“Ik wil, ik wil wat jij niet wilt!”

6 mei
LCJ
Er zijn van die momenten in de opvoeding dat je je kind het liefst achter het behang zou plakken. Vaak is dat vooral als een kind iets wil wat jij als ouder niet wilt, als je kind in z’n doen en laten laat zien: “Ik wil, ik wil wat jij niet wilt!” Dat kind heeft een eigen willetje, zeggen we dan. En dat klopt. Ieder kind heeft een eigen wil. En iedere ouder heeft de schone taak om de wil van het kind te vormen.

Heb je een kind wel eens het duimen afgeleerd? Ik ben benieuwd hoe je dat hebt aangepakt. Daar heb je de wil van het kind namelijk helemaal bij nodig. Het kind moet het echt zelf niet meer gaan doen. Je kunt de duim zo vies maken dat het kind niet anders kan dan niet duimen. Dan wil het kind nog steeds duimen, maar het doet het niet, omdat het vies is. De kans is groot dat het kind weer begint met duimen, zodra de duim weer lekker is. Aan de wil van het kind is immers niet veranderd.

Wat je als ouder uiteindelijk wilt, is dat je kind zo sterk wordt, dat het ondanks dat het wil duimen, het toch niet doet. Als je kind zover is, kun je met recht spreken van een kind met een sterke wil. Ondanks dat hij iets wil, doet hij het niet. Zijn wil is zo sterk dat hij nee zegt tegen zichzelf. Het klinkt misschien vreemd, maar je kunt zeggen dat je je kind leert willen tegen zijn eigen wil.

Bij het afleren van duimen gaat het over een basisschoolkind. De vorming van de wil begint natuurlijk veel eerder. In de eerste maanden van het kinderleven al, bij het goed leren drinken en slapen. Bij de dreumes die nergens gevaar in ziet en die je daarom grenzen leert. In de fase van “ik ben twee en zeg nee”, als het kind z’n eigen wil ontdekt en je als ouder veel wijsheid nodig hebt om de wil van het kind niet te breken, maar te vormen.

Een jong kind vaart als het ware op het kompas van de ouders. Je leert je kind willen wat jij denkt dat goed voor hem is. Stukje bij beetje leer je hem een eigen kompas te gebruiken. Richt het iedere dag weer op de gekruisigde Christus. Dan is je uiteindelijke doel niet dat je kind gaat zeggen: “Ik wil, ik wil wat jij wilt”. Maar hopelijk spreekt je kind jou in je doen en laten na en zegt het: “Ik wil, ik wil wat God wil!”

P.s. Elisabeth Elliot heeft een boekje geschreven over de vorming van de wil bij een kind. Praktisch als ze is, neemt ze je aan de hand van concrete voorbeelden mee in hoe je dat kunt doen. Je kunt het gratis downloaden.

Tekst: Margreet van den Berg - van Brenk

LCJ

Het Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) is een jongerenorganisatie in de Christelijke Gereformeerde Kerken met hart en zorg voor alle jongeren van de gemeenten.

Tags
Voorleven
Opvoeding
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
Literatuurtip
Doopbox voor ouders

Met de doopbox biedt u als kerkenraad ouders en verzorgers een inhoudsvol cadeau. Het is een manier om ouders bewust te maken van hun prachtige taak in de christelijke opvoeding. De doopbox is zo ontworpen dat u de mogelijkheid heeft zelf nog aanvullend iets toe te voegen. Lees voor meer informatie de blog over dit materiaal.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Ruimte door regels

Een kind zonder grenzen in de opvoeding heeft het niet getroffen. In dit boek maakt Sarina Brons duidelijk hoe belangrijk, veilig en waardevol het stellen van grenzen voor je kind is. Alle belangrijke elementen komen daarbij aan de orde, zoals belang, doel en uitwerking van grenzen, de moeite om grenzen te stellen en de verhouding tussen grenzen, liefde en verantwoordelijkheid.
Steeds met duidelijke uitleg, adviezen en tips. Door middel van prikkelende vragen in de tekst wil de auteur ouders daarnaast laten nadenken over hun eigen keuzes en oplossingen.
Ze bemoedigt ouders met haar visie dat grenzen je kind helpen om op een goede manier groot te worden.