Help, m'n kind (wordt ge)pest!

18 februari
Terdege
Als gymdocent aan een huishoudschool in Amsterdam-West werd Bob van der Meer voor het eerst met pesten geconfronteerd. Hoe hij het moest stoppen, had hij in zijn opleiding niet meegekregen. Gelukkig kwam zijn studie psychologie hem wel van pas.

Als gymdocent aan een huishoudschool in Amsterdam-West werd Bob van der Meer voor het eerst met pesten geconfronteerd. Hoe hij het moest stoppen, had hij in zijn opleiding niet meegekregen. Gelukkig kwam zijn studie psychologie hem wel van pas.

Weliswaar vond Bob van der Meer geen literatuur over pesten, maar stuitte hij wel op het zogeheten zondebokfenomeen. Dit fenomeen ziet de psycholoog nog dagelijks bevestigd: mensen en dieren hebben een slachtoffer nodig. „Het pestprobleem is hardnekkig. Ik heb dit jaar al vijftien gevallen gehad die volkomen uit de hand zijn gelopen. Wat denk je dat dat betekent voor die kinderen en hun ouders?” Een aantal vragen aan de man die inmiddels anti-pestdeskundige is.

Wat kun je als ouders doen om te voorkomen dat je kind een pester wordt?
„Ik ben van mening dat ieder kind kans loopt om gepest te worden, zoals ook ieder kind kans loopt om pester te worden. Toch hebben ouders veel invloed op hun kind. Geef je kind niet alleen materiële aandacht, maar ook emotionele, echte aandacht. Onderzoek in Noorwegen heeft namelijk aangetoond dat kinderen die weinig aandacht van hun ouders kregen een grote kans lopen om pester te worden. Dat geldt ook voor kinderen die een lichamelijke straf krijgen als ze iets verkeerd deden, en voor kinderen die niet worden gecorrigeerd als ze zich agressief gedragen. Toch zijn er nog veel meer oorzaken en tegen sommige kunnen ouders eenvoudig iets doen. Er zijn kinderen die niet tegen bepaalde geur-, kleuren smaakstoffen kunnen. Dan ligt de oplossing voor de hand: zorg dat hij die niet binnenkrijgt. Ouders kunnen ook hun eigen gedrag eens onder de loep nemen. Hoe ga ik met anderen om? Ben ik een goed voorbeeld voor mijn kind? Accepteer ik mensen die anders zijn? Van groot belang is om af en toe over pesten te praten. Vraag gewoon eens aan je kind: Pest jij? Ook al zal hij het waarschijnlijk ontkennen als hij het doet, hij krijgt hiermee wel het signaal dat jij het onderwerp belangrijk vindt. Of lees eens een boek over dit onderwerp voor. Dan heb je gelijk een mooi moment van persoonlijke aandacht. Misschien herkent je kind zich wel in de pester van het boek...”

Wat kun je als ouders doen om te voorkomen dat je kind wordt gepest?
„Het klinkt heel hard, maar als ouders kun je je kind hier niet tegen beschermen. De cijfers liegen er ook niet om. Een op de vier leerlingen wordt regelmatig tot vaak gepest. Die cijfers komen uit een onderzoek onder 330.00 kinderen, dat is gehouden in 1991 en 1992. Critici zeggen dan dat je met die gegevens nu niets meer kunt, maar ik kan je verzekeren dat de situatie er sinds die tijd in ieder geval niet op vooruit is gegaan. De school heeft hierin een gigantische taak. Je kunt als ouders bijvoorbeeld je kind sociaal-vaardiger maken en dat is prima, maar als op school het recht van de sterkste heerst, krijgt een ander kind het probleem. Dat lost dus misschien wel het probleem voor jouw kind op, maar het echte probleem, het pesten, blijft bestaan. Ouders moeten dan gezamenlijk een school verplichten om een goed pestbeleid te maken. Hier beginnen echter de problemen. Een school heeft namelijk slechts een inspanningsverplichting. De school kan dus een anti-pestbeleid in elkaar flansen, waarmee dan aan de verplichtingen is voldaan. Zelfs al zou blijken dat dit beleid geen enkel effect heeft. Sorry voor de vergelijking, maar een dier is in ons land beter af dan een kind, want als een boer niet aan de gestelde eisen voldoet, heeft hij zo een boete te pakken.”

