Anders opvoeden dan je ouders

12 maart
Terdege
„Ik wil dat de kinderen de Bijbel echt begrijpen en trek de lijn door naar ons eigen leven” Er zijn geen twee mensen hetzelfde en daarom is ook iedere opvoeding weer anders. Marit (35) geeft een 9 voor de opvoeding die ze van haar ouders heeft genoten. Als ze zichzelf als opvoeder een cijfer geeft, komt ze tussen de 6 en de 7 uit. Aan haar de vraag wat ze anders doet dan haar ouders.

Je kunt gerust zeggen dat Marit iets met opvoeden heeft. Samen met haar man René voedt ze hun drie kinderen op. En ook in haar werk is ze veel met kinderen bezig. Marit haalt een boek van christenpedagoog Wim ter Horst uit de boekenkast en laat een rijtje zien van zaken die in de opvoeding van belang zijn. Bij ieder punt geeft ze aan hoe het er bij haar thuis aan toeging.

Aanraken: „Ik kan me nog herinneren dat ik het als meisje uit klas 6 heel vreemd vond dat klasgenoten in de kerk nog tegen hun moeder aankropen. Knuffelen was er bij ons niet zo bij. Misschien ook wel logisch, want de schoot van mijn moeder was vaak bezet met kleinere kinderen. Ik ben de derde in de rij van zeven kinderen.”

Verzorgen: „Echt een tien. Als het aan mijn moeder lag, zag ik er altijd verzorgd uit. Ik vond het zelf in mijn kinderjaren echter totaal niet belangrijk. Het huis was ook altijd netjes opgeruimd. En dat met een groot gezin! M’n moeder runde de toko met zeer veel toewijding.”

Spelen: „We hadden in de tuin een grote speelplek, waar de hele buurt kwam spelen. Mijn moeder organiseerde ook altijd van alles voor ons. We maakten met elkaar poppenhuizen en richtten ze vervolgens in.”

Maaltijd: „Iedere dag fruit, dat hoorde erbij. Verder besteedde m’n moeder veel aandacht aan de bereiding en de presentatie van de maaltijd. ’s Zondags maakte ze altijd mooie toetjes. Het was voor haar een must om creatief te zijn.”

Feest: „Een verjaardag was altijd heel exclusief. Er stond dan een bloem met een persoonlijk kaartje bij je bord. M’n ouders besteedden veel zorg aan de cadeautjes. Na het uitpakken knielden we allemaal rond het bed van mijn ouders, speciaal om te bidden voor de jarige.”

Eropuit trekken: „Op vakantie gaan was er eerst niet bij, maar we trokken er wel regelmatig op uit: naar familie of naar een plas.”

Leren: „De meeste kinderen leerden vrij gemakkelijk. Het was goed, wat je ook deed. Mijn ouders waardeerden je zoals je was.”

Gesprek: „We praatten wat af met elkaar, maar achteraf zie ik dat het vooral ging om de sterke en leuke kant van onszelf. Ik noem dat maar de zonnige kant, de kant waar je energie van krijgt als je erover spreekt. De schaduwkant, het kwetsbare, lieten we liggen en in feite maakte dat ook wel eenzaam.

Verdriet, onzekerheid en angst lieten we niet aan elkaar zien. Tegen mijn moeder was ik open zolang het niet om zaken ging waar ze veel moeite mee had. Zo discussieerden we best over theologie, maar we lieten dan niet merken wat die verschillen met ons deden. We bleven in de cognitieve modus en hadden geen woorden voor de emoties die erbij kwamen kijken.

Mijn ouders waren niet gewend om hun eigen moeiten te uiten. Vooral m’n moeder is daar hard tegenaan gelopen. Ze ging eerder maar door en liet haar kwetsbaarheid niet snel zien. Ze zei dan wel: „Ik ben moe” of „ik heb hoofdpijn”.

Je zou misschien verwachten dat we op moeilijke momenten als broers en zussen bij elkaar uithuilden, maar dat gebeurde ook niet. Ieder vocht min of meer z’n eigen moeilijkheden uit. Ik kan me nog goed herinneren hoe eenzaam ik me voelde met mijn eigen verdriet, toen mijn oma was overleden. We spraken er veel over met elkaar, maar ik miste de troostende woorden en gebaren. Wat ik niet kon zeggen, schreef ik in mijn dagboek.”

Warme en koude kant
In de hulpverlening wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de warme en de koude kant van de opvoeding.

De koude kant heeft betrekking op gezag en regels, de warme vooral op liefde, aandacht en gezelligheid. Terugkijkend op haar eigen opvoeding, ziet Marit dat haar ouders voor beide aandacht hadden. In het bijzonder wil ze nog wel de geborgenheid noemen, die ze bij zowel haar vader als haar moeder ervoer. „Dat vind ik heel bijzonder, want in haar jeugd mistte mijn moeder die veiligheid juist.”

Kijkend naar haar eigen manier van opvoeden, vindt ze dat ze in de warme kant beter is dan in de koude.

„Ik vraag me wel eens af hoe mijn moeder het allemaal deed. Soms loop ik hard tegen mezelf aan, vooral doordat ik zo chaotisch en ongedurig ben. Zo probeerde ik met een beloningsbord te bereiken dat we iedere morgen om half negen buiten zouden staan om naar school te gaan. Als de kinderen buiten klaar stonden als de kerkklok sloeg, mochten ze een magneetje op het beloningsbord doen. De enige die niet op tijd was, was ikzelf.

