopbox is zo ontworpen dat u de mogelijkheid heeft zelf nog aanvullend iets toe te voegen. Lees voor meer informatie de blog over dit materiaal.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens