“Dat heeft nog nooit één van mijn kinderen tegen mij gezegd”

19 mei
Nico van der Voet
Mijn vader heeft nooit één verkeerd woord gezegd waar ik bij was. Niet gemeend, niet voor de grap. Ik heb hem slechts één keer zijn stem horen verheffen vanuit boosheid, omdat een broer mijn moeder beledigde. Lang geleden, ik was een jongen van 14 jaar, was ik het een keer hardgrondig oneens met hem. Ik floepte er iets uit wat inderdaad grensoverschrijdend was. Hij bleef rustig. Zijn reactie was voor zijn doen scherp: “Dat heeft nog nooit één van mijn kinderen tegen mij gezegd!” Hij moet wel boos geweest zijn, want een dag of drie heeft hij geen woord tegen mij gesproken. Ik weet nóg wat ik gezegd heb. Ik weet nog hoe ellendig ik mij in die dagen erna gevoeld heb. Ik heb het ook nooit meer gezegd. En hij is er nooit meer op teruggekomen.

Ik heb geprobeerd mijn vaders opvoedingsstijl over te nemen voor als kinderen lelijke dingen zeggen. Om te beginnen is dat: zelf het goede voorbeeld geven. Vervolgens: niet te fel reageren als je kind iets lelijks zegt, maar wel duidelijk zijn. Niet terugschelden als een van de kinderen vanuit boosheid onbesuisde dingen zegt. Hoogstens de zoon of dochter laten vóelen dat wat gezegd werd niet te tolereren is. Is het gelukt? Ja en nee. Het is ánders gelukt. Onze kinderen hebben doorgaans een ‘braaf’ taalgebruik waar wij als ouders bij zijn. Wat ze zeggen waar we niet bij zijn, weet ik niet. We hebben nooit klachten gehoord van juffen, docenten of anderen. Dat is een reden tot dankbaarheid. Ik weet dat het tot verdriet van ouders ook anders kan gaan.

Het volgende maakt de opvoedingssituatie anders dan vroeger. Mijn vrouw als moeder en ik als vader blijken gewoon véél meer van onze kinderen te accepteren dan onze ouders vroeger deden. Als mijn vader zou horen wat onze kinderen tegen mij zeggen, zou hij als commentaar kunnen geven: “Accepteer jij dat? Je kinderen zijn wel erg brutaal en jij reageert soft. Ze moeten wel respect voor je houden!” Ik ben een andere vader dan hij. Onze kinderen zijn ook al weer anders dan wij als kinderen waren. Het contact tussen ouders en kinderen is doorgaans gelijkwaardiger en speelser dan vroeger. Dan zeggen ouders en kinderen dingen tegen elkaar waarvan vorige generaties zouden klapperen met hun oren. De speelse gaat dan wel eens te ver. Tja, dat slappe van mij klopt ook wel. Ik hoor onze zoon dingen tegen mij zeggen waarvan ik te vaak denk, “ik zou boos kunnen worden” en toch glimlach ik erbij en ik pareer zijn woorden op het niveau van ‘koekje van eigen deeg’. Toch ben ik blij dat de buren het niet horen. Boos worden kan ik al bijna niet, in stilte boos blijven – drie dagen, zoals mijn pa – al helemaal niet. Ik vergeet het gewoon wat er tegen mij gezegd is.

Twee grenzen hebben we altijd aangegeven, vanaf dat de kinderen klein waren: je mag NOOIT woorden gebruiken om andere gezinsleden, of anderen kinderen / mensen bewust te vernederen. Geen scheldpartijen! Je mag NOOIT vloeken. Als we maar iets in die richting hoorden, kapten we dat af en legden we uit waarom we dat niet wilden. We hebben nooit straf uitgedeeld. Is het gelukt? Ik hoop het. Dat is dan geen ouderverdienste, want er zijn veel factoren die het taalgebruik van onze kinderen beïnvloeden. De omgeving heeft invloed op het taalgebruik en ook de innerlijke (in)stabiliteit van kinderen. Dat hebben we niet allemaal in de hand. Ook onze kinderen hadden vrienden uit gezinnen met andere overtuigingen en regels. Of met zelfde overtuigingen en andere regels. Dat laatste was, toen ze kleiner waren, als het over taalgebruik ging nog verwarrender. Dan kregen wij te horen wat er bij ‘even christelijke’ gezinnen allemaal wel gezegd mocht worden. Of wat een vader van een vriend uitgeroepen had ‘en die zat ook in de kerk’. Tot mijn vreugde ontdekte ik dan dat ik toch nog wel een beetje van de duidelijkheid van mijn eigen vader op hun woordgebruik heb kunnen overbrengen. Ik kan het hem niet meer vertellen. Misschien zou hij dan zeggen: “Weet je nog wat jij vroeger eens tegen mij gezegd heb? Dan ben ik toch niet voor niets boos op je geweest…!”

Nico van der Voet

Nico van der Voet is spreker, schrijver en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (afdeling HBO-theologie), zie ook www.nicovandervoet.nl.

Tags
Vloeken
Grof taalgebruik
In gesprek
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!