Ik vind dat ik het in veel opzichten minder goed doe dan mijn ouders. Die totale toewijding voor je kinderen, zoals mijn moeder die had, dat is mijn ideaalbeeld, maar dat lukt mij niet. Ik verdeel mijn aandacht, want ik wil ook m’n vak optimaliseren.”

De mening van het kind
Wat wil Marit in het opvoeden anders doen dan haar ouders? „Openheid en ruimte voor een eigen visie zijn voor mij erg belangrijk. Ik hecht sterk aan de mening van het kind. Van huis uit ben ik dat niet zo gewend. In de kerkelijke gemeente en thuis was het meer van: Wij doen dit zo. Niemand vroeg: Wat vind jij daar nu van? Dat zelfstandig over dingen nadenken paste niet binnen het reformatorische wereldje van toen.”

Bijbellezen aan tafel
Kerkelijk vindt Marit onderdak bij een Hersteld Hervormde Kerk in een dorp. Net als de meeste kinderen van die gemeente zitten hun kinderen op een christelijke school. De keuze voor een christelijke school is een bewuste, ook al is er in het dorp geen reformatorische.

„Mijn ouders waren heel consciëntieus en spraken niet snel veroordelend over anderen, maar het beeld dat ik als kind meekreeg, was toch wel dat het niet goed kon gaan met het meisje dat oorbellen droeg en kort haar had. Als kind voelde dat strikte kader enerzijds wel veilig, want het biedt veel vastigheid. Anderzijds beklemde het me ook, zeker naarmate ik ouder werd.

Hoe zwaar bijzaken als uiterlijk voor mij ook voelden, mijn ouders maakten er geen hoofdzaak van. De kern was de noodzaak van bekering en geloof in de Heere Jezus. Juist de hoofdzaken uit de Bijbel wil ik ook onze kinderen meegeven.

Wat wij anders vorm geven dan mijn ouders, is het Bijbellezen aan tafel. Iedereen had een Bijbel voor zich om mee te lezen en dat vind ik positief. Mijn ouders vonden Bijbelkennis heel belangrijk, maar we spraken er niet over door wat dit nu persoonlijk voor je betekent. Dat doe ik dus nu met de kinderen heel bewust wel. Ik wil dat ze echt begrijpen wat er staat en trek de lijn door naar ons eigen leven.

Pas stonden we stil bij de bede uit het Onze Vader over het vergeven van schuld. We zeiden toen tegen elkaar dat het goed is om niet alleen de Heere vergeving te vragen, maar ook elkaar in het dagelijkse leven. Ik vond het heel wonderlijk om te merken hoe ik dat terugkreeg, toen één van de kinderen me later vroeg: „Mam, wil je mij dat vergeven?’ Door meer in gesprek te gaan, merk ik dat ik mezelf er ook steeds weer in moet verdiepen. Er zijn stukken in de Bijbel die ik ook niet begrijp en dat mogen mijn kinderen ook wel van mij weten.”

Margreet van den Berg-van Brenk


Marit heet in werkelijkheid anders

Terdege

Terdege is een reformatorisch familieblad waarin ook over opvoeding wordt geschreven.

Tags
Opvoeding
Geloofsopvoeding
Dagelijks leven
Bijbellezen
Bidden
In gesprek
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Gezinsmomenten rond verhuizing

Een verhuizing is een grote overgang voor je kind. Daarom is het goed om je kind erop voor te bereiden. Deze handreikingen voor gezinsmomenten helpen je daarbij. Er zijn Bijbelgedeelten en vragen om te praten over Bijbelse personen die gingen verhuizen. Samen met je kind ontdek je hoe het voor hen was en wat God voor hen betekende in die tijd.

Magazine Geloof in het gezin

Bij de lancering van de website hebben wij een eenmalig magazine uitgegeven met interessante artikelen, handige tips, overzichten, ervaringsverhalen, links en nog veel meer. Inspirerend om zelf te lezen, maar ook opbouwend om samen met een vriendin te bespreken of op een opvoedkring te behandelen!

Bekijk het magazine hieronder online.

De allerbeste wensen. Aan de slag met opvoedingsidealen

Een boek over opvoedingsidealen dat richting geeft aan ouders om dagelijkse keuzes te maken. Het boek is ook geschikt om met uw partner of met een kring te bespreken door de gespreksvragen die erin staan.

Dit boek gaat over jouw handelen als opvoeder en je opvoedingsidealen die hieronder liggen. Het nadenken over die idealen en de praktische invulling ervan blijkt voor veel ouders motiverend en helpend. Vanuit de Bijbel doen de auteurs je handreikingen om na te denken over je eigen opvoedingsidealen en over hoe je die in praktijk kunt brengen.

Ieder hoofdstuk stelt een door ouders veel genoemd opvoedingsideaal aan de orde: een gelovig kind, een gelukkig kind, een sociaal kind, een zelfstandig kind, een succesvol kind en een verantwoordelijk kind. Naast informatie over het ideaal bevat elk hoofdstuk voorbeelden, verwerkingsopdrachten, verdiepingskaders en een Bijbelstudie. Het boek is uitstekend geschikt voor een kring of cursus over opvoeden en kan ook goed individueel worden gebruikt.

Ook de projectleiders van Geloof in het gezin hebben een bijdrage geleverd aan dit boek.

Download hieronder hoofdstuk 6 uit dit boek!