Als de opvoeding ontspoort

15 april
Nico van der Voet
De opvoeding kan ontsporen doordat ouders (soms met de beste bedoelingen) fouten maken. Soms is er niet eens sprake van beste bedoelingen, maar doen ouders hun kinderen willens en wetens te kort. Dat zien ze dan achteraf, of één van de ouders ziet dat in. Hoe ga je daarmee om in het pastorale gesprek met de ouders? Dit artikel is geschreven voor (jeugd)pastors die met mij wilden nadenken over de zorgen die ze hebben over ontspoorde opvoedingssituaties, waarmee ze te maken krijgen in hun christelijke gemeentes. De vragen zijn bedoeld als aanzet tot een gesprek.

Wat kom ik zoal tegen in het studentenpastoraat van ontspoorde opvoedingssituaties?

  • Klachten over harde, gevoelloze ouders (meestal een van hen). Soms is duidelijk dat het bijvoorbeeld om een autistische of narcistische of borderline ouder gaat. (Mijn vader zei regelmatig: ‘Je bent een vreselijk kind. Ik donder je nog eens van de trap.’) De student(e) is blij dat hij/ zij op kamers woont, maar is bezorgd over het lot van broertjes en zusjes.
  • Klachten over geen vrijheid krijgen, over manipulatief dwingende of zorgende ouders. Ouders die niet willen dat de student(e) eigen keuzes maakt en bijvoorbeeld de vriend(in) afwijzen. (‘Mijn ouders vergeten bladzijde 3 van de bijbel!’) Het contact met de ouders wordt slechter en minder, maar de student(e) voelt zich schuldig.
  • Klachten over ouders die voor zichzelf gaan (met name voor en na een echtscheiding). ‘Sinds ik op kamers woon, zeggen mijn ouders: dat is nu je thuis. Ja, dat is makkelijk voor hen, want zij zijn allebei druk met een nieuwe partner.’
  • Ouder(s) op de schouders. De student is overbezorgd over de ouders of de alleenstaande ouder en durft zich niet los te maken. ‘Ik ga elk weekend naar mijn vader om voor hem te zorgen. Maar het enige waarover hij praat is auto’s. Het is niet leuk, maar er kijkt niemand anders naar hem om sinds mijn moeder gestorven is. Mijn zus komt eens in de zes weken een keer bij hem op de koffie.’ ‘Ik durf niet op kamers te gaan wonen. Mijn moeder is psychisch patiënt en mijn vader heeft een drukke baan.’
  • Kinderen voelen zich soms slachtoffer van de roeping van hun ouders. Denk aan missionkids die (soms) chaotische jaren beleven in het zendingsland, met weinig contact met hun ouders. Er is ook pleeggezin-problematiek voor het biologische kind dat zich achtergesteld voelt, juist omdat de ouders benadrukken dat hij/ zij zoveel meer heeft dan de pleegkinderen en dus niet moet zeuren.
  • Seksueel misbruik (meestal in een gezin met ingewikkelde en/ of onduidelijke relaties).
  • Er is soms sprake van het ‘oudste-zoon syndroom’ (Luk. 15). ‘Mijn ouders hebben mij nooit gezien of gewaardeerd. Alle aandacht ging uit naar mijn oudste broer met ADHD. Als hij één dag rustig was werd hij geprezen. Dat ik altijd zo rustig mogelijk probeerde te zijn, zagen ze niet.’
  • Ruziegezinnen. ‘In ons gezin is zoveel chagrijn! Het gaat helemaal mis sinds… Mijn vader zegt nu bijna niets meer en mijn moeder loopt maar te huilen.’

Vraag 1: Noem eens voorbeelden van ontspoorde opvoedingssituaties die u kent uit uw eigen gemeente. (Houd het algemeen!) Hoe is daar pastoraal mee omgegaan?

Het gaat mis als het thuis onveilig is.
Er is sprake van

  • lichamelijk geweld (klappen, van de trap duwen e.d.) en/ of
  • psychisch geweld (vijandigheid, afwijzen, vernederen) en/ of
  • seksueel geweld (grensoverschrijdend gedrag op seksueel gebied) en/ of
  • lichamelijke verwaarlozing (slecht verzorgd: eten, drinken, slapen, kleding, hygiëne) en/ of
  • emotionele verwaarlozing (lichamelijk goed verzorgd, maar te weinig aandacht; aan lot overlaten)

Hierbij is er soms zwijgdruk of vrijwillig zwijgen (van iedereen, inclusief de buurvrouw of jeugdwerker die wel iets vermoeden); de achtergrond is vaak een multi-problem gezin. Ouders (of één van de ouders) voelt zich machteloos en eenzaam. Ouders hebben soms zelf een moeilijke jeugd gehad. Soms heeft een van de ouders een psychische problematiek of een verslaving.