Hoe kun je je kind helpen als je vermoedt of zeker weet dat het wordt gepest?
„De gouden regel is: Vraag het aan je kind. Zegt je kind ja, dan is de kans groot dat hij zegt dat hij niet wil dat je er iets mee doet. Hij is natuurlijk bang voor repressie van de pesters. Vraag ook aan je kind wie het doen, wat ze doen en waar ze het doen. Deze drie w’s zijn belangrijk voor een zogenaamd ‘heterdaadje’. Met deze gegevens ga je naar de leerkracht en die zorgt ervoor dat de wie, wat en waar bekend zijn bij de overblijfmoeder, pleinwacht, buschauffeur of wie er dan ook nog meer bij betrokken zijn. Die moeten hun ogen en oren goed de kost geven en proberen de pester op heterdaad te betrappen. Op deze manier komt de pester er niet achter dat er geklikt is. Degene die het pesten heeft geconstateerd, draagt de pester over aan de leerkracht en die pakt hem verder aan. Het probleem is vaak dat het pesten zo geniepig gebeurt dat het moeilijk te constateren is. Onderweg bijvoorbeeld. Laat de leerkracht dan de pester bij zich roepen en zeggen dat mensen uit de buurt hem hebben gebeld om te vertellen wat ze gezien en gehoord hadden. De kans dat je kind het pesten ontkent, is echter groot. Nederlands onderzoek laat zien dat basisschoolkinderen in 64 procent van de gevallen niet thuis vertellen dat ze worden gepest. Dit percentage ligt in het voortgezet onderwijs een stuk hoger, op 90 procent. De voornaamste reden voor dit zwijgen is het klokkenluidersprobleem. Groepsgeheimen hoor je niet door te vertellen. Dat wordt namelijk gezien als klikken. Aan school de schone taak om de leerlingen duidelijk te maken dat het goed is om het zwijgen te doorbreken. Als je dus vermoedens over pesten hebt, trek dan aan de bel bij de leerkracht en vraag of hij een sociogram van de groep wil maken. Daar komt het dan vaak wel uit.”

Kun je als ouders de situatie nog erger maken dan die al is?
„Ja zeker. Het is vragen om problemen als je als ouder naar school gaat en op luide toon de pesters ter verantwoording roept. Ouders moeten dit niet zelf oplossen, dat moet de school doen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het heel soms wel helpt als ouders dit doen, maar ik raad het niemand aan. Ga ook niet naar het huis van een pester. Als de school geen actie onderneemt, bel dan bijvoorbeeld naar de ouders van de pester. Beschuldig dan niemand, maar zeg dat je je kind huilend aantrof en dat je graag wilt weten wat er is gebeurd. Het is ook vragen om problemen als je het probeert op te lossen met een feestje waarbij je alle pesters ook uitnodigt. Je hebt kans dat ze weigeren om te komen en de anderen ook onder druk zetten om niet te gaan. Of ze verknallen het voor de jarige. Ik ben een groot voorstander van één keer per jaar een groot feest voor alle verjaardagen van iedereen. Dat zou een hoop verdriet voorkomen. Als kinderen geen oog hebben voor elkaar, laten de ouders hen dat dan leren. Nodig ook iemand uit die weinig of geen uitnodigingen krijgt. Het is gevaarlijk om te zeggen, maar ik zeg het toch: ouders kunnen de situatie ook erger maken door het kind zich te laten aanpassen aan de norm van de groep. Een meisje van het voortgezet onderwijs droeg altijd eenvoudige kleren. De norm was merkkleding. De ouders hebben alle mogelijke moeite gedaan om hun kind ook in die kleren te kunnen laten lopen. Toch werd ze toen nog niet geaccepteerd. Die kleding hoorde immers niet bij haar, want ze kwam uit een arme buurt. Uiteindelijk heeft dat meisje het probleem zelf opgelost door punk te worden.”

Hoe groot is de impact van het pesten?
„Die is moeilijk te overschatten. Veel mensen beseffen het nog steeds niet, maar dit is de rij gevolgen: passief of provocerend gedrag, eenzaamheid, laag zelfbeeld, faalangst, depressie, eetstoornissen, posttraumatisch stresssyndroom, automutilatie en overwegingen of pogingen tot zelfdoding.”

Informatie
Op de website van Van der Meer (www.pesten.net) staat nog veel meer informatie over pesten. Kies eerst voor het kopje “ouders” en vervolgens voor “adviezen aan ouders van gepeste leerlingen”, als u meer adviezen wilt lezen.

Margreet van den Berg-van Brenk

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
School
Problemen
Dagelijks leven
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Maak ze sterk

Dit boek is gebaseerd op het trainingsprogramma LEV! van stichting Chris. In Maak ze sterk laten de auteurs zien hoe je een kind kunt leren de juiste keuzes te maken en sterk te staan in allerlei situaties. Het boek is veel breder dan het aanleren van sociale vaardigheden. Door de vragen en korte opdrachten in het boek leent het zich goed voor gebruik op een opvoedkring.

Kinderen en jongeren groeien op in een wereld die zich in razendsnel tempo ontwikkelt. Dat kan ons beangstigen. Maar je bent als opvoeder niet machteloos. Maak ze sterk laat zien hoe je hun kunt leren om de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met pesten, rouw, seksualiteit en social media. Wietske Noordzij en Erik Smit bieden handvatten om kinderen en jongeren hierin te ondersteunen, vanuit hun ervaring en expertise. Een prettig leesbaar opvoedboek dat echt de diepte ingaat, zonder ingewikkelde theorieën.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden