„Ik kan dat echt niet!”

19 augustus
Terdege
Slapeloze nachten, buikpijn en hoofdpijn. Sandra (42) kan zich nog goed herinneren hoe haar dochter Jessica zich voelde voor de examens. „Ze zag er vreselijk tegenop. Ik hield haar telkens voor dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Als je vijf jaar havo met gewone cijfers doorkomt, dan zal het met de examens ook wel lukken. Waar dochter Jessica bang voor was, gebeurde echter: ze maakte de examens slecht en zakte.

Nu zit Jessica opnieuw in havo 5. Hoewel de examens nog ver weg zijn, denkt ze er vaak aan. Zal ze het dit jaar wel gaan halen? Haar moeder vraagt zich vooral af hoe ze haar dochter het beste kan helpen.

Speciaal voor kinderen als Jessica heeft Pia Crul een methode ontwikkeld om faalangst aan te pakken. Door met een praktijkboek aan de slag te gaan, krijgt de faalangstige jongere inzicht in hoe het komt dat hij op sommige momenten niet meer kan of niet meer wil. En hij krijgt handvatten om hiermee om te gaan. Nee, dat kunnen ze niet in hun eentje. Het is natuurlijk het mooist als ouders en docenten helpen en stimuleren. Een kritische blik richting het eigen handelen kan vaak ook geen kwaad.

Toch hoef je niet al op de middelbare school te zitten om faalangstig te kunnen zijn. Het lijkt bij sommigen ingebakken te zitten. Wat kun je als ouders doen als je kind vaak zegt: „Dat kan ik niet!”? Marc Litière, schrijver van het boek “Ik kan dat niet!”, geeft richtlijnen:

1. Luisteren en kijken
Wat wil je kind zeggen als hij zegt: „Dat kan ik niet”? Als dat niet direct duidelijk is uit wat je ziet en hoort, vraag dan eens door, om erachter te komen of hij het echt niet kan, of niet wil, of niet durft.
Vraag bijvoorbeeld ook eens: Denk je dat papa (of mama) denkt dat je het niet kunt? Vind je zelf dat je het niet goed genoeg kunt?
Denk je dat de mensen om je heen vinden dat je het niet goed genoeg kunt?

„Kun je echt geen huis tekenen?” vraagt Paul aan zijn zoontje. „Of vind je misschien dat je het niet goed genoeg kunt? Denk je dat iemand je zal uitlachen omdat je tekening niet mooi is?”

2. Herkennen en erkennen
Wie goed heeft geluisterd en gekeken naar z’n kind, komt dichter bij een verklaring van het gedrag. Je herkent wat het kind wil zeggen en laat hem vervolgens ook merken dat je begrip hebt voor zijn probleem. Van groot belang is dat je kind zich altijd welkom bij je voelt, ondanks zijn probleem, zijn falen en niet kunnen.

„Ik begrijp dat het moeilijk voor je is om te tekenen, maar het hoeft niet perfect te zijn. Trouwens, niet alle kinderen tekenen even goed en jij kunt andere dingen wel goed.”

3. Een gedeeld probleem
De volgende stap is dat je het kind laat merken dat je begrepen hebt dat het iets niet kan en ga je er samen aan werken. Je gaat samen met je kind na waarom iets niet gaat en je gaat samen oefenen. Het probleem ligt dan niet alleen meer op de schouders van het kind.

„Tekenen is moeilijk voor jou. Oké, we zullen het eens samen proberen. Hoe zullen we aan het huis beginnen? Eerst het dak? Oké, teken maar eerst het dak. Kijk, op dit papier doe ik het even voor en dan kun jij op jouw papier ook beginnen.”

4. Geruststellen
Niemand kan alles. Daar mag je je kind bewust van maken: Als een kind denkt dat het als persoon niet deugt omdat het iets niet kan, denkt het vaak dat het zelf schuldig is. Hier kun je je kind helpen door je kwetsbaar op te stellen. Dat vraagt moed. Noem eens dingen die je zelf moeilijk vindt. Leg gerust uit dat het zelfs helemaal niet wenselijk is om alles te kunnen. Dan zou je heel eenzaam zijn.

„Ik vind het helemaal niet erg dat je niet goed kunt tekenen. Er zijn andere dingen die je wel goed kunt. Trouwens, kijk naar mij, ik ben wel je vader, maar ik kan ook niet alles. Je weet toch dat papa niet goed kan koken en ik kan absoluut niet mooi zingen. Maar ik vind het wel belangrijk dat we nu samen proberen om deze tekening te maken.”

5. Van “ik kan niet” naar “ik kan wel”
Wil je als ouder de negatieve cirkel van “dat kan ik niet” doorbreken, let dan op twee dingen. Ten eerste moet het voor je kind duidelijk zijn dat hij in de opdracht mag falen. Het gaat niet alleen om wat hij presteert, maar ook om zijn inspanning, het proberen.

„Deze opdracht is moeilijk voor je, maar ik vind het fijn dat je toch je best doet en het probeert.”

Ten tweede is het van belang dat je kind ook de kans krijgt om succes te ervaren. Je kunt natuurlijk positieve woorden blijven spreken bij een moeilijke oefening, maar je kunt de oefening ook zodanig aanpassen, dat je zeker weet dat het hem gaat lukken. Dat aanpassen van die oefening kan door af te dalen tot het niveau waarop het kind zegt: „Dit kan ik.” Van daaruit kun je weer gaan opklimmen.

Wat verwacht je van je kind?
Dat hij net zo’n doorzetter is als jij? Of dat hij met moeite de klassen zal doorlopen, omdat het bij jou ook niet vanzelf ging? De manier van kijken naar je kind bepaalt grotendeels hoe je hem tegemoettreedt. De ene ouder zegt: ”Kom op, joh, je kunt het echt.” De ander reageert: ”Och ja, wat een marteling. Mij lukte het ook nooit.” Wat moeten kinderen daarmee? Sommigen krijgen faalangst. Ze denken steeds dat ze het beter moeten doen, maar het lukt niet.
Of ze geloven dat ze het nooit zullen leren, want ‘dat denken papa en mama ook van mij’. Tijd om eens in de spiegel te kijken en je kind te helpen om te gaan zeggen: ”Ik kan dat!”.


Boeken

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Angst
Faalangst
Positiviteit
Dagelijks leven
In gesprek
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!