Verwaarlozing
Verwaarlozing is hierboven al genoemd. In onze tijd kan erge of minder erge verwaarlozing er zo uitzien:

  • Kinderen worden materieel verwend, maar te weinig geknuffeld. Er staan veertig knuffels in de kast, maar pa en ma zijn vooral druk met hun werk of andere bezigheden.
  • Ze hebben te veel mensen om zich heen die een soort opvoedende taak hebben (kinderdagverblijf, overblijfgastouders, juffen, naschoolse opvang), ook alweer vanwege de drukte van de ouders. Dat hindert de veilige hechting.
  • Kinderen zijn het project van hun ouders om hún levensdoelen te halen. De lat van de ouders ligt hoog (en dat merkt de juf op de basisschool). Ouders zoeken de interessante sport of het muziekinstrument voor hun kinderen uit.
  • De media verstoren de band tussen ouders en kinderen. Moeders geven borstvoeding met het kind in de holte van de ene arm en de smartphone in de holte van de andere arm. Al heel vroeg houden ouders de kinderen zoet door ze verslaafd te laten zijn aan de digitale media.
  • Kinderen worden verwend (= verwaarloosd). Ze worden te veel geprezen, vaak al voor ze iets gepresteerd hebben. Materieel leven ze in overvloed. Ze worden weinig gecorrigeerd (ouders willen geen ruzie). Hun wensen worden vervuld, zelfs al voor ze die geuit hebben. Ze worden in de watten gelegd. (Ze hebben bijvoorbeeld permanent een taxi met chauffeur tot hun beschikking.) Ze krijgen doorgaans jong al veel vrijheid en er worden weinig grenzen aangegeven.
  • Kinderen ontvangen te weinig reinheid, rust en regelmaat.

Te
Opvoeden is een middenweg bewandelen en dat lukt niet alle ouders. Er is in hun opvoeding sprake van ‘te’:

  • Te weinig vrijheid ( ‘Mijn ouders zijn een blok beton!’) of te veel vrijheid (‘Mijn ouders houden niet van mij, ik mag alles.’), te weinig regels of te veel regels,
  • Te snel loslaten of te laat loslaten (‘Ik mag het Sinterklaasfeest niet bij mijn vriend vieren van mijn ouders.’), te weinig aandacht of te veel bemoeienis,
  • Te weinig materiele zorg of te veel luxe,

et cetera! De rij kan lang gemaakt worden. In de kern is alles waar ‘te’ voor staat, ooit goed begonnen of goed bedoeld. De kwaliteit is echter een valkuil geworden. Ouders kunnen er zelf ook onder lijden. Tobberige ouders kunnen zich schuldig voelen dat ze hun kinderen te weinig leiding gegeven hebben. Anders ouders zijn blind voor het ‘te’ in de opvoeding. Autoritaire (‘Ik weet absoluut zeker wat het beste is voor mijn kinderen!’) of manipulatieve (= liefde onder voorwaarden) ouders zien de schadelijke gevolgen van hun aanpak van de opvoeding niet.

Ingewikkelde gezinnen en gezinnen met problemen
Hoe ingewikkelder een gezin is samengesteld, des te groter is de kans dat de opvoeding niet goed lukt. Datzelfde gaat op bij problemen. Hoe meer er zijn, des te groter is de impact op de opvoeding. Sommige ouders kunnen die (lange tijd) prima hanteren, andere niet.

  • Soms kunnen ouders de opvoeding gewoon niet aan. Ze hebben te weinig intelligentie, psychische stabiliteit, wijsheid, gezag en/ of liefde om goed leiding te geven aan kinderen.
  • In het gezin leven ouders en/ of kinderen met een rugzakje. Een ouder of kind met een eigen thematiek kan het hele gezin domineren. Of de zorg voor die persoon kan dat doen.
  • Er zijn periodes waarin opvoeden extra moeilijk is (ziekte, rouw, echtscheiding).
  • Het gezin is een één-oudergezin geworden, of samengesteld uit leden van oorspronkelijk andere gezinnen.

In gesloten gezinnen (‘Denk erom: geen vuile was buiten hangen!’) kunnen problemen langer duren en ernstiger zijn, omdat ouders niet accepteren dat andere mensen meedenken. In open gezinnen (‘Help, het lukt ons niet!’) ligt dat anders. Dat kan ook weer ‘te’ worden. Twintig mensen denken mee met het ene gezin (en nog kan er iets misgaan).

Aandacht voor opvoedingsproblematiek in de kerkelijke gemeente
Vraag 2: Hoe reageer je als ambtsbroeders of als jeugdpastors als je signalen krijgt via anderen of van de kinderen dat het misschien niet goed gaat in een gezin?
Vraag 3: Hoe reageer je als je op huisbezoek zelf iets bemerkt door opmerkingen van de ouders zelf?
Vraag 4: Welk opvoedingsondersteuningsbeleid voer je als kerkenraad/ gemeente?

