Gezond (op)voeden

28 april
Terdege
Tijdens haar studie aan de universiteit van Wageningen had ze zich al veel bezig gehouden met gezondheid en voeding. Voor haar promotieonderzoek boog dr. ir. Harriëtte Snoek (1979) zich niet alleen over de voeding, maar ook over de invloed van de opvoeding daarop.

Harriëtte: „Eetgewoonten gaan soms generaties lang mee. De invloed van ouders is groot. Ik zou alle ouders willen oproepen: Begin vroeg met gezond eten en houd het vol. Je geeft ze daar in iets goeds mee voor de rest van hun leven.” Op verjaardagen en bij andere gelegenheden merkt Harriëtte Snoek dat het onderwerp van haar onderzoek leeft. „Iedereen heeft er wel een mening over. Tegelijk merk ik dat er veel vragen leven. Toen ik het onderzoek begon, stond ik zelf nog erg dicht bij de jongeren. Inmiddels heb ik zelf kinderen gekregen en kan ik me ook vanaf de ouderlijke kant beter inleven in het onderzoek. Van vrienden met kinderen krijg ik bijvoorbeeld de vraag hoe ze kunnen voorkomen dat hun kind ook overgewicht krijgt .” Hoe groot de invloed van de ouders is, hangt vooral af van de leeftijd. „Op jonge kinderen is de invloed het grootst. Die eten altijd thuis en dan alleen wat jij ze geeft. Naarmate ze ouder worden, eten ze vaker buitenshuis en hebben ze ook de beschikking over geld om zelf inkopen te doen. Toch kun je niet zeggen dat je als ouders dan geen invloed meer hebt. Als je een puberzoon of –dochter hebt met overgewicht, kun je daar in de maaltijden bijvoorbeeld rekening mee houden. Het voorbeeld dat je zelf geeft, is ook van groot belang. En waarom ga je in het weekend niet eens samen wandelen of fietsen?”

Zak chips
Koopt je kind iedere dag een zak chips en eet hij die in z’n eentje leeg, dan loont het volgens Harriëtte de moeite om het gesprek aan te gaan. „Je mag hem gerust vertellen wat jij een normale portie chips vindt. Leg hem ook uit waarom je het niet goed vindt dat hij de hele zak leeg eet. Het gaat tenslotte om zijn eigen gezondheid.” Om het verband tussen eetgedrag en gewicht te kunnen leggen, liet Harriëtte meer dan 10.000 jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien een vragenlijst invullen. Verder werkten ruim 420 gezinnen mee aan een uitgebreid onderzoek. Uit die gezinnen deden vier mensen mee: de ouders en twee kinderen. Bij deze onderzoeken zocht ze gericht naar het effect op het gewicht van drie eetstijlen: lijngericht eten, emotioneel eten en extern eten. „Uit de literatuur blijkt bijvoorbeeld dat volwassenen die lijnen, op de langere termijn niet afvallen, maar juist aankomen. Dat effect hebben we bij jongeren niet vast kunnen stellen. Wij zagen dat het gewicht van jongeren, ondanks dat ze bewust minder aten, gelijk bleef ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Ik weet niet of je dan moet zeggen dat het lijnen geen effect heeft gehad. Het gewicht is in ieder geval niet toegenomen.” De tweede eetstijl die bij volwassenen vaak meer gewicht tot gevolg heeft, is het emotionele eten. Het zijn vaker meisjes dan jongens die bijvoorbeeld een reep chocola nemen als ze verdrietig zijn of niet helemaal lekker in hun vel zitten. De invloed van ouders op het emotionele eten is duidelijk aantoonbaar, stelt Harriëtte. „Bij jongeren blijkt dat als zij een hogere mate van ouderlijke steun ervaren, zij minder geneigd zijn om zich door eten te troosten. Tegen de verwachtingen in blijkt dat jongeren juist meer emotioneel gaan eten als er sprake is van een grote controle. Het lijkt dat de jongeren zich overgecontroleerd voelen.”

