Gedragsproblemen? Op zoek naar de oorzaak

27 november
Terdege
Het gras bij de buren is altijd groener, de kinderen van de buren zijn liever. Totdat je hoort dat de buurjongen zijn zusje wel eens bijt en het buurmeisje geld van haar moeder steelt. In ieder gezin is wel eens iets. Hoe stel je je als ouders dan op?

Het beste wat je kunt doen, is eerst de oorzaak proberen op te sporen. De meeste problemen zijn terug te leiden tot één van onderstaande vier oorzaken. En de oplossing is vaak minder ingewikkeld dan je denkt!

Meer verantwoordelijkheid
„Iedereen uit m’n klas doet mee, maar ik mag nooit iets! ’t Is hier altijd hetzelfde gezeur. Ik ben geen kind meer! Stelletje...!” Razend en tierend klapt Joost van vijftien de deur achter zich dicht en hij dendert de trap op.
Hoe lastig ook, het gedrag van Joost is normaal voor zijn leeftijd. De koppigheidsfase van peuters en de puberteit zijn twee leeftijdsperiodes die bekend staan om toenemend problematisch gedrag.
Probeer te begrijpen waarom je kind nu zo doet. Probeer door zijn ‘bril’ te kijken. Stel je verwachtingen voor dit moment bij. Later gaat het vast weer soepeler. Stem regels, grenzen en verwachtingen van je zoon of dochter af op wat hij/zij nu aankan en wat past bij de leeftijd. Praat over situaties die misgegaan zijn (op leeftijdsniveau) en bedenk samen hoe het anders zou kunnen. Geef pubers wat meer verantwoordelijkheid voor hun doen en laten.

Beloon positief gedrag
Anne heeft een pittig temperament. Hij is in alles voor op zijn leeftijd. Hij begrijpt meer dan goed voor hem is. Zijn gedrag is erg negatief, thuis en op school. Tijdens een gesprekje komt het eruit: „De school is saai, ik verveel me!” Toen Anne op school moeilijker werk kreeg, ging z’n gedrag met sprongen vooruit.
Temperament, intelligentie, gezondheid, vermoeidheid en dergelijke zijn van invloed op het gedrag van je zoon of dochter. Wat kun je doen?

  • Benader je kind in een heftige situatie zo rustig mogelijk. Verberg je eigen emoties, maar zeg met woorden wat je wilt. Ik-boodschappen kunnen helpen: „Ik vind het niet fijn dat je zo tegen me schreeuwt. Ik wil je graag helpen, maar dan moet je me wel op een rustige manier vertellen wat er aan schort.”
  • Als je merkt dat de spanning bij je kind oploopt: benoem dit en probeer erover te praten of afleiding te zoeken.
  • Zorg voor vaste structuren en rituelen in huis. Voor alle leeftijden geeft dit rust en duidelijkheid, wat negatief gedrag voorkomt. Geef het op tijd aan als er veranderingen aankomen.
  • Zorg voor voldoende nachtrust. Een bedritueel ((voor)lezen, bidden, zingen) kan helpen om kinderen tot rust te brengen, zodat ze zich ‘over kunnen geven’ aan de slaap.
  • Zorg voor succeservaringen met spelmateriaal en activiteiten die aansluiten bij de intelligentie van je kind. Voorkom verveling of overvraging.
  • Beloon positief gedrag met een kus, knipoog, schouderklop, duim omhoog, complimentje of spelletje.
  • Sta open voor je kind door te luisteren en het serieus te nemen. Stem bij pubers jullie verwachtingen op elkaar af. (Hoe kunnen we samen een werkbare afspraak maken?)
  • Wanneer de ‘normale’ aanpak van gedragsproblemen bij je kind niet lijkt te werken, kan er sprake zijn van een gedragsstoornis. Professionele hulp van een orthopedagoog kan dan nodig zijn.

Grenzen
Moeder Maaike vindt het lastig om met Tooske van acht om te gaan. Tooske vraagt veel aandacht en is snel geneigd om opmerkingen en gebeurtenissen negatief op te vatten. Ze kan dan heel boos worden en echt door het lint gaan. Maaike is zelf juist heel rustig en evenwichtig, waardoor ze het moeilijk vindt om zich in Tooske te verplaatsen.
Jouw opvattingen en vaardigheden rondom opvoeding, ervaringen uit je jeugd, temperament en eventuele problemen (gezondheid, werkloosheid, relatie, financiën) bepalen mede hoe jij als ouder reageert op moeilijk gedrag van je kind. Wat kun je doen?

  • Leid jonge kinderen af of geef een alternatief (niet dit, maar wel dat).
  • Stel geen schijnvragen (Niet ‘Ga je mee?’ als je bedoelt: ‘We gaan nu weg!’).
  • Stel grenzen.
  • Stel consequenties aan het gedrag en voer die ook uit (als jij niet..., dan...).
  • Geef je kind zelf verantwoordelijkheid voor zijn daden (bijvoorbeeld zelf schade opruimen/betalen).
  • Onderneem regelmatig samen iets (ook met pubers!), zodat je je kind beter leert kennen.
  • Neem als ouders tijd voor elkaar (om te praten en te ontspannen), anders houd je het niet vol.
  • Geef complimenten voor goed gedrag.
  • Geef het goede voorbeeld.

Een eigen speelplek
Job van 4 woont op een boerderij, waar hij zich lekker kan uitleven. Ook al is hij best een druk baasje, hij kan z’n energie wel kwijt. En bovendien valt hij niet echt op tussen de andere zeven kinderen. Mirjam, een pittig meisje van dertien, woont met haar moeder en zusje op een flatje. Haar vader is pas overleden. Mirjam kan thuis vaak haar ‘ei’ niet kwijt en trekt dan de straat op. Haar moeder maakt zich daar zorgen over.
De samenstelling van je gezin, je woonsituatie, de schoolsituatie, ingrijpende gebeurtenissen (verhuizing, schoolwisseling, overlijden) en de relaties van je gezin zijn van invloed op het gedrag van je kind.
Verkeerde vrienden en zich afgewezen voelen door de omgeving spelen daarnaast bij pubers ook een belangrijke rol. Wat kun je doen?

  • Zet bij peuters uitlokkende spullen zoals kwetsbare of dure dingen weg, zodat je daar niet steeds over hoeft te ‘strijden’.
  • Geef dingen een vaste plaats. Geef kinderen een eigen speelplek, waar ze hun gang kunnen gaan.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging en buitenlucht (ontladen).
  • Geef elk kind in de kinderrij het gevoel uniek te zijn.
  • Geef tijd en ruimte voor het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen.
  • Maak kinderen weerbaar voor verkeerde invloeden uit de omgeving. Leer hen ‘nee’ te zeggen.
  • Maak jongeren geleidelijk zelfstandiger en leer hen met je te overleggen.
  • Overleg met school als je denkt dat daar een oorzaak kan liggen van het probleemgedrag (bijvoorbeeld pesten).

Auteur: Marianne van der Zalm-Grisnich

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Probleemgedrag
Dagelijks leven
In gesprek
4-7 jaar
8-12 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.