Dyslexie - "Ze vinden dat Margreet beter haar best moet doen"

21 oktober
Terdege
​Al op de basisschool vraagt mevrouw T. van Leeuwen zich af of haar dochter Margreet misschien dyslexie heeft. De leerkrachten delen haar vermoedens echter niet. Er komt dus ook geen onderzoek. Ondertussen is Margreet 13 jaar en zit ze in havo 2. „Vorig jaar is de diagnose dyslexie officieel gesteld. Een gesprek met een moeder die vaak uitleg moet geven, veel moet regelen en daarom soms het bijltje er graag bij neer zou gooien.

Dat dyslexie grote impact heeft op iemands leven is voor mevrouw Van Leeuwen (48) goed merkbaar. „Als Margreet een repetitie heeft, slaapt ze slecht en geeft ze s morgens over. Het geeft zoveel spanning: Ga ik een voldoende halen of gaat het weer mis? Veel tijd en energie in de voorbereiding van een overhoring steken, is bij haar nog geen garantie voor een voldoende.

Om Margreet te leren om te gaan met haar dyslexie krijgt ze specialistische hulp. „Laatst hadden ze hard geoefend voor een repetitie. Je kunt met een gerust hart naar school, vertrouwde de hulpverlener haar toe. Het was een hele tegenvaller toen ze een 4,6 had. De begeleider stelde voor om de repetitie na te bespreken, om te kijken wat er mis was gegaan. Maar dan moet je wel de opgaven hebben. Aan de leerkracht heb ik gevraagd of dat kon. In een gesloten envelop zouden we de opgaven krijgen, omdat de repetitie anders zou kunnen gaan circuleren. Ondertussen heb ik het ook al een keer aan de mentor gevraagd. De bewuste envelop hebben we echter nog niet gekregen. Dit voorbeeld staat volgens mevrouw Van Leeuwen niet op zichzelf. „Overal moet je zelf achteraan, anders gebeurt er niets.

De specialistische hulp is mevrouw Van Leeuwen zelf op het spoor gekomen. „Van de verzekering kreeg ik een lijstje orthopedagogen voor wie ik dan een vergoeding zou krijgen. Iedere orthopedagoog is bereid te helpen, tot je vertelt dat het om een havo-2-leerlinge gaat. Dan staat de wagen stil, want ze hebben alleen ervaring met basisschoolleerlingen. Uit eigen zak betaal ik nu 250 euro per maand voor een gespecialiseerde hulpverlener, die haar drie kwartier per week helpt. Maar hier heeft ze ook echt wat aan.

Veel onbegrip
In overleg met de hulpverlener heeft mevrouw Van Leeuwen een laptop en het programma Kurzweil aangeschaft voor Margreet. „Hiermee kun je stukken tekst scannen en laten voorlezen. Het is de bedoeling dat ze dit ook in de klas gaat gebruiken, met een koptelefoon. Begrijpt ze een stuk tekst niet, dan heeft ze niet direct de hulp van een ander nodig, maar kan het zelf oplossen door het gedeelte voor te laten lezen. Met toetsen is dat ook ideaal.

Het gemakkelijkst zou zijn een aantal studieboeken via Kurzweil beschikbaar te maken voor Margreet, maar dat is een tijdrovende klus. „Er zijn wellicht op een andere reformatorische school ook dyslectische havisten van dezelfde leeftijd, maar ik ken ze niet. Het zou een hoop werk schelen als we gescande boeken konden uitwisselen. Ik hoop van harte dat het op school beter gaat als ze met de laptop mag werken.

De ervaring van mevrouw Van Leeuwen is dat niet iedere leerkracht een goed beeld heeft van wat je van een dyslectisch kind kunt verwachten. „Het is ook moeilijk, want dyslexie heb je in alle soorten en maten. Geen twee dyslectische kinderen zijn gelijk. Toch doet het pijn om iedere keer weer te vernemen dat ze vinden dat Margreet lui is of beter haar best moet doen. Ik vind het ook moeilijk te beoordelen, want ik weet niet precies wat ze op school doet. Ik zie wel dat ze thuis haar uiterste best doet om dingen onder de knie te krijgen, maar dat dit erg veel van haar vraagt.

Margreet heeft al veel met onbegrip te maken gehad. Dat doet haar geen goed. Ze trekt zich terug als ze de situatie niet vertrouwt. Ze zegt wel eens: Ik kan alles krijgen, maar ik moet overal om vragen. Voor een puber is het niet makkelijk om zo vaak voor jezelf op te moeten komen. Thuis komen de emoties er dan uit.

Ik kan me nog goed het verdriet herinneren dat bij Margreet bovenkwam toen ze eindelijk de officiële dyslexieverklaring van de psycholoog kreeg. „Ze vertelde dat ze op de basisschool een keer een woordzoeker moest maken. De woorden die achterstevoren stonden, had ze niet gedaan. De juf verweet haar luiheid, terwijl dat echt niet zo was. Ze kon het niet. Zon opmerking van een juf hakt er diep in. Ik kon me het verhaal van de basisschool al niet meer herinneren, ik weet niet eens of ze het toen wel heeft verteld, maar het leefde bij haar nog sterk.