Adviezen:

  • Zoek, waar nodig, contact met ouders. Vraag rustig naar de opvoeding, juist als risicofactoren voor de opvoeding publiek bekend zijn (stief- of adoptie- of pleegsituaties; rouw en echtscheiding; ziekte van een ouder; gehandicapte kinderen). Ga er overigens niet van uit dat de risicofactoren bij iedereen problemen opleveren.
  • Maak het informatiedraagvlak groter als de risicofactoren niet publiek bekend zijn en er enig wantrouwen bestaat over de opvoedingssituatie in een gezin, bij jou en misschien ook bij anderen.
  • Let daarom in het jeugdwerk op de signalen die de kinderen en jongeren uitzenden.
  • Benader de meest toegankelijke ouder, maar nooit stiekem achter de rug van een kind dat iets verteld heeft om.
  • Vraag zo nodig advies bij Veilig Thuis. Doe dat zeker als er gevaar voor kinderen is. Schakel, indien nodig, het meldpunt voor seksueel misbruik in. Dat kan ook voor advies.
  • Adviseer, als ouders er open voor staan, opvoedondersteuning of contextuele therapie.
  • Draai in de gemeente permanent een opvoedingskring of verschillende kringen (gekoppeld aan de leeftijdsfase van kinderen).
  • Zorg voor toegankelijk en actief jeugdpastoraat dat tegelijkertijd zo onopvallend mogelijk georganiseerd is.
  • Regel binnen de eigen kerkelijke gemeente (zo mogelijk en nodig met andere gemeentes) opvanggezinnen voor kinderen die een probleemgezin tijdelijk kunnen ontlasten. (Een mooi diaconaal project!)

Bij alles geldt: probeer oordeelsvrij te kijken en te luisteren. Ouders durven zich alleen kwetsbaar op te stellen als hun gesprekspartner te vertrouwen is. Je bemoeien met de opvoeding ligt heel gevoelig!

Vraag 5: Hoe breng je God en Bijbel ter sprake als er opvoedingsproblemen zijn (en contact met de ouders)?
Vraag 6: Wat betekent het gebed bij opvoedingsproblemen (zowel van de ouders, de kinderen als de pastor)?

Ouders en mogelijke schuld
Ouders zien niet altijd hun falen of zelfs schuld of verantwoordelijkheid voor wat misging in. Ze rechtvaardigen zichzelf. (‘Wij hebben al onze kinderen hetzelfde opgevoed. Maar onze jongste zoon was altijd dwars. Wat heeft hij het ons moeilijk gemaakt. En nog! Het ligt niet aan ons, want de andere drie zijn wel goed terecht gekomen!’)

Vraag 7: Hoe reageer je wanneer ouders tegenover jou zó zichzelf en hun opvoeding rechtvaardigen?

Als ouders zelf hun tekorten benoemen is dat soms makkelijke praat. ‘Ja, dominee, opvoeden doe je maar één keer en dat gaat met vallen en opstaan. Wij hadden als ouders ook onze gebreken!’ soms is het heel serieus. Als begeleider/ pastor moet je dan wel onderscheid maken tussen schuldgevoelens (schaamte, het gevoel gefaald te hebben) en echte schuld (geboden overtreden hebben, bewust ‘weggekeken’ hebben).

Vraag 8: Hoe reageer je als ouders bedrukt zijn vanwege hun gevoel gefaald te hebben (terwijl jij denkt dat ze alleen maar oprecht hun best gedaan hebben)?
Vraag 9: Hoe reageer je als ouders of een ouder (misschien wel als ze hoogbejaard zijn) echte schuld tegenover de kinderen aan jou belijden? Welke uitweg wijs je wel of niet?

Nico van der Voet

Nico van der Voet is spreker, schrijver en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (afdeling HBO-theologie), zie ook www.nicovandervoet.nl.

Tags
Opvoeding
Problemen
Hulp
Ouderschap
Dagelijks leven
0-3 jaar
4-7 jaar
8-12 jaar
13-16 jaar
Literatuurtip
Doopbox voor ouders

Met de doopbox biedt u als kerkenraad ouders en verzorgers een inhoudsvol cadeau. Het is een manier om ouders bewust te maken van hun prachtige taak in de christelijke opvoeding. De doopbox is zo ontworpen dat u de mogelijkheid heeft zelf nog aanvullend iets toe te voegen. Lees voor meer informatie de blog over dit materiaal.

Geloven in opvoeden

Het boek geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen weer in hun opvoeding te gaan geloven. En ouders worden toegerust om gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin.

In het werkboek dat erbij aangeschaft kan worden, staan vragen en werkvormen om mee aan de slag te gaan.

Maak ze sterk

Dit boek is gebaseerd op het trainingsprogramma LEV! van stichting Chris. In Maak ze sterk laten de auteurs zien hoe je een kind kunt leren de juiste keuzes te maken en sterk te staan in allerlei situaties. Het boek is veel breder dan het aanleren van sociale vaardigheden. Door de vragen en korte opdrachten in het boek leent het zich goed voor gebruik op een opvoedkring.

Kinderen en jongeren groeien op in een wereld die zich in razendsnel tempo ontwikkelt. Dat kan ons beangstigen. Maar je bent als opvoeder niet machteloos. Maak ze sterk laat zien hoe je hun kunt leren om de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met pesten, rouw, seksualiteit en social media. Wietske Noordzij en Erik Smit bieden handvatten om kinderen en jongeren hierin te ondersteunen, vanuit hun ervaring en expertise. Een prettig leesbaar opvoedboek dat echt de diepte ingaat, zonder ingewikkelde theorieën.