Heb oog voor klein leed bij jongeren

11 mei
Zorg voor Jongeren
We zitten met z’n allen met een kop koffie voor de televisie. Minister Slob gaat zo een persconferentie geven over de centrale eindexamens. Door het coronavirus zijn alle scholen dicht en hij gaat ons meer vertellen over wat dat betekent voor de eindexamenleerlingen. Hij begint de persconferentie met de mededeling dat de centrale schriftelijke examens niet doorgaan. Ik kijk naar rechts en zie dat mijn zoon, die dit jaar in de eindexamenklas van de HAVO zit, tranen in zijn ogen krijgt.

Je ziet dat er ongelofelijk veel gedachten door zijn hoofd schieten… maar hij blijft gefocust luisteren naar de persconferentie. Hij is opgelucht dat hij nog wel kan slagen maar ziet zijn plannetje om Cum Laude te slagen in rook opgaan. Hij had namelijk berekend dat dit, door de Centraal Schriftelijke examens goed te maken, binnen zijn bereik lag. Dat gaat nu niet meer gebeuren. Is dat erg? Nee natuurlijk niet! Wordt daar later nog naar gevraagd? Nee, waarschijnlijk niet. Maar als je daar jouw zinnen op hebt gezet is dat best even slikken. Ik noem dat ook wel klein leed en daar hebben we in deze coronatijd genoeg van.

Sport gaat niet meer door, het jeugdwerk krijgt op een andere manier vorm, Opwekking en de EO-Jongerendag gaan niet door, het examenreisje is afgezegd en in het geval van mijn zoon is ook de eerste Formule 1 race op het vernieuwde Zandvoort circuit uitgesteld. Ze hadden nog wel zoveel moeite gedaan om aan kaartjes te komen. Het lijkt niet in verhouding te staan met de duizenden besmettingen en doden, maar toch! Onze jongeren krijgen veel te verstouwen en hebben door al dat andere leed het gevoel dat hun kleine leed er niet mag zijn. We zijn snel geneigd om te bagatelliseren: ‘Je krijgt een echt diploma hoor’, ‘je kan toch buiten ook een rondje lopen om in conditie te blijven’ en ‘wees blij dat je in deze tijd leeft, je hebt allerlei digitale middelen tot je beschikking’. Door deze opmerkingen voelen jongeren zich niet gehoord. Hun verlieservaring wordt weggeredeneerd.

Net zoals er rouw plaatsvindt bij het verlies van iemand moeten jongeren ook een rouwproces door bij klein leed. Natuurlijk is dat minder intensief dan wanneer je iemand verliest. Ook bij klein leed wordt de basisveiligheid aan het wankelen gebracht. Er moet (tijdelijk) afscheid genomen worden van een bestaande situatie en dat brengt heel veel onzekerheid met zich mee. Door dit te benoemen en hier ruimte voor te bieden helpen we jongeren hiermee om te gaan en kan het een mooie leerervaring zijn in het omgaan met rouw.

Inmiddels heeft mijn zoon de verschillende fases van rouw doorlopen. (Dit kan toch niet waar zijn, boosheid, onderhandelen, apathie en acceptatie) Hij heeft zich erbij neergelegd en ziet uit naar zijn vwo-examen, in de hoop dat het dan allemaal ‘normaal’ zal zijn.

Tekst: Corien Rietberg | © Zorg voor Jongeren

Zorg voor Jongeren

Zorg voor Jongeren ondersteunt ouders en kerken in de zorg voor jongeren. Hun focus ligt vooral op preventieve zorg: toerustingen/cursussen voor ouders in (geloofs)opvoeding, toerusting/begeleiding van kerken in jeugdwerk en jeugdpastoraat.

Tags
School
Rouw
Verdriet
Dagelijks leven
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Je peuter begrijpen

Peuters kunnen heel lief zijn en tegelijk heel vermoeiend. Soms zijn ze zo dwars dat je er geen raad mee weet, maar even later kruipen ze bij je op schoot om weer eens lekker met je te kroelen. Voor veel ouders zal dit een herkenbaar beeld van hun peuter zijn. Een beeld dat tegelijkertijd veel vragen oproept. Hoe reageer ik op een peuter die niets wil en op alles ‘nee’ zegt? Wat moet ik doen als hij alles zelf wil doen op een moment dat het mij helemaal niet uitkomt? Hoe kan ik hem geruststellen als hij ’s nachts angstig wakker wordt, of hem zover krijgen dat hij zijn speelgoed deelt met een ander kind?

In dit deel van de serie Christelijke opvoeding zoeken de auteurs op deze en vele andere vragen een praktisch antwoord, waar ouders houvast aan hebben in het dagelijkse gezinsleven. Daarbij proberen ze allereerst peuters te begrijpen in wat ze doen en laten en bij wat er in hun ‘koppie’ omgaat. Dat is de beste manier om te weten te komen wat een peuter nodig heeft en wat een goede aanpak is.