Een vet probleem

23 september
Terdege
„Zo, jij lijdt ook niet aan ondervoeding. Zo maar een opmerking van een vreemde tegen Jimmy van 12, toen hij met zijn moeder in een winkelcentrum liep. Dikke kinderen - en hun ouders - krijgen heel wat voor hun kiezen. Moeder Monique: „Je zou verwachten dat een kínd zon reactie geeft, maar een volwassene?! Ik kóókte. Oordelen, oordelen, oordelen. Jimmy is een van de kinderen die openhartig over hun gewichtsprobleem vertellen in het boek ‘Vet! Kinderen over obesitas. Hoe kom je eraan en kom je er vanaf?’

Schrijfster Inger Boxsem geeft door de interviews met de kinderen een eerlijk beeld van de situatie. De kinderen in het boek hebben één ding gemeen: ze willen de strijd aangaan met hun zwaarlijvigheid en volgen daarvoor verschillende programma’s.

De worsteling van deze kinderen raakt je. Inger: „Het is niet makkelijk om je levensstijl aan te passen. Als je altijd met je linkervoet een trap op stapt en dat plotseling met rechts wilt doen, lukt dat niet. Ook bij de tiende keer zul je erover na moeten denken; zo zit die linkervoet in je geheugen gegrift.”

Hoe waardevol de interviews met de kinderen ook zijn, de gesprekken met de ouders stemmen nog meer tot nadenken. Het zijn zware vragen die - al dan niet expliciet - langskomen. Wie heeft de schuld van die kilo’s? Is het kindermishandeling?

Laag zelfbeeld
De schrijfster concludeert na alle verhalen dat er voor ouders maar één conclusie mogelijk is: wees streng. „Als je kind aan de mollige kant is, denk dan niet: dat is puppyvet, daar groeit hij wel overheen. Ga naar de dokter, let erop, net als wanneer je kind zijn enkel verzwikt en je aarzelt of er een scheurtje in het bot zit.”

Inger wil hiermee niet zeggen dat ouders het gewicht van hun kind bepalen. Daarbij spelen meer factoren een rol: de maatschappij, het genenpakket, de aantrekkingskracht van de computer en het karakter van je kind. „Maar dan nog: ouders doen boodschappen, ouders koken, ouders zeggen ja of nee op de vraag om een ijsje of een snoepje of een zakje chips. Het is veel gemakkelijker om een gezond gewicht te houden dan het terug te krijgen.”
Het ligt het meest voor de hand een veel te zwaar kind naar een diëtist te sturen. Een „kunstfout” noemt een kinderarts in het boek dat. „Het probleem betreft negen van de tien keer meer dan het eten. Het gaat over het dagelijks bestaan van het kind.

Zelfs als alles goed gaat in een gezin, is er sprake van psychische schade bij de kinderen door het overgewicht. Ze hebben vaak een zelfbeeld dat lager is dan nul. Daardoor maken ze weer minder makkelijk contact, raken ze geïsoleerd en gaan ze meer eten uit frustratie.”

Corine over haar dochter Lisanne (10 jr - 1,38 m - 61 kg - BMI 32):
„Toen ze een jaar of drie was, zaten haar kleren nog heel mooi en toen is ze uitgedijd. In het begin heb je er helemaal geen erg in, dan denk je gewoon: ze is aan het groeien. Ik wil ons helemaal niet schoon praten, maar bij haar heb ik altijd gedacht: hoe is het toch mogelijk? Ik ben nu wel dik, maar dat was ik als kind zijnde niet. Ik zeg altijd: bij ieder kind is er 10 kilo aan blijven zitten en ik heb er drie... dus. Wij hadden zelf misschien beter op moeten letten, maar als mensen het over kindermishandeling hebben, vind ik dat een groot woord. Wij overvoeren Lisanne niet met McDonald’s of de patatzaak of gebakjes. Aanleg is ook een grote factor.”

Sylvia, moeder van Melvin (14 jr - 1,71 m - 89 kg - BMI 30):
„Van de diëtist heeft hij geleerd dat het niet gezond is om veel te eten. Maar als ik heel eerlijk naar mezelf kijk: Melvin was zo vaak verdrietig. Als moeder wil je dat niet, je wilt dat je kind blij is. Dus dan nam ik weleens een milkshake voor hem mee als hij uit school kwam, of een snoepje. Dat maakt hem blij, ja toch? Maar nu doe ik dat niet meer, ik geef hem nou een knuffel!”

Ada en Otto over hun zoon Hubrecht (15 jr - 1,86 m - 110,8 kg - BMI 32):
Toen Hubrecht elf jaar was, overleed zijn zusje van acht aan leverkanker. In dat jaar kwam hij 17 kilo aan. Ada: „Het is verschrikkelijk, maar het komt natuurlijk ook door ons gedrag dat Hubrecht zo dik is geworden. We hebben het niet zo bedoeld, ik zou niet weten hoe we het anders hadden moeten doen, maar hij heeft te weinig aandacht gekregen en daardoor is hij gaan eten.” Otto: „Het kon niet anders, maar goed was het niet.”

En nu Hubrecht over zijn ouders:
„Mijn ouders hebben er in dit geval niets aan kunnen doen. Die waren gewoon met mijn zusje bezig. Nu met het afvallen heeft mijn moeder er heel veel aan gedaan. Ze doet heel anders boodschappen. Ouders kunnen wel een goed voorbeeld geven door het zelf niet te nemen. En wat er niet is, kun je ook niet opeten. Als ik heel boos ben, denk ik wel eens: het is de schuld van mijn ouders, maar dat is heel erg om te denken. Dat denk ik ook alleen maar als ik heel boos ben. Mijn gewicht had zo veel invloed: ik zat niet op een sport, dus dan krijg je ook geen vrienden. Het heeft mijn hele leven bepaald. Over hoe je jezelf voelt, hoe je jezelf gedraagt. Als ik er anders uit had gezien, had ik veel meer vrienden gehad.”

De een kreeg te weinig aandacht door de ziekte en het overlijden van een zusje, de ander eet mee van alles wat er in huis te vinden is, omdat het zo lekker is en niemand ‘nee’ zegt. Het zijn maar twee voorbeelden van kinderen die tobben met fors overgewicht. Dikke kinderen hebben het zwaar. Meestal is hun gewicht namelijk niet het enige probleem in hun leven. Vaak zijn ze ook het mikpunt van pesterijen. De dikke kinderen weten precies te omschrijven wie er pesten: „rijke en dunne kinderen”. Toch maar eens navragen bij m’n dochters...

Margreet


Meer weten?
• Boek: ‘Vet! Kinderen over obesitas”, door Inger Boxsem; uitg Kosmos; ISBN: 9789021550275; € 21,95.
• Websites: www.cardea.nl; www.lekkerpuh.net; www.happyweightkids.nl.

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Overgewicht
Obesitas
Lichaam
Dik
Dun
Eten
Voeding
Dagelijks leven
8-12 jaar
13-16 jaar
0-3 jaar
4-7 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Je baby verzorgen is ook opvoeden

Allerlei aspecten van het opvoeden van een baby komen in dit boek aan de orde. Makkelijk leesbaar en veel aandacht voor de praktijk van alledag. Goed te gebruiken voor een opvoedkring door de suggesties voor Bijbelstudies, gespreksvragen en werkvormen achter in het boek. Geschreven door drs. Aline Hoogenboom en dr. Joop Stolk. Dit is het eerste deel in de serie Handboek christelijke opvoeding.

Hoofdstuk 1 van Je baby verzorgen is ook opvoeden

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens