Huib en Henriët van Driel: ‘De min 16 is een verplicht nummer’

21 november
Terdege
Afremmen doen ze niet snel, stimuleren des te meer. Het is voor Huib en Henriët van Driel uit Ermelo geen vraag of ze als ouders invloed kunnen uitoefenen op de vriendschappen van hun kinderen. „Ik breng ze liever met de auto naar een verjaardagsfeestje van een klasgenoot waarvan ik weet dat er geen alcohol geschonken wordt, dan dat ze hier in de buurt hun vertier in een keet zoeken. Het kost tijd en energie, maar die hebben we er graag voor over.

Voor de tweeling van twee heeft Henriët nog geen speelkameraad gezocht. Bij de andere kinderen, die ondertussen 7, 11, 14 en 16 zijn, begon ze daar op die leeftijd al wel mee. “Je merkt dat ze het leuk gaan vinden om een keer met een ander te spelen. Bij ons ging het vaak om kinderen van vrienden of kennissen uit de buurt, met wie je afspreekt hen een ochtend per week uit te wisselen.

Bij een aantal van hen heeft de vriendschap lang geduurd en was die heel hecht, ook al speelde een jongen van ons met een meisje van vrienden of andersom.
Op deze manier raken kinderen van jongs af vertrouwd met geven en nemen, en dan niet alleen met broers en zussen. Huib (45) en Henriët (42) zien geven en nemen als een belangrijke basis voor een vriendschap en proberen dat ook op de kinderen over te dragen. “Als hier een vriendje of vriendinnetje komt spelen, dan mag die kiezen wat ze gaan doen. Pas was er een vriendje dat met Lego aan de slag wilde. Ons zoontje wilde liever naar buiten. Toen ze de jassen gingen aantrekken, heb ik aan het vriendje gevraagd: Wil jij dat ook echt? Ze bevestigden dat ze het samen eens waren. Dan is het wat mij betreft goed, stelt Henriët.
Bij de oudere kinderen merkt Huib ook hoe belangrijk onderling vertrouwen is. “Niets is zo schadelijk voor het sluiten van een nieuwe vriendschap als het stoten van je neus bij anderen. De oudste heeft het een keer meegemaakt dat ze iemand in vertrouwen iets vertelde en het vervolgens via een andere weg terug hoorde. Op zon moment probeer je uit te leggen dat je moet oppassen tegen wie je iets zegt. Is de ander te vertrouwen? Ook als de vriendschap minder wordt, moet je erop kunnen rekenen dat zaken niet over straat gaan. Een andere vraag hierbij is: Ben je zelf te vertrouwen? Laat iemands geheim geheim blijven.
Hoewel de meeste vriendschappen bij de kinderen via school zijn ontstaan, verwacht het echtpaar Van Driel ook veel van betrokkenheid bij het jeugdwerk van de kerk. “Wij voeren over de min 16 geen discussie. Dat is een verplicht nummer. Ik kan wel begrijpen dat ze soms sputteren als ze het enige meisje of de enige jongen zijn, maar dan zeg ik: Vraag of die en die ook komen. We merken dat dit werkt. En het mooie is dat, als ze op de min 16 al een hechte groep hebben, de kans groot is dat die doorstroomt naar de plus 16, is de ervaring van Huib, die zelf jarenlang leiding gaf aan de jeugdvereniging van de Gereformeerde Gemeente van Ermelo.

Openheid
Het echtpaar Van Driel is blij dat ze met de kinderen open over de vriendschappen kunnen communiceren. Henriët: “De kinderen vragen dan aan ons ook wel eens wat wij van een vriend of vriendin vinden.
Deze openheid is ook van groot belang als de ouders sommige zaken graag anders zouden zien. Huib en Henriët schrikken er dan niet voor terug om op de rem te trappen. Bijvoorbeeld bij het vieren van een verjaardag met de hele klas. “We hadden van andere verjaardagen wel eens wilde verhalen gehoord. Zoiets wilden we hier niet meemaken. Dan gaan we praten. Ben je echt met de hele klas bevriend? Wie zijn je vrienden nou eigenlijk? Met wie ga je het meeste om? En wat wil je die avond gaan doen? Een hele avond op de bank hangen is niks. Zij wilden wel naar buiten. Maar wat gaan ze dan doen? Op zon moment moet je niet bang zijn om invloed uit te oefenen. Dit feest ging dus niet door...

Vriendschappen en leeftijd
4-8: Een jongen zoekt een vriendje, een meisje een vriendinnetje (exclusieve vriendschap, geen groep).
8-12: De kring van vrienden wordt groter, maar het blijft een jongens-of meidengroep.
12-16: De vriendengroep wordt gemengd.
Vanaf 15/16: Een jongen zoekt een vriendin, een meisje zoekt een vriend (exclusieve vriendschap, geen groep).

Wat kun je als ouders doen?
Marnella Vlasblom (maatschappelijk werker): “Leer je kinderen wat vriendschap inhoudt: eerlijkheid, trouw, je inleven in de ander, respect voor de ander maar ook voor jezelf. Geef je kinderen de ruimte om sociale vaardigheden op te doen bij hun vrienden. Stimuleer ze daarin en stel je huis voor hen open.”

Wat moet je niet doen?
“Beoordeel een vriend of vriendin niet naar zijn buitenkant, wat in de vriendengroep juist wel gebeurt: als je de verkeerde schoenen draagt, val je er al buiten.”

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Vrienden
Kerk
Opvoeding
Dagelijks leven
13-16 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
Literatuurtip
Themamap Geloofsopvoeding

Veel ouders worden graag ondersteund in de (geloofs)opvoeding van hun kinderen. De kerk kan hierin een belangrijke rol spelen. Deze themamap staat vol met materiaal waarmee ouders in de kerk kunnen worden ondersteund bij de (geloofs)opvoeding. Deze map biedt twee uitgewerkte diensten, een handleiding voor een themabijeenkomst met ouders en een vijftal gezinsmomenten waarmee gezinnen thuis aan de slag kunnen gaan.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Opvoeden, gave en opgave

Het eerste deel handelt over de essenties van christelijk opvoeden vanuit Bijbels perspectief, met aandacht voor de ontwikkeling van kinderen, jezelf als opvoeder en opvoeden in de huidige maatschappij. Dit deel bestaat uit vijf hoofdstukken: Begeleid de trektocht, opvoeden vanuit de basis, de opvoeder, om gezin heen en opvoeden in deze tijd. Er worden veel voorbeelden en vragen uit de praktijk aangehaald om het boekje zo praktisch mogelijk te maken. Er staan regelmatig vragen die je zelf kunt overdenken of kunt bespreken met je man of vrouw.

Het tweede deel bevat een kringhandleiding met ideeën voor acht bijeenkomsten die je kunt organiseren of volgen met andere opvoeders. Zo kun je samen met anderen aan de slag, om van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en te bemoedigen.