Grote lappen tekst
Het vermoeden dat haar dochter dyslexie heeft, vatte post toen Margreet op de basisschool altijd een dikke onvoldoende had als het woordpakket van een aantal weken overhoord werd. „We oefenden iedere dag en bij de normale, wekelijkse overhoring had ze altijd een voldoende. Bij die grote hoeveelheid stof haalde ze alles door elkaar.

Direct op de eerste contactavond van het voortgezet onderwijs heb ik gevraagd of ze mijn dochter wellicht als een van de eersten wilden toetsen. Alle leerlingen krijgen in het eerste jaar diverse toetsen, maar het leek me zaak dat er nu duidelijkheid kwam over Margreet. Het is namelijk een bekend verschijnsel dat slimme basisschoolleerlingen hun dyslexie goed kunnen verbloemen door allerlei handigheidjes die ze zelf ontdekt hebben, maar op de middelbare school lopen ze toch vast met Engels, Duits en vakken waarbij grote lappen tekst doorgenomen moeten worden, zoals geschiedenis.

Uiteindelijk heeft een psycholoog in april 2008 officieel dyslexie vastgesteld en een dyslexieverklaring afgegeven. „Die verklaring spreekt van ernstige belemmeringen in het werktempo en in de accuratesse van lees- en spellingvaardigheid, licht mevrouw Van Leeuwen toe. Tegen het einde van het eerste schooljaar, in juni 2008, krijgt Margreet de beschikking over een dyslexiepas van school. „Op die pas staat bijvoorbeeld dat zij recht heeft op extra tijd. Dat is voor haar geen luxe. Lezen kost haar veel tijd en inspanning en dan nog begrijpt ze het niet altijd goed. Onder de les mag ze ook haar buurvrouw vragen om uitleg. Verder wordt de spelling bij Margreet minder streng beoordeeld. Maakt ze vijf keer dezelfde spellingfout, dan telt hij maar één keer mee.

Of Margreet volgend jaar nog een havist is, moet de komende tijd duidelijk worden. „Ik hoop van harte dat het werken met Kurzweil iets gaat opleveren. De school verwacht dat het vmbo wordt. Mevrouw Van Leeuwen, haar dochter en de begeleider blijven echter hopen op de havo. „Een niveau lager is de makkelijkste optie, maar volgens ons voor Margreet niet de beste.


www.steunpuntdyslexie.nl

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben...
  • ...om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g, eu, u en ui;
  • ...om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij dorp en drop of 12 en 21;
  • ...om de aandacht te houden bij klankinformatie (gesproken woord);
  • ...met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels;
  • ...met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes;
  • ...met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen.
Dyslexie...
  • ...is een hardnekkig probleem bij het aanleren en vlot toepassen van lezen en spellen op woordniveau. Er is veel extra oefening nodig om het technisch lezen aan te leren.
  • ...is erfelijk: bij een kind met een dyslectische ouder is er 40 tot 50 procent kans dat het ook dyslectisch is.
  • ...brengt naast leerproblemen vaak ook sociaal-emotionele problemen met zich mee. Als het lezen en schrijven niet goed gaan, schaadt dit het zelfvertrouwen. Zeker als de diagnose nog niet is gesteld en het kind veel moet oefenen en weinig resultaat ziet. Hierdoor kan het gedemotiveerd raken.
  • ...leidt tot vooroordelen, waaronder als meest gehoorde: Het kind is lui of dom.
Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Dyslexie
Spelling
Onbegrip
Dagelijks leven
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Tjonge jongens

Jongens zijn leuk. Maar soms een tikje anders leuk dan je misschien denkt. In dit boek zoekt Mariska Dijkstra-Wolters antwoorden op vragen van moeders met zonen. Ze ondervroeg daarvoor meer dan honderd jongensmoeders. Zo’n twintig deskundigen geven tips. Is stoeien normaal? En wanneer grijp je in? Geloven jongens anders dan meisjes? Hoe vind je rust in een druk gezin? Wanneer praten jongens wél? Moet je jongens helpen met huiswerk?

Hoofdstuk 1 van Tjonge jongens

Tips voor een kringavond over het opvoeden van jongens

Opvoeden, gave en opgave

Het eerste deel handelt over de essenties van christelijk opvoeden vanuit Bijbels perspectief, met aandacht voor de ontwikkeling van kinderen, jezelf als opvoeder en opvoeden in de huidige maatschappij. Dit deel bestaat uit vijf hoofdstukken: Begeleid de trektocht, opvoeden vanuit de basis, de opvoeder, om gezin heen en opvoeden in deze tijd. Er worden veel voorbeelden en vragen uit de praktijk aangehaald om het boekje zo praktisch mogelijk te maken. Er staan regelmatig vragen die je zelf kunt overdenken of kunt bespreken met je man of vrouw.

Het tweede deel bevat een kringhandleiding met ideeën voor acht bijeenkomsten die je kunt organiseren of volgen met andere opvoeders. Zo kun je samen met anderen aan de slag, om van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en te bemoedigen.