Barbie
De derde eetstijl die overgewicht met zich mee zou kunnen brengen, is het extern eten, dus door signalen van buiten, ruiken of zijn bijvoorbeeld iets gaan eten. Iedereen is daar gevoelig voor, maar jongens toch meer dan meisjes. Zien ze iets lekkers, dan kunnen jongens de neiging om het te eten minder weerstaan dan meisjes. De kans dat ze een patatje kopen als ze langs een friettent komen, is bij jongens dus ook groter dan bij meisjes. Net als bij het emotioneel eten komt volgens de onderzoekster niet uit de gegevens naar voren dat de jongeren door extern eten zwaarder worden. Hun gewicht blijft op gelijk niveau. Binnen de groep van 10.000 scholieren blijkt er ook nog een duidelijk verschil tussen de jongeren en ouderen. Harriëtte: „Als je hun eetpatronen bekijkt, valt op dat ze naarmate ze dichter bij de achttien komen, meisjes vaker emotioneel gaan eten. De oudere meisjes doen ook vaker aan de lijn dan de jongere meisjes.” Niet alleen de middelbare scholieren hadden de aandacht van Harriëtte. Ze ging ook met de kinderen uit groep 1 en 2 aan de slag. Met een Barbie mochten de kleuters in een winkel boodschappen doen. „We hadden alles in het klein nagemaakt: kleine tomaatjes, kleine sla, kleine pizza, kleine friet, kleine koekjes... De kleuters moesten alles kopen wat ze nodig hadden van na schooltijd tot na het avondeten. Het kind speelde met de Barbie de moederrol en de onderzoekster was caissière. Natuurlijk koopt ieder kind dan de koekjes die hij zelf het lekkers vindt, maar ze dachten ook aan de andere gezinsleden. Karnemelk voor mama, bier of wijn voor papa. Ze konden nog geen complete maaltijd inkopen zonder iets te vergeten, maar dat gaf niet. Eén ding stond als een paal boven water: kinderen met overgewicht kopen beduidend meer ongezonde dingen dan de rest van de kleuters. Op deze leeftijd zie je dus al dat kinderen verschillende keuzes maken.”

Overgewicht
Hierna mochten veertig kleuters met overgewicht nog een keer boodschappen doen. Ook nu waren zij weer de moeder die inkopen moesten doen, maar dit keer was hun eigen moeder erbij aanwezig. „U mag helpen, als dat nodig is”, zeiden we tegen hen. Wat wij wilden uitvinden, is de manier waarop ouders tegen de kinderen optreden en welk effect dit had op het koopgedrag. Het blijkt niet uit te maken op welke manier een moeder controle uitoefende, maar wel of ze dat op een actieve manier deed. Alle kinderen deden gezondere inkopen dan toen ze alleen winkelden. De invloed van de moeder kon echter nog groter worden. Als zij zich actief opstelde, kwamen er minder ongezonde spullen in het boodschappenkarretje van haar kind. Ook als het botste tussen moeder en kind pakte het toch positief uit. Gedroegen de moeders zich echter passief en toegeeflijk en was het kind dominant, dan kocht het kind uiteindelijk meer ongezonde dingen dan de andere kinderen.” Harriëtte is ervan overtuigd: „Het helpt echt om je actief te bemoeien met wat je kind koopt en eet, ook al is het geen kleuter meer.”

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Eetgewoonte
Voeding
Afvallen
Lijnen
Boodschappen
Opvoeding
Eten
Gezondheid
Gezond
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Doopbox voor ouders

Met de doopbox biedt u als kerkenraad ouders en verzorgers een inhoudsvol cadeau. Het is een manier om ouders bewust te maken van hun prachtige taak in de christelijke opvoeding. De doopbox is zo ontworpen dat u de mogelijkheid heeft zelf nog aanvullend iets toe te voegen. Lees voor meer informatie de blog over dit materiaal.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens